In september 1944 kwam Antwerpen met zijn wereldhaven in handen van de Geallieerden. Maar eerst moest nog de Scheldemonding veroverd worden en de Schelde zelf ontmijnd vooraleer de haven ook toegankelijk was. Op 28 november 1944 liep een eerste konvooi van negentien Amerikaanse ‘Liberty’ schepen de haven binnen. Vanaf die datum beschikte men over de grootste haven van het continent, 80 km landinwaarts gelegen en op een honderdtal kilometer van de zich terugtrekkende nazitroepen. Vanaf het moment echter dat Hitler besefte dat Antwerpen een strategisch steunpunt voor de Geallieerden was geworden, gaf hij het bevel om Antwerpen met de grond gelijk te maken. Blinde terreur moest stad en haven ontwrichten en het moreel naar beneden halen. Vanaf 13 oktober 1944 richtten de nazi’s hun V-wapens (Vergeldingswapens), die al honderden doden hadden gemaakt in Londen, ook op Antwerpen.
‘The City of Sudden Death’


De nazi’s beschikten over twee soorten gemotoriseerde vliegende bommen die uitgerust waren met een primitief automatisch sturingsmechanisme.
De V1 was een onbemand vliegtuig aangedreven door een straalmotor, dat op enkele honderden meters boven de grond aan een snelheid van 600 tot 800 km per uur op zijn doel afvloog. Het tuig kwam in een spiraal glijvlucht met 900 kg aan explosieven naar beneden. Het maakte daarbij een typisch pruttelend geluid. Niet alleen verraadde dit geluid zijn komst, ook was het mogelijk om het zo te traceren en uit de lucht te schieten met luchtafweergeschut.

In heel de V-bommencampagne werden in totaal 2.183 V1’s afgeschoten richting Antwerpen. Op een piekdag waren het er wel 160.
Op 16 december 1944 sloeg een vliegende bom in op cinema Rex in Antwerpen. Balans: 567 doden en 291 gewonden. Antwerpen was toen al twee en een halve maand bevrijd en de bioscoop zat op die zaterdagmiddag afgeladen vol: men speelde er de western ‘Buffalo Bill’.

Het werd de dodelijkste inslag in de V-bommencampagne die voor Antwerpen van 13 oktober 1944 tot 30 maart 1945, bijna zes maanden duurde. Het was zelfs een triest wereldrecord: het grootste aantal slachtoffers door één enkele raketaanval.
De V2 die verantwoordelijk was voor de Rex-ramp, was een raket met een explosieve lading van één ton die vanuit bezet Nederland (Overijssel) was afgeschoten. De raket vloog in een grote boog via de stratosfeer, sneller dan het geluid, op zijn doel af.
Deze raket kon men niet zien of horen aankomen en dus kon men ook geen alarm slaan. De Amerikaanse soldaten noemden Antwerpen spoedig ‘The City of Sudden Death’, de stad van de plotse dood. In totaal lanceerden de nazi’s in de oorlog 3.170 V2’s, waarvan 1.610 richting Antwerpen en 1.360 richting Londen. Kinderen werden geëvacueerd naar ‘den buiten’. Volwassenen die konden, verlieten de stad. Het gezinsleven speelde zich maandenlang deels af in een kelder.

