.
.
.
VORIGE NACHT ALLEEN MAAR GESLAPEN
.
.
.
Lees , oude dames oude ventjes
Lees Norman en waardeer
Het beste komt toch na de prentjes
Dat zeg ik nu toch elke keer
&
Regendruppels drogen wel weer op
Wapens daarentegen , kosten je , je kop
Muggen kunnen steken , nooit worden ze het moe
Wapens daarentegen , doen de deuren toe
Cartoons zijn een giller , als je zin voor humor hebt
Wapens zijn een killer , als je als hart een tumor hebt
Woorden zijn maar wind , toch doen ze je soms pijn
Wapens zijn echt , en de gebruiker is venijn
&
Ik ben nooit klaar met leven
Ik doe het elke dag
Maar zit alvast te beven
Straks ga ik over slag
Ik ben nooit klaar met schrijven
Ik doe het elke nacht
Want mijn gedachten drijven
Als het maantje lacht
Ik ben nooit klaar met hopen
Er gaat nog zoveel fout
Ik heb het overlopen
Mijn oplossing is goud
&
Er staat je wat te wachten
De toekomst is een val
Want onbekende krachten
Die sturen het heelal
Het staat nog te bezien
Of ik het kan begrijpen
Hoe kon ooit Armand Pien
Het weerbericht zo slijpen
Je staat er van versteld
Hoe al die namaakgoden
Zo goochelen met geld
Het moest worden verboden
&
Toen Jantje zei : Ik heb geen honger
Toen strooide mama verder
Jan at met smaak zijn hagelslag
Want zo begint een man zijn dag
Toen Pietje zei : Ik kan dat beter
Vroeg iedereen wat hij bedoelde
Hij strooide nog wat zout in 't eten
De maaltijd kon je dus vergeten
Toen Adolf zei : We gaan dat winnen
Sprak een soldaat de Führer tegen
Hij kreeg gelijk maar geen medaille
Dat was de nasleep van Versailles
&
Ooit in een land hier ver vandaan
Zullen wij elkaar beminnen
Hier beneden schijnt de maan
En verwart al onze zinnen
Ooit in een land heel ver van hier
Moeten wij nooit meer werken
Daar is rijstpap en plezier
Dat gaat buiten alle perken
Ooit in een land , het duurt nog eeuwen
Worden alle dromen waar
Men gooit je nooit meer voor de leeuwen
Het komt als ik maar heel lang spaar
&
Een kikker werd een prins
Toen werd hij alsmaar dikker
Een maagring bood soelaas
Men spreekt nu van een slanke dwaas
Een arme werd eens rijk
Toen kon hij zich verwarmen
De aarde raakte uitgeput
Wat is van rijkdom toch het nut
&
Heel hoog in het heelal
Is het altijd stil
Je krijgt er nooit de bal
Die vliegt waar hij wil
Heel hoog in het heelal
Kijkt een wijze naar beneden
En ziet : Het is daar altijd bal
Of oorlog maar nooit vrede
Heel hoog in het heelal
Merk je niets van mensen
En wat was , of wat ooit zal
Dat zijn verboden wensen
&
Word nooit kwaad
Is de raad
Die elke wijze geeft
Want wat lief is enkel leeft
Word nooit rijk
Geld is slijk
Wat dodelijk blijft kleven
Blijer word je door te geven
Word nooit heet
Want voor je 't weet
Worden de lusten lasten
Maar ongeloof kwelt jonge gasten
&
Ik lig in bed maar da's ook alles
Ik denk nog steeds aan Texas Dallas
En hoe John daar werd vermoord
Jij denkt : Wat is die man gestoord
Ik lig in bed en kan niet slapen
En wie zo moe wordt moet wel gapen
Ik zet dan maar wat op papier
Van de krekel en de mier
Ik lig in bed en denk : Wanneer
Komt ooit geluk bij mij een keer
Ik kan alleen maar wachten
Zo rijpen mijn gedachten
&
Leer al het goede kennen
Maar hou het kwade buiten
Het internet kan je verwennen
Maar je ook en vast opsluiten
Leer al het goede doen
Keer je af van al het boze
Wat nieuw is lijkt zo groen
Het goede zit in oude dozen
Leer al het goede geven
Laat je hart toch niet bezwijken
Dan gaan je kinderen langer leven
En worden alle armen rijken
&
Hij is gekomen
Omdat jullie anders blijven dromen
Omdat jullie anders blijven slapen
Onnadenkend als de apen
Hij is gekomen
Omdat jullie het bos niet zien door de bomen
Omdat jullie het leven niet waarderen
Vraatzuchtig als de beren
Hij is gekomen
Om jullie klaar te stomen
Om jullie dagelijks te zien blozen
Open gebloeid als mooie rozen
&
In Halle vallen alle ballen
Alle ballen in het doel
Want de ploeg heeft goede spitsen
En zelfs Witse heeft gevoel
Hela blitse spitse Witse
Spitse Witse hou je koest
Nu de misdaad loopt te knallen
Nu niet rusten of je roest
.
