'k Zie soms in een gedicht,
gelijk een bloeme staan een beeldschoon aangezicht,
een reine morgendaan;
en ik en weet omtrent, waar dat het is te vinden,
en ik en kan,
en 'k vind geen ander instrument dan mijne eigen stem,
om dat ene te loven,
en ik en heb er geen enkelen naam van boven:
noch van hier beneden,
noch van daar en weet ik hoe dat het is geheeten.
Guido Gezelle