De V2 raket van Werner V. Braun die mij nét niet te pakken kreeg:
Tot begin september 1944 woonden wij met z’n drieën, vader, moeder en ik, in het rustige Ekeren. Moeder was zwanger.
Na de bevrijding van Antwerpen op 5 september stopte onverwacht, tot verbijstering van velen, de opmars van de geallieerden aan het Albertkanaal.
Toen kort daarop de vijandelijkheden terug begonnen, bereikte de oorlog Merksem en meteen ook Ekeren. Er volgden zware geallieerde beschietingen op Ekeren. Wij moesten van de Duitsers ons huis verlaten in de tweede helft van september. Op de vlucht voor het oorlogsgeweld trokken mijn ouders op een pikdonkere nacht naar Kapellen. Geladen als muilezels met mij in de kinderwagen met daarbovenop nog wat valiezen, op de tast van boom naar boom. Die vijf km tussen de O.L.Vrouwestraat in Ekeren en het centrum van Kapellen duurde uren, want midden op straat lopen was onmogelijk, overal lagen mijnen.
Na de bevrijding van Kapellen door de Canadezen was het onmogelijk om terug te keren naar onze woning in Ekeren omdat de straten door de Duitsers nog ondermijnd waren.
Ons huis was bovendien door de beschietingen zwaar geteisterd en ook nog eens geplunderd door de zich naar het noorden terugtrekkende Duitse troepen.
Begin oktober werden wij met een vrachtwagen van de geallieerden geëvacueerd naar Antwerpen. Wij waren … oorlogsvluchtelingen.
Vader die ernstig ziek was ging naar zijn moeder in Berchem. Mama en ik werden gastvrij opgenomen bij haar ouders en zussen, mijn lieve grootouders Jan B. Smits en Anna Van Asten in de Berchemlei 198.
Tot rust komen van onze traumatische ervaringen in Ekeren en Kapellen was er nauwelijks bij, want Hitler had nog een zgn. vergeldingswapen achter de hand.
Op 13 oktober 1944 begon de terreur van de V-bommen.
Mijn babyzusje Annie overleed kort na haar geboorte (°11/01/1945 - †24/01/’45).
Moeder ging voor- en kort na de geboorte van Annie alle dagen over en weer naar Berchem om haar zieke man te bezoeken en te helpen verzorgen (vader overleed van Tuberculose op 15/03/1945). Hij werd slechts 26j.
Mijn moeder, Paula, heeft haar doodzieke man niet meegedeeld dat zijn dochter voor hem was gestorven. Dat kon zij hem niet aandoen. Dat moet verschrikkelijk zijn geweest voor haar om vader voor te liegen dat alles goed ging met de baby!
Op de ijskoude middag van 31 januari 1945 om 13u06 boorde zich een V2 raket in de grond, op zowat 300m. bij ons vandaan in de grote weide rechtover de Frans De Vriendtstraat in Borgerhout en ontplofte!
Eerst kwam de adembenemende luchtdruk, dan pas hoorden wij de oorverdovende enorme knal van de ontploffing van het TNT waarmee de raket geladen was!
Met enkele familieleden zaten wij tijdens de lunch aan tafel in de achterkeuken.
Ik kan mij de parallellogramachtige rare vorm van die keuken nog goed herinneren omdat die structuur achteraf bekeken onze redding bleek te zijn. De keuken stond haaks ten opzichte van de enorme raketinslag. Zo kreeg het grote achterraam - dat hoger op een gemetste muur stond ten opzichte van de tafel waaraan wij allen zaten - de volle kracht van de luchtdruk te verwerken.
Het volledige venster bezweek meteen.
Met één klap vloog het raam met omlijsting en al, over onze hoofden heen, tegen de tegenoverliggende muur in gruizelementen.
De daarachter gelegen veranda met glazen koepel werd meteen door het enorme venstergat de keuken in gekatapulteerd en vloog in duizenden stukken de ruimte in.
Het glas en het versplinterd hout vlogen als kogels in het rond.
Als bij wonder waren alleen grootmoeder en ik door het rondvliegend glas lichtgewond.
Als er toen iemand van ons gezelschap rechtop had gestaan, zij of hij zou meteen onthoofd zijn geweest. Glas en kapot hout lagen overal verspreid. De dampende aardappelen in de grote pot op de tafel lagen vol met glas en stukken hout en waren om meteen weg te gooien.
In de Berchemlei lag alles vol met glas, dakpannen, kapotte deuren en ramen. Er viel ook één dode (?). Een toevallige voorbijganger op straat.
De inslag in een weide, met een enorme diepe krater als gevolg, was onze redding geweest.
Op foto’s uit die tijd is te zien dat de beschadigde rolluiken aan de voorkant van het huis voor lange tijd neergelaten bleven. Die hielden stand omdat de luchtdruk van de ontploffing zich in het verlengde van de straat verplaatste. Het fragiele glas in lood in de voorkamer kon echter de druk niet weerstaan en sprong kapot.
Het duurde lang voor mijn grootouders aan de beurt kwamen bij de glazenmaker.
Die was in een ‘stad zonder glas’ door werk overstelpt.

