Goeiedag,
Ik heb mijn vorig werkstuk herlezen en moet met schaamte bekennen dat er wel heel wat fouten in staan. Ik neem me opnieuw voor daar iets aan te doen en ondertussen hoop ik dat de aandachtige lezers toch er iets van kunnen maken en dat zal wel lukken want er zijn hier niets dan wreed verstandige en aandachtig geïntresseerde lezers.
Toch dit: VTV moet zijn: VTB, de Vlaamse ToeristenBond, en daar deden wij thuis fietstochten mee, heel de familie, mijn vader in kostuum, met hemd met slappe kol over de vest, sportief dus. Soms was dat met volk, soms met een klein groepje jong volk. Mijn zusters waren 15 en 17 jaar, tussen dat jong sportief manvolk konden ze rekenen op een brede belangstelling. Mijn vader had niet alleen een sportieve opvoeding in 't oog, heimelijk dacht hij misschien ook op het maatschappelijke kennisveld van zijn dochters te verbreden. Maar hij hield een oogje in 't zeil. Het ging er sportief maar ook zeer deftig aan toe en in die tijd kon dat. Na het fietsen recht naar huis. Met mijn oudste was er een tijdje een romance, maar die knapte in 't begin van de oorlog af.
Op onze vlucht moesten we niet ver zijn, dat viel mij mee, want al gaande met onze fiets verminderde mijn enthoesiasme voor de vlucht, ik had mij iets meer avontuurlijks ingebeeld.. Nonkel Jef woonde in del Jacob Jacobsstraat, vlak bij het centraal station, een straatje dat vanuit de Pelikaanstraat naar het stadspark loopt. Een joodse straat, misschien de meest joodse straat vqn Antwerpen, misschien was Nonkel Jef wel de enige die niet jood was. Op de 3 à 400 meter dat het straat lang is, zijn er 3 synagogen. (in Antwerpen zijn er 30 synagogen, dat is meer dan katholieke parochiekerken).
Er is maar heel weinig dat ik me herinner. Veel beroering, zenuwachtige joden, vrachtwagens die werden volgeladen, en wij met de fiets en een groot bol staand beddelaken. En dan een Nonkel Jef die er altijd vrolijk uit zag. Ik kan me alleen maar voorstellen dat we ons daar enorm verveelden en dat mijn vader en moeder niet goed wisten hoe het verder moest.
Gelukkig duurde het niet lang. Ik denk dat het al de volgende dag was, dat kort na de middag bekend werd dat men 48 uur moest binnen blijven. Dat is de kapitulatie van Antwerpen zei mijn vader, zonder slag of stoot, komaan, terug alles in de beddelakens, we gaan terug naar huis, nu direkt, voordat ze de bruggen opblazen want dan zitten we hier vast. Er klonk opluchting in zijn stem. Dag nonkel Jef. En terwijl de laatste joden die dat nog konden met hun camion weg trokken, namen wij de weg terug naar huis.
Van die terugweg herinner ik me alleen, dat het beklemmend rustig was, demeestz mensen hadden zich teruggetrokken, op de brug over het Albertkanaal liepen nog enkele zeldzame mensen naar Antwerpen, maar wij waren de enige, met vijven op een rijtje, fiets aan de hand, terug Merksem binnen; eigenlijk iets voor in een triestige film over volkeren in nood op de vlucht, of zoiets.
Merksem leek bijna verlaten, bijna niemand te zien, de blaffeturen waren neergelaten. Misschien moesten de mensen op dat moment al binnen blijven. Ons huis stond er nog, binnen waren we veilig, Louis Van Kuyck verwittigd dat we terug waren. Voornamelijk mijn vader was opgelucht, omdat hij verlost was van een moeilijke bedslissing. Er zou komen wat komen moest, en wij waren allemaal een beetje opgelucht. De duitsers werden verwacht.
Eerst rustig gaan slapen.
slaapwel.
Amadee.
------------------------------
En ton ze de prijs van de sla zag, kreeg ze de krop in de keel.
