OMBRET-RAWSA .
****

.
Het mooie dorpje Ombret-Rawsa is gelegen op een steile rots aan de Maas. Het dorp is omgeven door bossen en is dan ook uitermate geschikt voor het maken van lange wandelingen. Maak bijvoorbeeld een wandeling naar de Fonds d’Oxhe, de kloven van Ampsin of naar de berg Corphalie. In zuidelijke richting komt u het dorp Saint-Séverin-en-Condroz tegen. Mocht u tijdens een wandeling in de buurt zijn, breng dan zeker een bezoek aan dit dorpje met zijn mooie 12de-eeuwse Sint-Pieter-en-Pauluskerk. In het interieur van de kerk is duidelijk de invloed van de monniken van Cluny zichtbaar. Vooral de strakke lijnen van het koor wijzen in deze richting.
*******
ORTHO .
******

.
Het kleine dorpje Ortho ligt op een kale hoogvlakte. Dit is zeker niet het mooiste gedeelte van de Ardennen. Uitgestrekte velden waarop weinig meer wil groeien. In het dorpje zelf is niet erg veel te beleven en dat is dan misschien wel meer het mooie ervan. Het is heerlijk rustig en u komt er weinig tot geen toeristen en wandelaars tegen. In het dorpje is een VVV-kantoor gevestigd dat u graag meer informatie verstrekt over wandelingen en bezienswaardigheden in de buurt. Op enige afstand van Ortho begint een mooi stuk bos dat doorloopt tot aan Bertange.
*****
ORVAL .
******

.
De naam van deze beroemde abdij is verbonden met bier en kaas. De abdij is een geliefde plaats voor toeristen. Het bezoek aan de ruïnes van de oude cisterciënzerabdij onthult een locatie met een boeiende geschiedenis en van een heel aparte schoonheid, ingebed in een vallei waar de Mathildebron ontspringt. Het bezoek bestaat uit een audio-visuele voorstelling over de geschiedenis van de abdij en het kloosterleven (circa 20 minuten). Een parcours met illustraties, het museum dat in de kelders uit de achttiende eeuw is ingericht, de traditionele apotheek en de tuin met geneeskundige planten zetten de kroon op het bezoek. Daarbij komt, gedurende sommige periodes, nog een tentoonstelling in de grote Zaal van het middeleeuws onthaalgebouw.

.
Gedurende de maanden juli en augustus zijn er elke namiddag geleide bezoeken ; in september alleen op zondagnamiddag. De geleide bezoeken beginnen met de audio-visuele voorstelling en duren ongeveer één uur. Aanvang van de geleide bezoeken is 14.00, 15.00, 16.00 en 17.00.

.
Gedurende de lange geschiedenis van Orval is er waarschijnlijk altijd een brouwerij geweest. Daarvan getuigen oude plannen, een precieze beschrijving van het fabricatieproces door een franciscaan, 300 jaar geleden en de naam van een plaats, "hoplochting" dicht bij het klooster. Bier brouwen was inderdaad de gewoonte in deze streken, die zich niet leenden tot wijnbouw. Bier stond in hoog aanzien omwille van zijn voedingswaarde: men noemde het “vloeibaar brood”.

.
Vanaf 1529, wanneer keizer Karel de monniken toelating geeft een ijzersmelterij op te richten om de nodige inkomsten te verwerven om de grote oorlogsschade te herstellen, is de abdij van Orval altijd het toneel geweest van een economische activiteit, die belangrijker was dan nodig voor het levensonderhoud van de gemeenschap.
***
Toen Orval uit zijn as herrees, na meer dan 130 jaar ruïne, vereiste de heropbouw van de abdij aanzienlijke financiële middelen; de brouwerij werd opgericht om de rol van de vroegere ijzersmelterij over te nemen. De brouwerij werd in 1931 dus niet gebouwd om werk te geven aan de monniken, die toen reeds brood bakten en kaas maakten ; vanaf het begin werden leken in dienst genomen. De eerste meesterbrouwer was een Duitser, Pappenheimer genaamd. Hij is begraven op het kerkhof van Villers-devant-Orval.
**

