In het topic "kolderpoëzie" heb ik dit eerste deel van Roodkapje dus vervangen door een eens te meer prachtig gedicht, zodat hier kan verder gegaan worden met het moderne sprookje.
ROODKAPJE
In Molenbeek woonde eens een arme Arabische vrouw met haar dochtertje. Zij moest proberen rond te komen met de uitkering van het OCMW, sinds Aliman, de man des huizes door de politie was opgepakt tijdens een gewapende overval en veroordeeld tot vijf jaar opsluiting.
Eynam had dadelijk na het proces hun Mercedes moeten verkopen, daar had die zeveraar aan het loket van het OCMW nogal sterk op aangedrongen tegen haar.
“Je kan je nu zeker zo geen statussymbool meer veroorloven, het maakt een slechte indruk op de andere mensen als je hier telkens met zo’n slee komt voorgereden” had hij gezegd.
Daar had haar man heel vervelend over gedaan, de eerste keer dat zij hem ging bezoeken.
“Wasse godverdikke gin twie joar oud, ekik had em just gepikt!”
“Maar Aliman, nu heb je toch vijf jaar geen auto nodig!”
“Ni woar, ekik mag binnen drij week al voor vijf dag nor huis kom van minister Oncelinckx. Is zij mij zelf kom zeggen...Ekik mag heb penetair verlof. En ekik heb al gevraagd vor noar Dendermond te mogen, isse veul beter daar dan ier in Vorst. Daar altijd buite meug...”
“Ja zeg Aliman, ik kon het geld nu anders goed gebruiken hoor, ons Fatima moet verplicht naar school nu anders komt er weer politie zeveren, en de leerboeken kosten veel euros. En zij heeft nieuwe kleren nodig. En we moesten ook een nieuwe Koran kopen, die oude viel helemaal uiteen”
“As Fatike naar ‘t scholeke gaat, zie dat zij ni met bloot haar gaat hé, een oofdoek opzetten!”
“Ja Aliman, ik heb op de markt een mooie lap stof gekocht, ik heb daar zelf een prachtige hoofddoek van gemaakt voor haar. En geen witte of een zwarte zoals alle meisjes dragen hoor, ik heb een rode kleur genomen”
“Rode oofdoek godverdikke, wat isse dat in naam van Allah!”
“Dan kan ik haar goed in het oog houden, als zij naar grootmoeder gaat, dan zie ik haar van ver komen. Ik wou eerst nog een oranje doek kopen want dat valt nog meer op, maar dan denken alle mensen dat we Hollanders zijn, daarom heb ik dat maar gelaten”
“Hoe isse met grootmoedertje, eeft ze nog genoeg te vreten?”
“Ik zal straks wat kebab klaarmaken, dan kan Fatimake dat wel naar haar brengen, het is tenslotte niet zo heel ver ...”
ROODKAPJE
In Molenbeek woonde eens een arme Arabische vrouw met haar dochtertje. Zij moest proberen rond te komen met de uitkering van het OCMW, sinds Aliman, de man des huizes door de politie was opgepakt tijdens een gewapende overval en veroordeeld tot vijf jaar opsluiting.
Eynam had dadelijk na het proces hun Mercedes moeten verkopen, daar had die zeveraar aan het loket van het OCMW nogal sterk op aangedrongen tegen haar.
“Je kan je nu zeker zo geen statussymbool meer veroorloven, het maakt een slechte indruk op de andere mensen als je hier telkens met zo’n slee komt voorgereden” had hij gezegd.
Daar had haar man heel vervelend over gedaan, de eerste keer dat zij hem ging bezoeken.
“Wasse godverdikke gin twie joar oud, ekik had em just gepikt!”
“Maar Aliman, nu heb je toch vijf jaar geen auto nodig!”
“Ni woar, ekik mag binnen drij week al voor vijf dag nor huis kom van minister Oncelinckx. Is zij mij zelf kom zeggen...Ekik mag heb penetair verlof. En ekik heb al gevraagd vor noar Dendermond te mogen, isse veul beter daar dan ier in Vorst. Daar altijd buite meug...”
“Ja zeg Aliman, ik kon het geld nu anders goed gebruiken hoor, ons Fatima moet verplicht naar school nu anders komt er weer politie zeveren, en de leerboeken kosten veel euros. En zij heeft nieuwe kleren nodig. En we moesten ook een nieuwe Koran kopen, die oude viel helemaal uiteen”
“As Fatike naar ‘t scholeke gaat, zie dat zij ni met bloot haar gaat hé, een oofdoek opzetten!”
“Ja Aliman, ik heb op de markt een mooie lap stof gekocht, ik heb daar zelf een prachtige hoofddoek van gemaakt voor haar. En geen witte of een zwarte zoals alle meisjes dragen hoor, ik heb een rode kleur genomen”
“Rode oofdoek godverdikke, wat isse dat in naam van Allah!”
“Dan kan ik haar goed in het oog houden, als zij naar grootmoeder gaat, dan zie ik haar van ver komen. Ik wou eerst nog een oranje doek kopen want dat valt nog meer op, maar dan denken alle mensen dat we Hollanders zijn, daarom heb ik dat maar gelaten”
“Hoe isse met grootmoedertje, eeft ze nog genoeg te vreten?”
“Ik zal straks wat kebab klaarmaken, dan kan Fatimake dat wel naar haar brengen, het is tenslotte niet zo heel ver ...”
Zo, dat was het dan.
Heb nog een goed leven en we zien mekaar misschien weer in de hel.
Tot zolang dan zal zandmannetje jou wel in slaap lullen !
Heb nog een goed leven en we zien mekaar misschien weer in de hel.
Tot zolang dan zal zandmannetje jou wel in slaap lullen !