.
.















.
.
.
.
.
.
.
.



Dit is prachtig : Tjitske Jansen , leren kennen in het VPRO-programma BOEKEN zondags om 11.20u
.
.
Als iemand mij nou maar
Als iemand mij nou maar
had opgeraapt
en in zijn zak gestopt
en daar gelaten had,
dat af en toe een hand mij vond,
voelde hoe zacht ik was
en dan weer losliet.
Of op de vensterbank gelegd,
op 't nachtkastje,
in een rommeldoos.
De keukenla!
Ik heb nog nooit een reis gemaakt,
ik moest zo nodig wortel schieten.
Als iemand mij nou maar had opgeraapt,
er was niets aan de hand geweest,
ik was kastanjebruin geweest,
ik had geglansd, geglansd,
wat later was ik wat gaan rimpelen,
en dan, nou ja, maar nu,
nu moet ik onvrijwillig transformeren
en niet zo'n beetje ook.
En steeds als ik zo ongeveer
gewend ben aan mijn nieuwe vorm,
steeds als ik zo min of meer
geaccepteerd heb
dat ik ben zoals ik ben,
dan ben ik alweer anders.
En als het nu zo was dat ik gekozen had
om zo te zijn, dat ik het wilde:
steeds een ring erbij,
zoveel soortgenoten aan mijn takken
in hun veilig stekelhuis,
zo anders dan ikzelf,
maar wat weet ik het nog goed.
Ik heb het opgegeven
te zijn zoals ik ben.
Ik groei maar mee
met wie ik worden zal.
Af en toe hoor ik
Dat iemand zegt
Hoe mooi ik ben.
In mijn schaduw
gebeuren dingen
die de moeite waard zijn.
&
&
&
Opruimen en zwemmen
Opruimen en zwemmen
dat is alles wat er moet vandaag.
Ik ga geen beroep doen op vriendschap
die hoeft mij niet te zien om er te zijn.
Dat ga ik vandaag geloven.
Dat hoge doel kan ook wel even wachten.
Hoge doelen staan bekend om hun grote geduld.
Ik hoef vandaag niet op een dak te zingen,
geen ongevraagde engel van de stad te zijn.
Ik ga wat aan mijn moeder denken
hoeveel zij houdt van mij.
Dat ga ik vandaag geloven.
Ik weet dat er een hond is
met oren als omgevouwen beukenbladeren
Ik weet dat er een gans is
met een hals als de stam van een oude eik -
in plaats van gaatjes in zijn snavel zat een pluisje.
Ergens ligt een witte pauw op een veld vol madeliefjes.
Ergens bloedt een zon leeg.
ik hoef het niet te zien vandaag.
.
.
.
-------------------------------------------------
uit: 'Het moest maar eens gaan sneeuwen', 2003.
Schrijfster: Tjitske Jansen
.
.
VORIGE NACHT ALLEEN MAAR GESLAPEN
.
.
.
