Bhagavad Gitta : hoofdstuk VII, de yoga van wijsheid en kennis.
verzen 4/5/6 en 10
Aarde, water,vuur, lucht, ether (akasa), het denken (manas), de rede (buddhi) en het ik besef (ahamkara) dit is de achtvoudige indeling van mijn natuur.
Dit is mijn lagere natuur. Leer mijn andere natuur, de hogere, het levenselement levende wezens (jivas) kennen, waardoor het heelal wordt geschraagd.
Weet dat dit (etad, prakriti) de moederschoot is van alle schepselen. Ik (purusha)ben de bron, waaruit het ganse heelal te voorschijn komt en eveneens de plaats waarin het verzinkt.
Weet, o Partja, dat Ik het eeuwige zaad, de levensbron, ben van alle schepselen, Ik ben de rede (buddhi) van de met rede begiftigden, de stralende pracht (tejas) van de prachtige dingen ben Ik.
Met andere woorden : purusha is de bron (albron) van waaruit alles wat men kan waarnemen voortkomt. Purusha is zuiver bewustzijn. Alles is dus zuiver bewustzijn.
Hoofdstuk IX ; yoga van de koninklijke kennis en van het koninklijke geheim :
vers 19
Ik geef hitte, ik houd de regen terug en zend hem neer, onsterfelijkheid en ook de dood, zijn (sat) en niet-zijn (asat) ben ik.
(Sat is het werkelijke, het Abslute, het leven (het onvergankelijke, zuiver bewustzijn), Asat is het onwerkelijke , vergankelijke, de expressie in tijd en ruimte. En de Allerhoogste is Sat en Asat beide.
(alles is God).
vriendelijke groet
Schoonheid ligt in het oog van de toeschouwer