Men zegt wel eens dat een kind van 2,5 jaar zich niets van die leeftijd kan herinneren? Daar ben ik het niet mee eens.
Die extreme ervaring is, gefragmenteerd, mijn verste herinnering!
Havenarbeiders
In de haven ontploften er op elke drie dagen gemiddeld twee V-bommen. De haven kon daardoor maar op 25% van haar capaciteit werken.
Ondanks die verschrikking en in de ijskoude winter van 1944 op ‘45 zonder voldoende voedsel, kleding en brandstoffen losten de dokwerkers dag en nacht, schip na schip, om de geallieerde opmars gaande te houden. Aan de dok dwong men een minimum aan voorzieningen en arbeidsvoorwaarden af. Zo ontstond de premie ‘Bibbergeld’.
Er vielen in totaal 131 doden en 380 gekwetsten onder de 26.000 havenarbeiders.
De geallieerde legerleiding had zeer lovende woorden over voor de Antwerpse dokwerkers die volgens haar de oorlog met één jaar verkortten. De moed en zelfopoffering van de havenarbeiders werd in 1950 beloond met de plaatsing naast het stadhuis van het standbeeld ‘De buildrager’, van Constantin Meunier (1831-1905) als eerbetoon voor hun havenarbeid in héél precaire omstandigheden.
De Passieve Luchtbescherming (PLB) en ‘Antwerp X’
Voor de eerste hulp bij zo’n inslag werd gerekend op de Passieve Luchtbescherming (PLB). Maar de organisatie hiervan verliep zeer moeizaam in de eerste dagen en weken van de V-bombardementen op Antwerpen.
Met behulp van de Amerikanen en de Britten, werd de werking van deze Antwerpse dienst geprofessionaliseerd, dankzij uitkijkposten op de Kathedraal en later op de Boerentoren. Tegen eind 1944, begin 1945, waren er ongeveer 1400 personen werkzaam bij de PLB. In tegenstelling tot de PLB, die pas in actie kwam na een bominslag, probeerde de luchtafweer V-bommen uit te schakelen voor ze de stad troffen.
De bescherming van de stad en haar omgeving kwam vooral in handen van de Amerikanen.
Vanaf november ’44 stond de luchtafweer onder het bevel van de ervaren Amerikaanse generaal C.H. Armstrong. Hij stuurde het ‘Anti-Flying Bomb Command Antwerp X’ aan.

Armstrong liet het luchtafweergeschut rond de stad plaatsen, onder meer in de Kempen en aan de Haven. In een straal van enkele tientallen kilometers rond de stad namen waarnemers plaats die de V1-bommen moesten spotten, doorseinen en uit de lucht laten schieten. Dat laatste was niet alleen bijzonder moeilijk, maar ook risicovol. Wanneer men een V1-bom raakte, kon men moeilijk inschatten waar die neerkwam. De Geallieerde luchtafweer hield V1-bommen tegen, maar was machteloos t.o.v. de snelle en krachtige V2-raketten. Bovendien veranderden de Duitsers nu en dan de locatie van hun lanceerplatformen, wat het moeilijker maakte om te anticiperen op de koers van de bommen. Naar het einde van de beschietingen toe, in maart 1945, werden bijna alle V1’s uit de lucht gehaald door ‘Antwerp X’.
Om de vijand geen nuttige informatie te verschaffen over het ‘succes’ van de bominslagen, verbood de Geallieerde censuur om erover te berichten in de media!
In totaal troffen 3.709 V-bommen doel in het arrondissement Antwerpen en daarbij kwamen 3.515 burgers en 714 militairen om het leven. 13% van de huizen in de stad werd zwaar beschadigd of verwoest.
Deze gruwelijke episode, van ‘elke dag angst’ uit de Tweede Wereldoorlog, mag nooit vergeten worden!!
Ingezonden door Marc Vincké (°10/08/1942) – licht aangepast door de redactie
Marc Vincké °10/08/1942



