Ik was jong en onervaren
zag alleen het mooie
nooit de gevaren.
Leefde mijn leven,
maar de tijd ging te snel.
strubbelingen kregen de bovenhand
Ik werd door angst aangerand.
Verwoestend waren de gedachten
In het moegetergde hoofd.
Er kwamen geen woorden
Geen gefluister, geen geschreeuw
De ogen waren hun glans kwijt,
Ze werden geteisterd door tranen
De glimlach was gaan liggen
Zonder troost
Verdronken in troosteloosheid
Verzonken in hard ijs.
Versteend en wazig
Afgeschermd in gedachten
Waarom moest het zo ver komen
Waar zijn de mooie dromen.
Alleen, pijn en ellende rest me nog
Ik ben leeggezogen
Tot het hoopje mens dat ik nu nog ben.
Man en vrouw
Twee handen op één buik.
Alle dagen samen.
Hadden geen woorden nodig
één oogopslag was genoeg.
Hun liefde voor elkaar
was één ketting
met dezelfde gave schakels,
die perfect in elkaar pasten.
Zij schonk hem haar liefde,
hij zijn hart.
Zij leefden voor elkaar,
waren als eb en vloed.
Maar hun meningen
waren verschillend.
Zij was de maan, hij de zon.
De nacht was voor haar
de dag voor hem.
De sterren fonkelden plots
niet meer.
De zon kwam ook niet meer op.
De maan liet haar niet meer zien
en ’s morgens was er mist.
Wroeging kreeg de bovenhand
voor onbenullige kleine dingen.
Ze hadden alleen nog twee
kleine ringen.
Zij om haar ranke vinger
met een fonkelende diamant.
Hij rond de vinger van
een hardwerkende hand.
Hoe was het zover kunnen komen
Wat was er tussen hen vervlogen.
De tijd likte de wonden,
tot zij op een geschikt moment
in een verzoenende oogopslag
elkaar uitbundig terug vonden.
Nu zijn ze weer twee handen
op één buik, met elk hun mening.
Wat moet ik nu doen.
mijn hele hebben en houden
in dozen stoppen
tafels versleuren
kasten waarschuwen dat
ze mee moeten werken.
Stoelen die maar niet willen wijken.
Het lijkt wel een ravage
na een hevige storm.
Overal ligt alles.
Mijn ogen zien niets meer tastbaars.
Oei, ik heb een lepel nodig
waar heeft hij zich nu weer verstopt.
Ja, inderdaad ik heb hem zelf in een
doos gedropt.
Vermoeid doe ik verder
maar aan wat
aan alles en niets.
Geen structuur, geen besef.
Ik ben overstuur,
de tijd tikt zijn minuten
vervlogen tijd is verloren tijd
en de wijzers lachen.
Hebben wij zoveel gehamsterd
neen dat kan niet
niemand die het ziet
voor mijzelf heb ik niet teveel.
De volle dozen liegen niet
ze staren mij aan met hun
opslorpende blik
ik geef er één een tik
Hij vliegt languit op zijn zij
verliest zijn bovenste kartonnen hoed
och ik verlies toch de moed
Dat hij maar verder zonder mij doet.
Hoewel ik vind schatten terug!
Lang geleden was ik die kwijt geraakt.
Ik was door emoties gekraakt,
maar nergens was hij nog te vinden.
Het maakt al de narigheid goed.
Oma zou blij geweest zijn
helaas is ze ondertussen overleden
maar mijn schuif heeft hem begoed.
In een klein hebbedingetje
gewikkeld in een stukje stof
komt hij twinkelend te voorschijn
mijn ring van mijn eerste communie
gekregen van mijn dierbare oma
verdwenen in het niets
zomaar zonder commentaar
ligt hij blinkend daar!
Bedankt verhuis
het was zwaar
maar die ring maakt het goed,
ik kan weer weg, het houdt me zoet.
Claire vanfleteren
Beste Claire,
Weer een mooi gedicht die we heel graag voor Poëzie van de Dag
van juli 2011 selecteren ...
Je hoeft niet elke keer een nieuwe topic openen hoor ! Kom gewoon
je volgende gedicht hier plaatsen. Dat doen we allemaal in ons eigen
stekje !
Lieve junigroetjes in vrede, vreugde en vriendschap
Alter en Rankje
Ik hou van het leven en geloof in de mensen !
Schrijven is als vrijen met de schoonheid van
woord en zin.....