.
Hij en de Belg Honoré Van Sande, die tijdens diezelfde periode in de brouwerij werkte, liggen aan de basis van dit zo typische bier. Zij waren stoutmoedig: de combinatie van fabricatiemethoden die zij toepasten komen nergens elders voor. Verschillende van deze methoden, zoals het “drooghoppen”, zijn Engels. Het aroma en de fijnheid van de smaak van het bier is dan ook meer te danken aan de hoppen en de gisten dan aan de gebruikte mouten. Zowel het recept, het glas, de fles als het etiket, zoals wij die nu nog kennen, zijn nog dezelfde als in het begin van de jaren 30.
*****
MUSEE PHARMACEUTIQUE .
********

.
Het museum is gevestigd in een klein gebouw dat is gebouwd omstreeks 1930. Naar verluidt werden er in de omgeving van het gebouw medicinale kruiden verbouwd. In dit gebouw werden toen de kruiden gedroogd en verder bewerkt tot medicijnen. Vandaag de dag kunt u nog steeds de medicinale kruidentuin bewonderen. De collectie van het museum bestaat uit vele gereedschappen en instrumenten die vroeger werden gebruikt om medicijnen mee te maken. Zo staat er een schitterende weegschaal die werd gebruikt om de juiste verhoudingen af te wegen. Daarnaast staan er veel lege medicijnflesjes in de antieke medicijnkastjes. De schitterende meubels uit de vorige eeuw maken de collectie compleet.
******
ORVAL BIER .
****

.
De brouwerij van de abdij van Orval is één van de zes Belgische trappistenbrouwerijen. De abdij is prachtig gelegen in Villers-devant-Orval, nabij Florenville, in de provincie Luxemburg. U kunt in de omgeving van de abdij prachtige wandelingen maken. Geniet daarna van een heerlijk glas Orval, eventueel met een stukje trappistenkaas, in één van de twee restaurants nabij de abdij.
Gedurende de lange geschiedenis van Orval is er waarschijnlijk altijd een brouwerij geweest. Daarvan getuigen oude plannen, een precieze beschrijving van het fabricatieproces door een franciscaan, 300 jaar geleden en de naam van een plaats, "hoplochting" dicht bij het klooster. Bierbrouwen was inderdaad de gewoonte in deze streken, die zich niet leenden tot wijnbouw. Bier stond in hoog aanzien omwille van zijn voedingswaarde: men noemde het "vloeibaar brood".
***

.
Vanaf 1529, wanneer keizer Karel de monniken toelating geeft een ijzersmelterij op te richten om de nodige inkomsten te verwerven om de grote oorlogsschade te herstellen, is de abdij van Orval altijd het toneel geweest van een economische activiteit, die belangrijker was dan nodig voor het levensonderhoud van de gemeenschap.

.
Toen Orval uit zijn as herrees, na meer dan 130 jaar ruïne, vereiste de heropbouw van de abdij aanzienlijke financiële middelen. De brouwerij werd opgericht om de rol van de vroegere ijzersmelterij over te nemen.
De brouwerij werd in 1931 dus niet gebouwd om werk te geven aan de monniken, die toen reeds brood bakten en kaas maakten. Vanaf het begin werden leken in dienst genomen. De eerste meester-brouwer was een Duitser, Pappenheimer genaamd; hij is begraven op het kerkhof van Villers-devant-Orval.
Hij en de Belg Honoré Van Sande, die tijdens diezelfde periode in de brouwerij werkte, liggen aan de basis van dit zo typische bier. Zij waren stoutmoedig: de combinatie van fabricatiemethoden die zij toepasten komen nergens elders voor. Verschillende van deze methoden, zoals het 'drooghoppen", zijn Engels. Het aroma en de fijnheid van de smaak van het bier is dan ook meer te danken aan de hoppen en de gisten dan aan de gebruikte mouten. Zowel het recept, het glas, de fles als het etiket, zoals wij die nu nog kennen, zijn nog dezelfde als in het begin van de jaren ‘30.
Orval bier, als drank even delicaat als wijn, moet donker bewaard worden aan een temperatuur tussen de 10°C en de 15°C. Deze temperatuur is tevens de ideale schenktemperatuur. Gebruik steeds het origineel Orval-glas en drink het bezinksel apart op.
Wie het bier van Orval niet lust, is geen echte bierliefhebber!
******
VILLERS-DEVANT-ORVAL .
*****

