Hallo allemaal,
Wat er gebeurt is weet ik ook niet maar de berichten van webmaster@ seniorennet. verdwenen naar verwijderde items, 'n geluk dat ik daar eens ging kijken. En nu het relaas van mijn schoonvader,geboren in 1905. en zoals de meesten in dien tijd tot 12 jaar naar school geweest.
De twee eerste bladen ontbreken, dus begin ik op blz. 3
In Kortrijk trokken beide mannen er van onder, zwart als schouwvegers
van het stof. Even buiten de stad Kortrijk verlieten we den grooten steenweg en reden verder langs stille veldbanen over Heule, Moorsele,
Rollegemcapelle, Ledegem, Dadizele en Gheluwe waar we kwart voor tien uur 's avonds toekwamen. We stopten aan een kleine herberg op de Dadizeele steeenweg genaamd " het meiboomke"Daar was het nogal een spelleke, al de velos, pakken met kleding en voedingwaren werden afgeladen- want we hadden zoo maar met onze elven een 500 kg mede.
Ik ondergetekende trok mijn hesp boven alsook een brood om eens goed te dineren want onze beer begon soms te grollen daar het al verscheidene uren geleden was dat we nog geeten hadden, we trokken daarna nog even eens buiten om een luchtje te scheppen en de toestand te bespreken en alles was daar rustig. We dronken nog een goed glaasje bier en we begaven ons met 7 man op den zolder om te logeren op de zolderplanken, de vier overigen logeerden bij Mr Jules Leyns- vleeshandelaar- op het hooi in de schuur. Den eenen had wat beter geslapen dan de andere maar in alle geval, mij heeft het niet veel beloofd, de planken waren te hard, te ver van huis niet wetende wat het daar was en daarbij gedurig de scherven van de aubussen van het afweergeschut op het dak gelijk hagelstenen
Zondag 19 Mei
We stonden 's morgens op te 6 1/2 kleden ons aan, namen onzen maaltijd en gingen naar de hoogpmis te 9 uur We liepen daarna wat heen en weer als verloren schapen en alzoo liepen wij daar altijd op kennissen en geburen die ook gevlucht waren.
In den namiddag vond Theofiel Caesemans hun vluchtelingen terug uit den oorlog 1914-1918, de Familie Waignien- Bost!ijn, Meenenstraat 4 Gheluwe. We trokken daar met eenige mannen naartoe en werden er goed ontvangen; Adolf verlangde dat we naar (Becelare?) zouden vertrekken om er de hofstede van zijn schoonbroeder open te houden,
daar pachter Verbruggen naar Ploegsteert vertrokken was.
Madam Waignien hield voorlopig het hof open en we zouden daar samen met de opbrengst van de boerderij leven.
We vertrokken onmiddelijk naar de hofstede in Becelare, bij onze aankomst had pachter Verbruggen het hof overgelaten aan vier vluchtelingen uit de Kempen onder leiding van boer ( Joris?) ,
we bleven er nietemin en zoo waren we met zeventien, madam en de dochter bleven er ook den helen dag en nacht, we werkten samen, planten er tabak, boterden zelf en deden het werk op de hoeve .
We reden intussen naar Gheluwe per velo of auto om inlichtingen en daar hadden we een groote kamer om te logeren op matrassen en twee a drie koppels konden in beden slapen.
Volgende keer het vervolg, hopelijk komt het niet te langdradig over.
niet wat ge zegt telt maar hoe ge het zegt.