Nog steeds even spannend die verhalen Wout.
Om in de sfeer van de oorlog te blijven heb ik ook enkele gebeurtenissen neergeschreven die nog sterk in mijn geheugen zijn gegrift.
Winter 1944 - 1945
De strenge winter maakt de oorlog nog ondraaglijker dan hij al is en om aan brandstof te geraken doen de mensen soms heel rare dingen.
In het bos zijn al vele bomen gesneuveld en ook onze pa heeft zijn aandeel daarin gehad. Het probleem is echter dat vers gekapt hout eigenlijk te nat is, niet goed brandt en weinig warmte afgeeft.
Jan, de man van pa’s zuster Lisa, is brouwersgast, komt overal en heeft ogen in zijne kop.
‘Om vijf uur kom ik je halen, zie da ge wakker zijt.’ Zegt hij tegen pa.
‘Zie maar da gij op tijd uit uw bed kunt, labbekak!’
De schoonbroers maken grapjes om niet te laten merken hoe ongerust ze zijn.
Nonkel Jan weet waar ze ergens droog hout kunnen “gaan halen…”
Zorg jij voor de kruiwagen en enkele zakken, ik breng de zaag en de klimijzers mee.’ Zegt Jan.
‘Klimijzers? Waar hebben we die voor nodig?’ Louis fronst zijn voorhoofd.
‘Je zal wel zien.’ Hij zwijgt abrupt want onze buurman komt bij hen staan.
Bij het weggaan draait hij zich nog één keer om, steekt zijn gespreide vingers in de lucht en vormt geluidloos met zijn lippen de woorden: vijf uur.
Louis is al vroeg wakker, hij heeft de hele nacht liggen woelen in bed maar toch voelt hij zich niet moe.
Het is nog pikdonker en muisstil als hij al buiten staat te wachten. Hij zwaait met zijn armen en slaat ze kruiselings over zijn borst om zijn koude handen te verwarmen.
Wanneer zijn zwager aankomt rollen ze de ijzers en de zaag in een paar jutezakken en leggen alles voorzichtig in de kruiwagen.
Om zo min mogelijk gerucht te maken rijden ze over het aarden voetpad en vermijden de kasseien. Jan gaat voorop want hij alleen kent de bestemming.
Ze zijn nog geen tien minuten onderweg als nonkel stop.
‘Hier is ‘t.’ Fluistert hij en Louis kijkt verbaasd op.
‘Wat? Hier? In den Bel Air? Hier staan nergens bomen, alleen wat struiken daar tegen de brug over de spoorweg.’
‘We komen niet voor die struiken maar voor dat wat er achter staat.’
‘Wat staat er daar achter? Ik zie niks.’ Pa knijpt zijn ogen tot spleetjes en spiedt in de duisternis.
‘Hier zie! Ziet gij dienen telefoonpaal niet?’
‘Ja maar,… daar boven hangen precies nog draden aan…’
‘Waarom heb ik die klimschoenen meegebracht denk jij? Vooruit trek ze aan, gij zijt gewoon van op een dak te klimmen, en zaag die kop eraf.’ Hij geeft pa de ijzers.
‘Gij zijt zot zeker,… als ze ons hiermee betrappen vliegen we den bak in.’
‘Haast je wat en babbel zo veel niet. Wilt gij droog hout hebben, ja of nee?’
Louis beseft dat hij geen tijd mag verliezen, bindt de puntige sporen aan, slaat een riem rond de paal en om zijn midden en klimt zo hoog mogelijk.
Jan rilt van de kou en de spanning.
Drie minuten later is de top doorgezaagd en staat pa weer op de grond.
Nu is het een koud kunstje om de paal gelijk met de grond af te zagen en in kleinere draagbare stukken te verdelen. Die worden dwars op de kruiwagen gestapeld en overdekt met de jute zakken. Ze maken zich nu vlug uit de voeten.
Als ze nog eens omkijken zien ze in het opkomend zonlicht hoe het stukje paal aan de telefoondraden op en neer danst.
Misschien morgen het vervolg...
