Tegenover pakweg 70 jaar geleden is ons wooncomfort spectaculair toegenomen. Nu is het meer dan normaal dat we een verfrissende douche nemen na een lange dag, en dat onze billen er niet afvriezen op het toilet. Gelukkig maar! De statige interieurs die je in sommige huizen nog terugvindt, lijken wel een museum van het verleden. Herinner jij je deze 8 feitjes over wonen in de jaren ‘50 nog?
Wonen in de jaren ‘50
1. Druk in huis
Ook al waren de huizen kleiner dan nu, er woonden meer mensen onder één dak. Een gezin telde meer kinderen, en soms woonde er nog een ander familielid in, meestal een (groot)ouder. Woonzorgcentra bestonden toen nauwelijks, en oma of opa woonde in bij de kinderen.
2. Pronken met ‘beste kamer’
Ook al was er heel wat minder ruimte in huis dan we nu gewend zijn, vaak was er nog een ‘beste kamer’ of een salon met chique fauteuils en stoelen, erfstukken, kunst ... De kamer was een statussymbool: een deftig gezin had een pronksalon. Maar ... de kamer werd bijna nooit gebruikt. Terwijl de kinderen bij wijze van spreken opgestapeld lagen in kleine slaapkamers, werd dat vertrek niet benut.
3. Twee emmertjes water halen
Drie op de tien gezinnen hadden geen stromend water in huis. Water kwam via een handpomp of elektrische pomp uit een grond- en regenwaterput of uit een bak die het regenwater opving. Kwam er toch stromend water uit de kraan, dan was dat veelal koud water. Een boiler zag je toen nog niet vaak.
4. Een badkamer? Trendsetter!
Wie in de jaren ’50 een aparte badkamer had, was voor op zijn tijd. In meer dan acht op de tien gezinnen waste men zich met een washandje aan de pomp, de lavabo of bij een teiltje. Een keer per week verzamelde iedereen zich in de keuken of woonkamer voor ‘de grote wasbeurt’. Moeder zette een grote tobbe klaar met warm water, en een voor een ging men daarin om zich van top tot teen te wassen.
5. Toilet op de koer
In 1957 was de wc slechts in vier op de tien huizen aangesloten op de riolering. In de meeste gezinnen moest je ‘op de koer’ naar het toilet.
6. Het mysterieuze hartje
Ken je het typische hartvormige gat in de toiletdeur nog? Waarom dat er precies was, is niet helemaal zeker. Misschien was het gat er om op die manier daglicht binnen te krijgen op toilet. Of was het een verluchtingsgat? Of een kijkgat om te zien of de wc bezet was?
En waarom een hartje? Het kan verwijzen naar het hartje op speelkaarten: een toiletbezoek was ooit taboe, net als spelen met kaarten. Het hart kan ook verwijzen naar de ‘innerlijke’ mens. Sommige mensen zeggen dat een goede stoelgang ‘deugd doet aan het hart’. In Limburg spreekt men zelfs van een waarschuwing om niet te hard te ‘duwen’: ‘Sjiet diech het hart nit oet.’ Misschien is het zelfs geen hartje, maar een achterwerk?
7. IJsbloemen op de ramen
Nu zet je de verwarming aan en klaar. Als je het vroeger koud had in huis, moest je hard werken om de kolenkachel aan te steken. Eenmaal dat gelukt was, werd de woonkamer wel de gezelligste plek in huis. Iedereen zat ’s avonds dicht bij de kachel, want de andere ruimtes in huis waren niet verwarmd. Het bracht iedereen dichter bij elkaar.
8. Kolen scheppen tot je zwart ziet
Kolen scheppen was een vuil werkje. Stof en as overal. Iemand vroeg in 1957 aan Libelle of de redactie geen goede tip had om hem te beschermen tegen het roet. Het antwoord: ‘Vraag aan uw vrouw een of meerdere oude nylonkousen en trek deze overheen uw hoofd, zó ver dat ook uw nek goed bedekt wordt. Het overblijvende gedeelte van de kous, alsmede uw haren, kunt ge dan bedekken met bijvoorbeeld een alpinopetje. (...) Succes, mijnheer!’
Vroeger was alles anders, ook het eten. Herinner je je deze 10 feitjes over eten nog?

Deze weetjes komen uit ‘Vroeger was alles anders’ van Korneel De Rynck. Dit boek gaat over schepjes cichorei in de koffie, buurtcinema's en stoffige kolenkachels. Maar ook over telegrammen, bedevaarten naar Lourdes en toiletten buiten het huis. Vroeger was alles anders. Of toch zeer veel.
Verrassend voor jongere generaties, en heel herkenbaar voor wie een dagje ouder is.
Korneel de Rynck, Vroeger was alles anders, Angèle, 300 p., 22,50 euro