Ik heb mijn vorig werkstuk herlezen en moet met schaamte bekennen dat er wel heel wat fouten in staan. Ik neem me opnieuw voor daar iets aan te doen en ondertussen hoop ik dat de aandachtige lezers toch er iets van kunnen maken en dat zal wel lukken want er zijn hier niets dan wreed verstandige en aandachtig geïntresseerde lezers.
Toch dit: VTV moet zijn: VTB, de Vlaamse ToeristenBond, en daar deden wij thuis fietstochten mee, heel de familie, mijn vader in kostuum, met hemd met slappe kol over de vest, sportief dus. Soms was dat met volk, soms met een klein groepje jong volk. Mijn zusters waren 15 en 17 jaar, tussen dat jong sportief manvolk konden ze rekenen op een brede belangstelling. Mijn vader had niet alleen een sportieve opvoeding in 't oog, heimelijk dacht hij misschien ook op het maatschappelijke kennisveld van zijn dochters te verbreden. Maar hij hield een oogje in 't zeil. Het ging er sportief maar ook zeer deftig aan toe en in die tijd kon dat. Na het fietsen recht naar huis. Met mijn oudste was er een tijdje een romance, maar die knapte in 't begin van de oorlog af.
Op onze vlucht moesten we niet ver zijn, dat viel mij mee, want al gaande met onze fiets verminderde mijn enthoesiasme voor de vlucht, ik had mij iets meer avontuurlijks ingebeeld.. Nonkel Jef woonde in del Jacob Jacobsstraat, vlak bij het centraal station, een straatje dat vanuit de Pelikaanstraat naar het stadspark loopt. Een joodse straat, misschien de meest joodse straat vqn Antwerpen, misschien was Nonkel Jef wel de enige die niet jood was. Op de 3 à 400 meter dat het straat lang is, zijn er 3 synagogen. (in Antwerpen zijn er 30 synagogen, dat is meer dan katholieke parochiekerken).
Er is maar heel weinig dat ik me herinner. Veel beroering, zenuwachtige joden, vrachtwagens die werden volgeladen, en wij met de fiets en een groot bol staand beddelaken. En dan een Nonkel Jef die er altijd vrolijk uit zag. Ik kan me alleen maar voorstellen dat we ons daar enorm verveelden en dat mijn vader en moeder niet goed wisten hoe het verder moest.
Gelukkig duurde het niet lang. Ik denk dat het al de volgende dag was, dat kort na de middag bekend werd dat men 48 uur moest binnen blijven. Dat is de kapitulatie van Antwerpen zei mijn vader, zonder slag of stoot, komaan, terug alles in de beddelakens, we gaan terug naar huis, nu direkt, voordat ze de bruggen opblazen want dan zitten we hier vast. Er klonk opluchting in zijn stem. Dag nonkel Jef. En terwijl de laatste joden die dat nog konden met hun camion weg trokken, namen wij de weg terug naar huis.
Van die terugweg herinner ik me alleen, dat het beklemmend rustig was, demeestz mensen hadden zich teruggetrokken, op de brug over het Albertkanaal liepen nog enkele zeldzame mensen naar Antwerpen, maar wij waren de enige, met vijven op een rijtje, fiets aan de hand, terug Merksem binnen; eigenlijk iets voor in een triestige film over volkeren in nood op de vlucht, of zoiets.
Merksem leek bijna verlaten, bijna niemand te zien, de blaffeturen waren neergelaten. Misschien moesten de mensen op dat moment al binnen blijven. Ons huis stond er nog, binnen waren we veilig, Louis Van Kuyck verwittigd dat we terug waren. Voornamelijk mijn vader was opgelucht, omdat hij verlost was van een moeilijke bedslissing. Er zou komen wat komen moest, en wij waren allemaal een beetje opgelucht. De duitsers werden verwacht.
Eerst rustig gaan slapen.
slaapwel.
Amadee.
------------------------------
En ton ze de prijs van de sla zag, kreeg ze de krop in de keel.

