dinsdag 19 oktober 2010,
tien wiskundige problemen en probleempjes,
1) In een spinneweb telt Carsten 16 spinnen en vliegen samen.
Hoeveel vliegen tel je dan wel? vraagt Lise.
Ik tel 102 poten, antwoordt Carsten.
Wat is dan het antwoord op de vraag van Lise?
2) Bij drie gelijkbenige driehoeken A, B en C meten de opstaande zijden
overal 10 meter.
De basis van A is 12 meter, die van B is 14 meter en die van C 16 meter.
Bereken welke driehoek de kleinste oppervlakte heeft.
3) ik voer een nieuwe bewerking in: <<
a << b als 10a < b.
Welke van volgende beweringen zijn dan juist?
A) 0,2 << 0,9
B) 0,00006 << 0,0003
C) 0,004 << 0,01
D) 0,0008 << 0,07
E) 0,4 << 0,05
4) Welke van volgende uitspraken zijn waar?
Het product van 8 opeenvolgende getallen is steeds deelbaar door:
A) 25, B) 26, C) 27, D) 28, E) 29.
5) Vijf leerlingen zitten naast elkaar op 5 stoelen, genummerd van 1 tot 5.
Ze verplaatsen zich als volgt:
1 gaat naar 3, 2 gaat naar 1, 3 gaat naar 4, 4 gaar naar 2 en 5 blijft op 5.
En dat steeds maar opnieuw volgens hetzelfde principe:
1 gaat naar 3, 2 gaar naar 1, enz...
Op welke stoel zit de leerling die bij de start op stoel 1 zat, na 2010 ver-
plaatsingen?
6) Jantje telt tweemaal zijn leeftijd van binnen twee jaar op bij driemaal
zijn leeftijd van binnen drie jaar en vindt zo zesmaal de huidige leeftijd.
Hoe oud is Jantje nu?
7) Er staan 25 bekers op tafel. Je moet er steeds 4 tegelijk omkeren (een
beker mag meerdere keren omgekeerd worden).
Hoeveel beurten (-van telkens 4 bekers omdraaien-) heb je minstens
nodig om alle bekers omgekeerd te krijgen?
8 ) Men beschikt over 27 identieke kubusjes. Bij iedere kubus schildert
men op twee overstaande zijvlakken een '1', op twee andere overstaande
zijvlakken een '2' en op de laatste twee overstaande zijvlakken een '3'.
Nu stelt men door te plakken met deze 27 kubusjes één grote kubus
samen.
Als ik de grote kubus langs alle zijden bekijk, hoeveel cijfers '1' kan ik
dan maximaal aan de buitenkant zien?
9) In 13 kisten zitten in totaal 2010 appels.
x is het aantal appels in de kist met het meeste appels.
Zoek de kleinst mogelijke waarde van x.
10) Lia gaat shoppen met een beetje geld op zak.
Overdag geeft ze 1/5 van haar geld uit en 's avonds nog eens 1/5 van
wat overblijft.
In totaal heeft ze zo 36 euro uitgegeven.
Met hoeveel geld is ze vertrokken?
succes iedereen en tot morgen,
denook
ps. vragen 3 en 8 waren mooie 'tekening'-vragen.
Ik kreeg ze er weer niet op - daarom vervangen door ...
Sorry sloeberkebebo