Als je ‘in de tachtig bent’, moet je afscheid nemen, vaak en veel, afscheid van mensen en dingen.
Het ergste is natuurlijk als er familieleden en vrienden uit je omgeving verdwijnen en dat voelt nog veel pijnlijker aan als die mensen jonger zijn, veel jonger soms. Dan speelt in je verdriet ook het gevoel van onrechtvaardigheid mee. Ik werd dit jaar, op dat vlak, al bij twee gelegenheden getroffen, met naaste verwanten. Je vraagt je dan af of je zoiets in de rest van je leven nog helemaal kunt verwerken.
Geen predikant
Ik wil in deze rubriek nooit of nimmer de predikant uithangen, lessen geven aan mensen die zeker even levenswijs zijn als ik, of veel meer nog. Maar deze ene raad komt nu toch onweerstaanbaar in mij op: hou je goede relaties stevig vast, maak er desnoods nog nieuwe bij, want bij elk verlies zie je de dreiging van het zwarte gat der eenzaamheid.
Veel minder erg is natuurlijk het opgeven van bepaalde bezigheden, waarmee je de tijd van de gepensioneerde zo prettig mogelijk probeert in te vullen. Maar als je jezelf niet meer tot bepaalde zaken bekwaam voelt en er mee moet stoppen, doet dat zeker geen plezier, ja, zeg maar heel wat pijn.
Je geeft voor jezelf niet graag toe dat je zekere zaken niet meer aankunt en probeert dan maar om weg te komen met de melding dat je, ‘voor je weet wel wat’ gewoon geen tijd meer hebt. Dan wanneer je steeds weer die vraag door je hoofd gejaagd krijgt wat je nog wel kunt doen om die zogezegde te korte tijd in te vullen.
Afscheid nemen van boeken
Ik ben nu sinds enkele weken met een wel bijzondere vorm van afscheid nemen, afscheid van… mijn boeken, zijnde natuurlijk niet diegene die ik zelf geschreven heb. Wie dit cursiefje regelmatig leest, weet dat ik een grote fan daarvan ben, van die boeken dus. Ik kreeg er al cadeau, denk ik nu, van bij de plechtige communie, toen ik ongeveer 12 was. Ik heb al die jeugdwerkjes – Dik Trom, Pietje Bell, Bartje, De Witte, Baron von Münchhausen, noem maar op, - keurig bijgehouden, net zoals de klassieke jongensromans als Tom Sawyer, Huckleberry Finn en de Negerhut van Oom Tom, waarvoor ik mijn eerste zakgeld opspaarde om ze zelf te kunnen kopen.

En zo ben ik verdergegaan, met dat kopen van boeken dan, 70 jaar aan een stuk. Het maakte mij een eigenaar van een zeer gevarieerde collectie, waarmee ik op een gegeven ogenblik… buitengevlogen ben. Pas op: dat gebeurde niet na – bijvoorbeeld – een echtelijke ruzie of een gedwongen verhuis naar een kleinere woonst. Neen, op een gegeven ogenblik hebben we onze kleindochter opgenomen, in onze flat met twee slaapkamers. Een voor haar omi en haar opi en een waar de bibliotheek van die laatste ondergebracht werd. En die dus plots moest gaan dienen als domein voor onze nieuwe inwoner.
Van boeken wegdoen was geen sprake, ik zou dat nooit kunnen, dacht ik toen. ‘Shurgard’ bracht de oplossing. Ik huurde bij dat bedrijf, dat daarin gespecialiseerd is, een keurige ruimte, waarin ik, netjes geklasseerd in rekken van bij Ikea, heel mijn papieren schat kon onderbrengen. Ik deed dat zonder wrok. De komst van de kleindochter verrijkte meer ons leven dan al de boeken van de wereld dat kunnen doen. En ze waren in elk geval niet weg, die boeken. Maar ik miste ze soms wel, al was het maar om gewoon eens in de zetel te gaan zitten, omringd door dat kleurrijke, literaire landschap, dat ik gedurende lange jaren had uitgebouwd.
Maar nu gaat dat weg, min of meer uit noodzaak. Met familie en vrienden die zomaar verdwijnen, voel ik almaar sterker de beperking van ons bestaan op mij wegen. En wil ik dan ook niet dat mijn vrouw na mijn afscheid moet zorgen voor de opruiming van wat vooral mijn bezit was. Ik verkoop en schenk nu wat ik als de grootste, zij het materiële, schat uit mijn leven beschouw.
En dat doet ook pijn…