.
Dit schitterende plaatsje ligt in de provincie Luxemburg. Het ligt niet ver verwijderd van Florenville. De beroemde abdij van Orval, één van de zes Belgische trappistenbrouwerijen, bevindt zich hier. U kunt in de omgeving van de abdij prachtige wandelingen maken. Daarna kunt u genieten van een heerlijk glas Orval, eventueel met een stukje trappistenkaas, in één van de twee restaurants nabij de abdij.
******
ABDIJ VAN ORVAL .
*******

.
De naam van deze beroemde abdij is niet alleen verbonden met bier en kaas; het is ook de merknaam van het abdijbrood. De abdij is een geliefde pleisterplaats voor dagjestoeristen, er is een kruidentuin, een ruïne en Orval is met zijn schitterende omgeving één van die schaarse plaatsen waar natuur en cultuur elkaar niet naar het leven staan.
Orval is stilte, maar Orval is ook werk. De monniken maken hier niet alleen brood, kaas en bier, ze beplanten ook hele dalen met populieren die de plaats innemen van de eentonige reeksen sparren, en ze fokken zelfs stamboekvee. Het klooster van Orval zet daarmee een traditie van bezinning en hard werken voort uit de Middeleeuwen.
**

.
Rond 1070 arriveerden in de valei van Orval de eerste monniken uit Zuid-Italië. Graaf Arnold van Chiny gaf hun grond om een abdij te bouwen. Om onbekende redenen verdween deze eerste groep amper veertig jaar later. Zij lieten een half voltooide kerk achter. Othon, zoon van Arnold van Chiny, spoorde een andere groep monniken aan dit werk af te maken. In 1124 kon bisschop Winton van Verdun de kerk inwijden.
***
Later verkregen de monniken van Orval het lidmaatschap van de orde der cisterciënzers van Bernardus van Clairvaux. Onder deze krachtige orde werd de abdij uitgebreid tot één van de belangrijkste van West-Europa, hoewel ook tegenslagen het klooster teisterden, zoals een grote brand in 1225. De ruïne van de toenmalige kerk, die nog steeds overeind staat, is een fraai voorbeeld van Romaanse bouwkunst.
***

.
In de 15de en 16de eeuw betwistten eerst Frankrijk en Bourgondië en later Frankrijk en Spanje het vorstendom Luxemburg. Als zovele plaatsen in dit gebied leed ook Orval in die periode onder de verwoestingen, onder andere door de soldaten van keizer Karel V en koning Louis XIV. Karel V was Orval nochtans goedgezind, want hij stond de abdij de oprichting van een smederij toe, en (in 1533) de wederopbouw van de kerk.
Ook na de plundering in 1637 door troepen van de Franse maarschalk de Châtillon moest Orval weer opnieuw worden opgebouwd. In de 17de eeuw werd de smederij van Orval vergroot tot een echte hoogoven, die in heel Europa bekend was.

.
In 1723 telde het klooster 130 monniken, waarmee het één van de grootste abdijen van Frankrijk moet zijn geweest. Het areaal aan landbouwgrond van de abdij nam voortdurend toe. Tussen 1760 en 1782 werd de grote kerk herbouwd, naar plannen van de beroemde architect Laurent-Benoit Dewez.
Na het uitbreken van de Franse Revolutie in 1789 duurde het niet lang of Orval onderging het lot van zovele andere kerkelijke goederen: op 23 juni 1793 werd Orval door de revolutionaire troepen onder het bevel van generaal Loison geheel vernield. De monniken trokken zich terug in de priorij van Conques in Luxemburg waar de gemeenschap van monniken in 1796 werd opgeheven. Gedurende meer dan een eeuw bleef de puinhoop van Orval een jachtgebied voor rovers of mensen die de stenen van de abdij gebruikten voor het bouwen van huizen.