Lees , oude dames oude ventjes
Lees Norman en waardeer
Het beste komt toch na de prentjes
Dat zeg ik nu toch elke keer
&
Regendruppels drogen wel weer op
Wapens daarentegen , kosten je , je kop
Muggen kunnen steken , nooit worden ze het moe
Wapens daarentegen , doen de deuren toe
Cartoons zijn een giller , als je zin voor humor hebt
Wapens zijn een killer , als je als hart een tumor hebt
Woorden zijn maar wind , toch doen ze je soms pijn
Wapens zijn echt , en de gebruiker is venijn
&
Ik ben nooit klaar met leven
Ik doe het elke dag
Maar zit alvast te beven
Straks ga ik over slag
Ik ben nooit klaar met schrijven
Ik doe het elke nacht
Want mijn gedachten drijven
Als het maantje lacht
Ik ben nooit klaar met hopen
Er gaat nog zoveel fout
Ik heb het overlopen
Mijn oplossing is goud
&
Er staat je wat te wachten
De toekomst is een val
Want onbekende krachten
Die sturen het heelal
Het staat nog te bezien
Of ik het kan begrijpen
Hoe kon ooit Armand Pien
Het weerbericht zo slijpen
Je staat er van versteld
Hoe al die namaakgoden
Zo goochelen met geld
Het moest worden verboden
&
Toen Jantje zei : Ik heb geen honger
Toen strooide mama verder
Jan at met smaak zijn hagelslag
Want zo begint een man zijn dag
Toen Pietje zei : Ik kan dat beter
Vroeg iedereen wat hij bedoelde
Hij strooide nog wat zout in 't eten
De maaltijd kon je dus vergeten
Toen Adolf zei : We gaan dat winnen
Sprak een soldaat de Führer tegen
Hij kreeg gelijk maar geen medaille
Dat was de nasleep van Versailles
&
Ooit in een land hier ver vandaan
Zullen wij elkaar beminnen
Hier beneden schijnt de maan
En verwart al onze zinnen
Ooit in een land heel ver van hier
Moeten wij nooit meer werken
Daar is rijstpap en plezier
Dat gaat buiten alle perken
Ooit in een land , het duurt nog eeuwen
Worden alle dromen waar
Men gooit je nooit meer voor de leeuwen
Het komt als ik maar heel lang spaar
&
Een kikker werd een prins
Toen werd hij alsmaar dikker
Een maagring bood soelaas
Men spreekt nu van een slanke dwaas
Een arme werd eens rijk
Toen kon hij zich verwarmen
De aarde raakte uitgeput
Wat is van rijkdom toch het nut
&
Heel hoog in het heelal
Is het altijd stil
Je krijgt er nooit de bal
Die vliegt waar hij wil
Heel hoog in het heelal
Kijkt een wijze naar beneden
En ziet : Het is daar altijd bal
Of oorlog maar nooit vrede
Heel hoog in het heelal
Merk je niets van mensen
En wat was , of wat ooit zal
Dat zijn verboden wensen
&
Word nooit kwaad
Is de raad
Die elke wijze geeft
Want wat lief is enkel leeft
Word nooit rijk
Geld is slijk
Wat dodelijk blijft kleven
Blijer word je door te geven
Word nooit heet
Want voor je 't weet
Worden de lusten lasten
Maar ongeloof kwelt jonge gasten
&
Ik lig in bed maar da's ook alles
Ik denk nog steeds aan Texas Dallas
En hoe John daar werd vermoord
Jij denkt : Wat is die man gestoord
Ik lig in bed en kan niet slapen
En wie zo moe wordt moet wel gapen
Ik zet dan maar wat op papier
Van de krekel en de mier
Ik lig in bed en denk : Wanneer
Komt ooit geluk bij mij een keer
Ik kan alleen maar wachten
Zo rijpen mijn gedachten
&
Leer al het goede kennen
Maar hou het kwade buiten
Het internet kan je verwennen
Maar je ook en vast opsluiten
Leer al het goede doen
Keer je af van al het boze
Wat nieuw is lijkt zo groen
Het goede zit in oude dozen
Leer al het goede geven
Laat je hart toch niet bezwijken
Dan gaan je kinderen langer leven
En worden alle armen rijken
&
Hij is gekomen
Omdat jullie anders blijven dromen
Omdat jullie anders blijven slapen
Onnadenkend als de apen
Hij is gekomen
Omdat jullie het bos niet zien door de bomen
Omdat jullie het leven niet waarderen
Vraatzuchtig als de beren
Hij is gekomen
Om jullie klaar te stomen
Om jullie dagelijks te zien blozen
Open gebloeid als mooie rozen
&
In Halle vallen alle ballen
Alle ballen in het doel
Want de ploeg heeft goede spitsen
En zelfs Witse heeft gevoel
Hela blitse spitse Witse
Spitse Witse hou je koest
Nu de misdaad loopt te knallen
Nu niet rusten of je roest
.
