Wat doet een mens zo verlangen naar een tweewieler? Zijn het de vele voorbeelden op tv en krant met hun strakke blauwe pakjes aan? Heeft de kwieke quickstep er iets mee te maken? Men kan niet zeggen dat men van truitjes wisselen spreekt in een rit, wie zou trouwens zo’n bezwete rode- of mintkleurige damestrui willen aanhebben? Je moet het maar eens zelf proberen als je na bijna 100 km moe aangereden komt en alles plakt aan je vast. Heel je genitaliën staan gebeeldhouwd in je strakke natte kledij. Een kunstenaar zou het niet beter kunnen doen om het tot zijn recht te laten komen, natuurtalenten alom. Zelfs je mond plakt dicht, je hebt alles onderweg al verteld tegen de collega’s fietsfanaten. Met een bende op elkaars tenen staande, neem je een gezamelijke douche. Waterfestijn voor grote mensen, net kleine kinderen als ze met de sproeier elkaar beginnen te beschieten. Geurende zepen en shampooflacons vliegen in het rond. Glijpartijen alsof we op glad ijs staan voor de eerste keer komen hier tot hun hoogtepunt. Onderweg bij het zwoegen om toch maar niet achter te blijven want anders rij je alleen in de wind, denk je ondertussen aan eten. De keuken van moeder die je zo graag zo bijhebben en de vele dikke boterhammekes met bergen hagelslag of kilo’s choco. Waar een hongerig mens al niet aan denk om de laatste kilometers af te malen.
Wat je de kinderen vroeger verbood zou je nu direct willen opeten maar sleur maar eens met boterhammen in je zakken. Krentenbrood met een schelleke kaas of hesp hoor ik al eens vernoemen. Ze doen je watertanden en ik hoop dat er warme verse soep te krijgen is bij de aankomst. Wat zou moeder nu doen thuis in haar keuken gaat het dan door mijn gedachten. Zou ze achter haar fornuis staan en in de pruttelende gelei draaien. Pruimengelei om van te snoepen en haar pannenkoeken rijk gevuld met bosbessen, mmmm maar het zijn maar dromen, dagdromen op de fiets tegen een snelheid van 28. Ik wilde dat ik een bomenergie van moeder had meegenomen voor de laatste heuvel die we nog moeten nemen. Heel belangrijk is het voor wielrenners dat ze veel koolhydraten tot zich nemen. Maar de koolhydraten die je niet verbruikt onder het fietsen, die zetten zich om in vet en vet kan ik op het ogenblik missen als twee dagen kiespijn. Met dit alles in je achterhoofd heb je energie genoeg en voldoende om de laatste steile hellingen nog eens flink diep in je reserve te gaan. Alhoewel je voelt dat je benen ineens zwaarder en logger worden, dat je gelijk in een corset komt te zitten, geef je niet op. Opgeven staat voorlopig nog niet in mijn woordenschat, no way. De blijheid wat je had in het begin van bij de start komt op een lager pitje te staan. Je hoort het bonken van je hart onder je helm en hier en daar suizen al lichtflitsen voor je ogen. Tijd om suiker in te nemen of je krijgt zomaar een suikerval op de fiets. Voordat je aan verstandsverbijstering gaat doen en aan het randje van bewusteloosheid komt, scharrel je naar je achterzak op zoek naar eten. De chocolade van moeder zit er niet in en evenmin de pruimengelei tussen krentenbollen. Met een laatste krachtinspanning voel je in je strakke lijf dichtgedaan door een rits, iets zitten wat gelijkt op eten. De kleur herken je allang niet meer, het lijkt op iets roods of was het eerder groen? Scharrelen is denk ik nog maar peuteren wat je doet en je tovert waarachtig nog een nepreep te voorschijn. Hetzelfde wat het is, honingkoek op kersenkoek, je krijgt er het water van in de mond en je duwt met dat restje wat je nog bezit in je handen, de voorraad naar binnen. De kilometers minderen en het klimmen gaat opnieuw vlotter. Ook van het dalen dat heel snel kan gaan kan je waarachtig nog van genieten. Worden we hier gekneed op die Sibbeberg of Slingerberg? Worden we nu het fietsen niet een beetje beu? Neen want we zijn nog altijd zo een beetje een kunstenaar op de weg. Trappelen, afzien, vallen en weer doorgaan. Kilometersvreters die zich kneden tot een volwaardige ren(ner)ster.
Wat je de kinderen vroeger verbood zou je nu direct willen opeten maar sleur maar eens met boterhammen in je zakken. Krentenbrood met een schelleke kaas of hesp hoor ik al eens vernoemen. Ze doen je watertanden en ik hoop dat er warme verse soep te krijgen is bij de aankomst. Wat zou moeder nu doen thuis in haar keuken gaat het dan door mijn gedachten. Zou ze achter haar fornuis staan en in de pruttelende gelei draaien. Pruimengelei om van te snoepen en haar pannenkoeken rijk gevuld met bosbessen, mmmm maar het zijn maar dromen, dagdromen op de fiets tegen een snelheid van 28. Ik wilde dat ik een bomenergie van moeder had meegenomen voor de laatste heuvel die we nog moeten nemen. Heel belangrijk is het voor wielrenners dat ze veel koolhydraten tot zich nemen. Maar de koolhydraten die je niet verbruikt onder het fietsen, die zetten zich om in vet en vet kan ik op het ogenblik missen als twee dagen kiespijn. Met dit alles in je achterhoofd heb je energie genoeg en voldoende om de laatste steile hellingen nog eens flink diep in je reserve te gaan. Alhoewel je voelt dat je benen ineens zwaarder en logger worden, dat je gelijk in een corset komt te zitten, geef je niet op. Opgeven staat voorlopig nog niet in mijn woordenschat, no way. De blijheid wat je had in het begin van bij de start komt op een lager pitje te staan. Je hoort het bonken van je hart onder je helm en hier en daar suizen al lichtflitsen voor je ogen. Tijd om suiker in te nemen of je krijgt zomaar een suikerval op de fiets. Voordat je aan verstandsverbijstering gaat doen en aan het randje van bewusteloosheid komt, scharrel je naar je achterzak op zoek naar eten. De chocolade van moeder zit er niet in en evenmin de pruimengelei tussen krentenbollen. Met een laatste krachtinspanning voel je in je strakke lijf dichtgedaan door een rits, iets zitten wat gelijkt op eten. De kleur herken je allang niet meer, het lijkt op iets roods of was het eerder groen? Scharrelen is denk ik nog maar peuteren wat je doet en je tovert waarachtig nog een nepreep te voorschijn. Hetzelfde wat het is, honingkoek op kersenkoek, je krijgt er het water van in de mond en je duwt met dat restje wat je nog bezit in je handen, de voorraad naar binnen. De kilometers minderen en het klimmen gaat opnieuw vlotter. Ook van het dalen dat heel snel kan gaan kan je waarachtig nog van genieten. Worden we hier gekneed op die Sibbeberg of Slingerberg? Worden we nu het fietsen niet een beetje beu? Neen want we zijn nog altijd zo een beetje een kunstenaar op de weg. Trappelen, afzien, vallen en weer doorgaan. Kilometersvreters die zich kneden tot een volwaardige ren(ner)ster.