Meester Denook,
Vraag 8 ) M is middelpunt van een cirkel met straal 6, N is middelpunt van een cirkel met straal 4, de cirkels raken elkaar uitwendig in A, door A gaat een rechte die MN snijdt onder een hoek van 30°, deze rechte snijdt cirkel M in B en cirkel N in C.
Bereken de verhouding CA/CB.
MN snijdt A onder een hoek van 30° in cirkel met middelpunt N en straal 4.
Of hoek CAN = 30°.
Omwille van die 30°, zijn A en C twee punten van een ingeschreven zeshoek.
(of ook van een ingeschreven driehoek met zijde AN).
Het volstaat punt D (tussen A en C) te bepalen op afstand straal = 4.
Dan is hoek DAC = 30°.
(En men kan de andere punten van de zeshoek bepalen, maar is niet nodig).
Hoek DAN = hoek DAC + hoek CAN = 60°.
Inherent is dan driehoek ANC ingeschreven.
Gelijkbenig (straal van de cirkel).
Hoek CAN is 30°. Hoek NCA is 30°.
Hoek ANC = 180° - 30° -30° = 120°.
Goniometrie, willekeurige driehoek.
In een driehoek is elke zijde gelijk aan de diameter van de omschreven cirkel .... en zo voort.
AC = 2.straal.(sin 120°) = 2.4.(sin 120) = 8.(sin 120°).
Indien die hoek CAN niet 30° was, dan telt het vorige niet
Vraag 8 ) M is middelpunt van een cirkel met straal 6, N is middelpunt van een cirkel met straal 4, de cirkels raken elkaar uitwendig in A, door A gaat een rechte die MN snijdt onder een hoek van 30°, deze rechte snijdt cirkel M in B en cirkel N in C.
Bereken de verhouding CA/CB.
MN snijdt A onder een hoek van 30° in cirkel met middelpunt N en straal 4.
Of hoek CAN = 30°.
Omwille van die 30°, zijn A en C twee punten van een ingeschreven zeshoek.
(of ook van een ingeschreven driehoek met zijde AN).
Het volstaat punt D (tussen A en C) te bepalen op afstand straal = 4.
Dan is hoek DAC = 30°.
(En men kan de andere punten van de zeshoek bepalen, maar is niet nodig).
Hoek DAN = hoek DAC + hoek CAN = 60°.
Inherent is dan driehoek ANC ingeschreven.
Gelijkbenig (straal van de cirkel).
Hoek CAN is 30°. Hoek NCA is 30°.
Hoek ANC = 180° - 30° -30° = 120°.
Goniometrie, willekeurige driehoek.
In een driehoek is elke zijde gelijk aan de diameter van de omschreven cirkel .... en zo voort.
AC = 2.straal.(sin 120°) = 2.4.(sin 120) = 8.(sin 120°).
Indien die hoek CAN niet 30° was, dan telt het vorige niet
Laatst gewijzigd door pastoor op 01 apr 2011, 06:16, 1 keer totaal gewijzigd.
Sudoku, wijntjes proeven, genieten.


