In de Dialectquiz ontdek je hoe rijk de Vlaamse dialecten zijn. Je krijgt telkens een woord uit het West-Vlaams, Oost-Vlaams, Antwerps, Kempens, Limburgs, Brabants of Brussels en kiest wat het betekent. Herken je de woorden van thuis, of leer je er een paar bij van elders?
Het doel
Raad wat dialectwoorden betekenen. Elke quiz telt tien woorden uit de Vlaamse dialecten: West-Vlaams, Oost-Vlaams, Antwerps, Kempens, Limburgs, Brabants en Brussels.
Na het tiende woord zie je je score, bijvoorbeeld: ‘Je had 7 van de 10 vragen juist’.
De spelregels
Je mag rustig nadenken. Er is geen tijdslimiet.
- Bij elk woord krijg je vier mogelijke betekenissen in het Algemeen Nederlands, aangeduid met A, B, C en D.
- Precies één betekenis is juist.
- Je keuze is meteen definitief: je kunt ze niet ongedaan maken.
- Na je keuze zie je of je juist was en welke betekenis de juiste is. Soms staat erbij in welk plaatselijk dialect het woord opgetekend werd.
- Na tien woorden is de quiz afgelopen en krijg je je score.
Zo speel je hier
Lees het woord en de vier betekenissen. Tik op de betekenis die je kiest. Bekijk het juiste antwoord en tik daarna op ‘Volgende vraag’.
- Met een toetsenbord kun je antwoorden met de toetsen A tot en met D of 1 tot en met 4. Druk op Enter om verder te gaan.
- De streepjes bovenaan tonen bij welk woord van de quiz je bent.
- Met ‘Opnieuw’ begin je dezelfde quiz vanaf het begin.
- Met ‘Volgende quiz’ ga je naar het volgende quiznummer dat je nog niet gespeeld hebt.
- Met ‘Hoe speel je?’ open je de rondleiding; aan het einde kun je kiezen voor ‘Samen een voorbeeld spelen’. Met ‘Spelregels’ lees je op elk moment de regels in een venster.
De niveaus
Het niveau hangt af van hoe bekend een woord is.
- Makkelijk: woorden die de meeste Vlamingen kennen, ook buiten hun eigen streek.
- Gemiddeld: woorden die typisch zijn voor één streek en daar goed gekend zijn.
- Moeilijk: zeldzame, ouderwetse of heel plaatselijke woorden. Ook mensen van daar moeten soms twijfelen.
Je voortgang
Elk niveau heeft een vaste, genummerde reeks quizzen. Die reeks is voor iedereen dezelfde.
Bij de reeks zie je welke quiz je speelt, bijvoorbeeld ‘Makkelijk 7 · begonnen’. Via ‘Kies een quiz’ bekijk je de quizzen en kies je er een.
Een begonnen quiz onthoudt zijn stand, zodat je later kunt verder spelen.
Zonder account bewaart je browser je voortgang op dit toestel. Met een gratis account van SeniorenNet wordt je voortgang bij je account bewaard en zie je die op al je toestellen.
- Een vinkje (✓) betekent ‘gespeeld’.
- Drie puntjes (…) betekenen ‘begonnen’.
- Een kruisje (✗) betekent ‘niet gelukt’.
Hulp en afdrukken
Twijfel je bij een vraag? Tik bovenaan op ‘💡 Hulp’ en kies de tip, de 50/50. Foute antwoorden worden dan doorgestreept en weggehaald, tot er nog twee overblijven. Eén daarvan is juist. Je kunt de 50/50 bij elke vraag gebruiken.
Een quiz waarin je hulp gebruikte, telt als ‘gespeeld met hulp’. Verder kost hulp niets.
- Na de quiz kun je met ‘Speel je fouten opnieuw’ de vragen die je fout had nog eens proberen. Dat is om te oefenen: je uitslag blijft zoals ze was.
- Met ‘🖨 Afdrukken’ druk je de quiz af als vragenblad: de tien vragen met hun antwoorden om aan te kruisen. Op het laatste blad staan de juiste antwoorden, met de uitleg erbij.
Tips
- Zeg het woord eens luidop. Veel dialectwoorden klinken als een Nederlands woord met een andere uitspraak.
- Denk aan familie, buren of collega’s uit die streek: misschien heb je het woord van hen gehoord.
- Twijfel je? Schrap eerst de betekenissen die zeker niet passen en kies dan uit wat overblijft.
- Begin bij ‘Makkelijk’ om vertrouwd te raken met het spel.
- Een fout antwoord is niet erg: zo leer je telkens een nieuw woord bij.