.
De familie de Harenne, die het terrein in handen had gekregen, bood de puinhoop in 1926 aan de cisterciënzeorde aan, om de glorie van het oude Orval te herstellen. Dit enorme werk werd toevertrouwd aan Dom Marie-Albert van der Cruyssen, trappist uit Gent, die een nieuwe kloostergemeenschap bijeenbracht met monniken uit Anlier.
Architect Henri Vaes ontwierp een nieuwe abdij. In zijn architectuur wordt naar de strakke Romaanse stijl uit de eerste periode verwezen. De gebouwen zijn opgetrokken uit een okergele steen, de Pierre de France die 165 miljoen jaar geleden werd gevormd, toen de zee dit gebied nog overspoelde. In 1948 werd de hoofdkerk opnieuw ingewijd en sindsdien is Orval een majestueus maar rustig klooster en een bezinningsplaats voor bezoekers. Alleen de bekoorlijk bewaarde en eveneens indrukwekkende ruïnes herinneren aan de vele verwoestingen die Orval onderging.
**
Werkdag in Orval:
Een pater van Orval brengt zijn werkdag als volgt door:
04.00: opstaan, morgengebed, bijbellezing en ontbijt.
07.00: gebed, gemeenschapsvergadering in het kapittel en ochtendwerk.
11.00: eucharistieviering (zondag om 09.30).
12.00: middagmaal.
13.30: gebed en middagwerk.
17.40: vespers, avondmaal en vrije tijd.
19.30: avondgebed en slapen.
***

.
De abdij van Orval is een open abdij en ontvangt bezoekers. De ruïnes en de kruidentuin kunnen dagelijks worden bezocht. Eén van de hoogtepunten van zo`n bezoek wordt gevormd door de fontein Mathilde, waar mineraalwater uit de grond borrelt.
Gravin Mathilda van Toscane (1046-1115) verloor in deze bron ooit haar trouwring. Omdat dit geschiedde kort na de dood van haar echtgenoot Godfried-met-den-Baard, stemde dit haar erg treurig. Zoektochten bleven vruchteloos tot in de fontein een vis opdook die de ring in de mond droeg en hem in handen legde van de gravin. Deze zou (in het Frans) hebben geroepen `ceci est un val d`Or`, of `hier stroomt goud uit de grond`, waarna `Val d`Or` geleidelijk tot Orval zou zijn geëvolueerd. Het wapen van de abdij verwijst naar deze legende: het stelt een met diamanten versierde ring voor, die uit het water oprijst.

.
Naast de kruidentuin met geneeskrachtige kruiden heeft men de 18de eeuwse apotheek van de frater-apotheker Antoine Perrin herbouwd. Bij een bezoek aan de ruïnes laat men een audiovisuele montage zien (ook om het uur in het Nederlands).
In een winkel verkoopt de abdij haar uitstekende bier (in leuke kogelflesjes, kaas, brood, snuisterijen, aquarellen en diverse religieuze producten (boeken CD`s).
*************
ORVAL KAZEN .
****

.
Het waren de monniken van de Abdij van Sept-Fons in Moulins (Frankrijk) die de Abdij van Orval deden herleven en die de productie van de kaas ter hand namen. Dit laatste gebeurde in 1928, twee jaar na de terugkeer van de monniken. De oorspronkelijke kaasmakerij is in de loop van de geschiedenis drie maal gemoderniseerd.
De Orvalkaas is een ambachtelijk product. De vervaardiging gebeurt onder toezicht van de monniken. In België behoort de Orvalkaas tot de categorie van de kazen die "Plateau" worden genoemd. De Orvalkaas stamt af van deze die in 1816 voor het eerst werd geproduceerd door de Trappisten van Franse Abdij "Port-du-Salut" in Entrammes, in het departement van La Mayenne, in Frankrijk.
Als basisgrondstof gebruikt men verse volle melk uit de Gaumestreek voor het maken van de kaas. Het is een halfzachte kaas van het St-Paulintype die gedurende drie weken rijpt. De kaas heeft een natuurlijke korst, waarvan de kleur evolueert van oranje naar bordeaux. Het zoutgehalte bedraagt ongeveer 15 gram per kilo kaas en dat is gemiddeld te noemen. Aan de kaas worden geen chemische middelen toegevoegd zoals conserveringsmiddelen. De ingrediënten zijn gepasteuriseerde melk van koeien, melkzuursel, stremsel en zout.
************************************
http://www.ardennen.nl/bezienswaardig/dorpen.php.