.
.














.
.
.
.
.
.
.
.



Dit is prachtig : Tjitske Jansen , leren kennen in het VPRO-programma BOEKEN zondags om 11.20u
.
.
Als iemand mij nou maar
Als iemand mij nou maar
had opgeraapt
en in zijn zak gestopt
en daar gelaten had,
dat af en toe een hand mij vond,
voelde hoe zacht ik was
en dan weer losliet.
Of op de vensterbank gelegd,
op 't nachtkastje,
in een rommeldoos.
De keukenla!
Ik heb nog nooit een reis gemaakt,
ik moest zo nodig wortel schieten.
Als iemand mij nou maar had opgeraapt,
er was niets aan de hand geweest,
ik was kastanjebruin geweest,
ik had geglansd, geglansd,
wat later was ik wat gaan rimpelen,
en dan, nou ja, maar nu,
nu moet ik onvrijwillig transformeren
en niet zo'n beetje ook.
En steeds als ik zo ongeveer
gewend ben aan mijn nieuwe vorm,
steeds als ik zo min of meer
geaccepteerd heb
dat ik ben zoals ik ben,
dan ben ik alweer anders.
En als het nu zo was dat ik gekozen had
om zo te zijn, dat ik het wilde:
steeds een ring erbij,
zoveel soortgenoten aan mijn takken
in hun veilig stekelhuis,
zo anders dan ikzelf,
maar wat weet ik het nog goed.
Ik heb het opgegeven
te zijn zoals ik ben.
Ik groei maar mee
met wie ik worden zal.
Af en toe hoor ik
Dat iemand zegt
Hoe mooi ik ben.
In mijn schaduw
gebeuren dingen
die de moeite waard zijn.
&
&
&
Opruimen en zwemmen
Opruimen en zwemmen
dat is alles wat er moet vandaag.
Ik ga geen beroep doen op vriendschap
die hoeft mij niet te zien om er te zijn.
Dat ga ik vandaag geloven.
Dat hoge doel kan ook wel even wachten.
Hoge doelen staan bekend om hun grote geduld.
Ik hoef vandaag niet op een dak te zingen,
geen ongevraagde engel van de stad te zijn.
Ik ga wat aan mijn moeder denken
hoeveel zij houdt van mij.
Dat ga ik vandaag geloven.
Ik weet dat er een hond is
met oren als omgevouwen beukenbladeren
Ik weet dat er een gans is
met een hals als de stam van een oude eik -
in plaats van gaatjes in zijn snavel zat een pluisje.
Ergens ligt een witte pauw op een veld vol madeliefjes.
Ergens bloedt een zon leeg.
ik hoef het niet te zien vandaag.
.
.
.
-------------------------------------------------
uit: 'Het moest maar eens gaan sneeuwen', 2003.
Schrijfster: Tjitske Jansen





















































































































































































































































































































