Om in de sfeer van de oorlog te blijven heb ik ook enkele gebeurtenissen neergeschreven die nog sterk in mijn geheugen zijn gegrift.
Winter 1944 - 1945
De strenge winter maakt de oorlog nog ondraaglijker dan hij al is en om aan brandstof te geraken doen de mensen soms heel rare dingen.
In het bos zijn al vele bomen gesneuveld en ook onze pa heeft zijn aandeel daarin gehad. Het probleem is echter dat vers gekapt hout eigenlijk te nat is, niet goed brandt en weinig warmte afgeeft.
Jan, de man van pa’s zuster Lisa, is brouwersgast, komt overal en heeft ogen in zijne kop.
‘Om vijf uur kom ik je halen, zie da ge wakker zijt.’ Zegt hij tegen pa.
‘Zie maar da gij op tijd uit uw bed kunt, labbekak!’
De schoonbroers maken grapjes om niet te laten merken hoe ongerust ze zijn.
Nonkel Jan weet waar ze ergens droog hout kunnen “gaan halen…”
Zorg jij voor de kruiwagen en enkele zakken, ik breng de zaag en de klimijzers mee.’ Zegt Jan.
‘Klimijzers? Waar hebben we die voor nodig?’ Louis fronst zijn voorhoofd.
‘Je zal wel zien.’ Hij zwijgt abrupt want onze buurman komt bij hen staan.
Bij het weggaan draait hij zich nog één keer om, steekt zijn gespreide vingers in de lucht en vormt geluidloos met zijn lippen de woorden: vijf uur.
Louis is al vroeg wakker, hij heeft de hele nacht liggen woelen in bed maar toch voelt hij zich niet moe.
Het is nog pikdonker en muisstil als hij al buiten staat te wachten. Hij zwaait met zijn armen en slaat ze kruiselings over zijn borst om zijn koude handen te verwarmen.
Wanneer zijn zwager aankomt rollen ze de ijzers en de zaag in een paar jutezakken en leggen alles voorzichtig in de kruiwagen.
Om zo min mogelijk gerucht te maken rijden ze over het aarden voetpad en vermijden de kasseien. Jan gaat voorop want hij alleen kent de bestemming.
Ze zijn nog geen tien minuten onderweg als nonkel stop.
‘Hier is ‘t.’ Fluistert hij en Louis kijkt verbaasd op.
‘Wat? Hier? In den Bel Air? Hier staan nergens bomen, alleen wat struiken daar tegen de brug over de spoorweg.’
‘We komen niet voor die struiken maar voor dat wat er achter staat.’
‘Wat staat er daar achter? Ik zie niks.’ Pa knijpt zijn ogen tot spleetjes en spiedt in de duisternis.
‘Hier zie! Ziet gij dienen telefoonpaal niet?’
‘Ja maar,… daar boven hangen precies nog draden aan…’
‘Waarom heb ik die klimschoenen meegebracht denk jij? Vooruit trek ze aan, gij zijt gewoon van op een dak te klimmen, en zaag die kop eraf.’ Hij geeft pa de ijzers.
‘Gij zijt zot zeker,… als ze ons hiermee betrappen vliegen we den bak in.’
‘Haast je wat en babbel zo veel niet. Wilt gij droog hout hebben, ja of nee?’
Louis beseft dat hij geen tijd mag verliezen, bindt de puntige sporen aan, slaat een riem rond de paal en om zijn midden en klimt zo hoog mogelijk.
Jan rilt van de kou en de spanning.
Drie minuten later is de top doorgezaagd en staat pa weer op de grond.
Nu is het een koud kunstje om de paal gelijk met de grond af te zagen en in kleinere draagbare stukken te verdelen. Die worden dwars op de kruiwagen gestapeld en overdekt met de jute zakken. Ze maken zich nu vlug uit de voeten.
Als ze nog eens omkijken zien ze in het opkomend zonlicht hoe het stukje paal aan de telefoondraden op en neer danst.
Misschien morgen het vervolg...
Wie tevreden is met wat hij heeft,
is de rijkste die er leeft.
is de rijkste die er leeft.
