a is beginwaarde.
eerste jaar:
a+a/8=9a/8
tweede jaar:
9a/8+9a/8 x 4/9 = 9a/8+36a/72 = 9a/8+a/2 = (9a+4a)/8 = 13a/8
derde jaar:
13a/8+13a/8 x 5/13 = 13a/8+65a/104 = (169a+65a)/104
(169a+65a)/104 = 27000/1
169a+65a = 27000x104
234a = 2808000
a = 2808000/234 = 12000
Wie op wraak zint, houdt zijn eigen wonden open.
denookStartte dit onderwerp13 jan 2010, 20:54Vlaams-Brabant1.870 berichten
goede avond iedereen,
eerste evaluatie:
vraag 1) pastoor - OK -
wel geen oplossing met een vergelijking,
pastoor weet wel hoe het moet,
doch... als hij alles typte was hij misschien niet de eerste
in de rij van oplossers.
vraag 7) lotte - OK
opgelost binnen dezelfde minuut als pastoor,
benieuwd voor straks
vraag 6) sloeberkebebo - OK
inderdaad sloeberkebebo - je gebruikt de juiste formule.
Deze formule kan ook bewezen worden -
misschien geef ik het bewijs wel eens op het einde
(-pastoor mag ook een bewijsje zoeken ...)
vraag 8 ) oomski - OK
was een oefening speciaal voor jou oomski,
als je kwam tenminste.
Maar je was er - fijn!
Vraag 5) In een rechthoekig assenkruis zijn M(2,4), N(7,3) en P(2,-3) de middens van de zijden van een driehoek. Bereken de oppervlakte van de driehoek.
Als men in een gelijkzijdige driehoek de 3 middens van de zijden verbindt, dan heeft men 4 driehoeken met gelijke oppervlakte. Hetzelfde is geldig voor een gelijkbenige driehoek en a fortiori voor eender welke driehoek. De oppervlakte van de driehoek MNP maal 4 is de gevraagde oppervlakte.
Stel de eenheid van het assenkruis gelijk aan 1 cm.
Neem MP als basis van driehoek MNP. MP = 7 cm. De hoogte is 5 cm.
De oppervlakte van de driehoek MNP is: (5 cm).(7 cm)/2 = 17,50 cm².
De gevraagde oppervlakte is dan (17,50 cm²).4 = 70 cm².
Antwoord: 70 cm².