dinsdag 29 maart,
tien wiskundige problemen en probleempjes,
1) Even en oneven data.
19.11.1999 bestaat alleen uit oneven cijfers; dit is een oneven datum.
02.02.2008 bestaat alleen uit even cijfers; dit is een even datum.
Wat is de eerste oneven datum na 02.02.2008?
Wat was de laatste even datum vóór 19.11.1999?
(opletten: dagen en maanden steeds met twee cijfers schrijven)
2) In de 8 vakjes van het vierkant van sloeberkebebo komen de cijfers
1 tot 8 alle eenmaal voor.
Als de som van de getallen in elke rij en elke kolom gelijk is aan 12,
Wat is dan de som van de vier hoekgetallen?
3) Alle leerlingen van de school kiezen een nieuwe mascotte.
1/3 van de leerlingen kiest Laa-Laa,
1/4 van de leerlingen kiest Po,
1/5 van de leerlingen kiest Dipsy,
1/6 van de leerlingen kiest Tinky Winky,
18 leerlingen stemmen blanco.
Hoeveel leerlingen telt de school als iedereen slechts één stem uitbrengt?
4) De vierhoek ABCD van sloeberkebebo heeft volgende afmetingen:
AB = 5, BC = 8, CD = 9 en DA = 20.
Als BD ook een natuurlijk getal is, wat zijn dan de mogelijkheden?
5) Hans, die ongeveer in het midden van een straat met 100 huizen woont,
zegt tegen zijn vriend Jan die twee huizen verder woont en tegen Piet, die
aan de overkant woont maar veel verder: “leuk hé, al onze huisnummers
zijn priemgetallen”. Op welke nummers wonen de vrienden?
6) In Amerika heb je muntjes van 1, 5, 10 en 25 cent.
In Europa heb je muntjes van 1, 2, 5, 10, 20 en 50 cent.
Welke bedragen kun je in Amerika met ‘minder’ muntjes betalen dan
In Europa? Voorbeeld: 26 cent geeft: Amerika 2, Europa 3 muntjes.
7) de letter ‘e’.
Vul juist in: “In deze zin zie je … keer de letter ‘e’ staan.”
8 ) zie figuur van sloeberkebebo,
M is middelpunt van een cirkel met straal 6,
N is middelpunt van een cirkel met straal 4,
de cirkels raken elkaar uitwendig in A,
door A gaat een rechte die MN snijdt onder een hoek van 30°,
deze rechte snijdt cirkel M in B en cirkel N in C.
Bereken de verhouding CA/CB.
9) Een strook papier verdeel je in 5 gelijke delen.
Twee delen bewaar je, één deel gooi je weg en met de andere delen
herhaal je dezelfde procedure.
Als je zo verder blijft herhalen, welk deel van de oorspronkelijke
strook blijft dan uiteindelijk over?
A) 1/2, B) 7/15, C) 3/5, D) 2/3, E) 4/5
10) Kies een willekeurig getal van 1 tot 99
(let op: 1, 2, 3, …, 9 schrijf je als 01, 02, 03, …, 09).
Maak nu, startend met jouw getal, volgende rij:
- deel je getal door 2 (afronden naar beneden)
voorbeeld: 85, 42,
- dan, indien nodig cijfers omwisselen, zo dat het grootste
cijfer vooraan staat,
voorbeeld: 85, 42, 21, 10, 05, 50, 25 …
Hoe je ook start, op een bepaald moment krijg je een deelrij
die zich steeds herhaalt.
Wat is het eerste getal van die zich herhalende deelrij, als je
start met het getal 99?
Dit was het weer,
dank aan sloeberkebebo,
succes iedereen,
tot morgen, denook