In de sluier van de lente, een zachte waas,
Strekt zich uit over velden en straat.
Het fluisteren van bloesems in de lucht,
Een zucht, een dans, een nieuw geluid.
Een symfonie van kleuren ontwaakt,
Als de aarde haar wintermantel afschudt.
In elke bloem ontluikt een nieuw verhaal,
Een stille belofte van groei en herstel.
De wind draagt geuren van ontluikend groen,
Een verleidelijke dans van aroma's.
Elke ademtocht is als een kus,
Van de lente die haar liefde verspreidt.
Het gefluister van vogels in de bomen,
Een melodie van vreugde en hoop.
Hun liedjes weven door de lucht,
Als een ode aan het leven dat ontwaakt.
De zon werpt haar stralen als gouden draden,
Weven een warme deken over het land.
Het land ontwaakt uit zijn diepe slaap,
En omarmt de lente in haar volle pracht.
In elk gebaar, een echo van vernieuwing,
Een belofte van een nieuwe start.
De lente hangt als een droom in de lucht,
Een tijdloos moment van hoop en liefde.
