Roodkapje, epiloog
Wanneer oma eindelijk haar vork neerlegt, slaakt ze een diepe zucht van voldaanheid.
“Ikke nog nooit zo’ne lekkere couscous geëten, isse nog lekkerder dan bij Achmed in Casablanca.”
Een gelukzalige glimlach speelt rond haar mondhoeken, de cocaïne mist zijn uitwerking niet. Ze vertoeft in hogere sferen, m.a.w.ze is zo “stoned” als een aap en begint op haar stoel heen en weer te wiegen.
Waarom dat nu precies een aap moet zijn is mij zelf niet helemaal duidelijk, het zijn zo van die uitdrukkingen die een mens eenmaal hoort en vervolgens klakkeloos overneemt, zoals b.v.b.”schijten als een reiger”
Hoewel ik de uitwerpselen van dergelijke vogel nog niet aan een diepgaand onderzoek heb onderworpen, lijkt het mij toch dat andere diersoorten hier evengoed voor in aanmerking komen. Wat mankeert er aan een hond, om zomaar iets te zeggen, of aan een olifant?
In haar roes bevindt ze zich terug in het verleden, toen zij als jonge en begeerlijke 18-jarige meid met haar Bedoeïenouders rondzwierf door de Sahara. Op haar kameel gezeten, met haar boerka als een vlag achter haar aan wapperend, was zij een echte Toeareg, die voor geen enkele mannelijke ruiter moest onderdoen.
De stofwolken door de hoeven van haar rijdier opgeworpen, stegen zo hoog in de lucht dat ze het zonlicht verduisterden, en het geluid van de hoeven klonk als de rollende donder tijdens een zeldzaam onweer.
Eens afgestegen ging ze overigens met plezier aan die mannelijke ruiter ten onder, hoe meer hoe liever stond hoog in haar devies. Zij was even heet als het woestijnzand...
Op luttele jaartjes had zij zich een ijzersterke reputatie opgebouwd van onverzadigbare mannenverslindster, haar naam was gekend van Casablanca tot Ifri, van Agadir tot Marrakech.
De Imam Benali, een goed heilig man die blindelings leefde naar de regels van de koran, probeerde haar voor deze feiten verschillende malen aan de schandpaal te nagelen tijdens zijn dagelijkse preek, maar de mannelijke mattenknielers hadden de vervelende gewoonte massaal de moskee te verlaten als hij begon te preken over de zonde in het algemeen, meer specifiek over zondigen met Mosima in het bijzonder.
Een beetje ongerust houd Fatima haar oma Mosima in de gaten, maar vermits de gelukzalige uitdrukking niet wijkt van haar gezicht, besluit ze de zaken af te wachten die komen gaan.
Overigens een gezonde levensfilosofie...
Op dit ogenblik wordt er aangebeld. Terwijl Fatima zich naar de parlofoon begeeft, snelt oma reeds naar de voordeur, zo verrassend snel dat het lijkt of ze nog steeds op haar virtuele kameel gezeten is.
Mustafa die in de veronderstelling verkeert dat Roodkapje de deur zal openen, heeft met een brede grijnslach op het aangezicht zijn lange regenmantel opengeworpen, want behalve kinderverkrachter is hij ook een exhibitionist bij gelegenheid.
Maar tot zijn ontzetting is het een oudere versie van Roodkapje die opdoemt.
Wanneer Mosima, nog diep in de roes van de cocaïne, de deur opent en plotseling de heerlijkheid aanschouwt van iets dat ze al heel lang niet meer aanschouwt heeft, denkt ze het paradijs te zien.
Mustafa krijgt niet de tijd om teleurgesteld te zijn, omdat het niet Roodkapje is die voor hem verschijnt.
Een onvermoede, alles overweldigende geile kracht maakt zich meester van oma, en zij sleurt Mustafa binnen, gebruik makende van dezelfde handgreep die in een vorig hoofdstuk agente Gaby reeds bezigde.
Laten we nu niet te snel oordelen over omaatje als zijnde maniakaal manziek, want het is al vele jaren dat haar Abdullah zijn ziel terug heeft binnengeleverd bij Allah. Hij is bezweken aan oma’s niet in te tomen hartstocht.
Aan die tomeloze hartstocht en tevens aan die 40-ton vrachtwagen, die hem verpletterde tegen een betonnen muur.
Abdullah was, (dit in tegenstelling tot vele van zijn soortgenoten) namelijk tewerkgesteld op een expeditiebedrijf. Hoewel hij zo dikwijls als enigszins mogelijk gebruik maakte van de voorzieningen van de ziekenkas, was hij die noodlottige dag op post. Toen de bewuste camion volledig geladen was met 40 ton varkensvlees dat in Marokko na een speciale behandeling als schapenvlees op de markt moest komen, dacht de chauffeur verkeerdelijk dat hij in de eerste versnelling schakelde, maar het was in de achteruit.
Abdullah was nog slechts enkele millimeters dik, toen de chauffeur terug vooruit reed. Maar hij was wel heeeeeel groot geworden. De eerste aanblik was of er hing een vasttapijt tegen de muur genageld, een Perzisch tapijt in bonte kleuren. De bedrijfsleider had eerst geopteerd om hem daar te laten plakken als reclamebord, maar daar was van de organisatie “De rechten van de mens, ook van de doden” bezwaar tegen ingediend.
En zijn moslimbroeders wilden graag dat hij in zijn thuisland begraven werd. Dus werd hij zorgvuldig opgerold, zoals een rol tapis-plain.
Maar Sabena weigerde het transport op deze manier te verrichten.
Er bestond een clausule dat lijken in een gesloten kist moesten vervoerd worden, beweerde de woordvoerder.
Tenslotte was de oplossing Abdullah in plakjes te snijden, zoals spekreepjes, om hem zodoende in de kist te krijgen...
Maar laten we het verleden rusten en verder gaan met ons verhaal.
Wanneer Mustafa ruggelings op het bed gesmeten wordt, en er als het ware een wervelwind op hem nederdaalt, weet hij de eerste momenten niet wat hem overkomt, hij is compleet onthutst.
Maar dra veranderd die onthutsing in een hemels gevoel, iets wat hij voordien nog nooit ervaren heeft.
Oma berijdt Mustafa aan dezelfde snelheid zoals ze vroeger haar kameel bereed, keer na keer opnieuw, en Mustafa vreet van pure gelukzaligheid de lakens op.
“Nooit, nooit nog kinderen meer voor mij” neemt hij zichzelf voor “dit is wat anders zeg, dat wil ik voor de rest van mijn leven”
Na enkele uren, wanneer eindelijk oma’s passie enigszins geweken is en zij stilaan geheel bevredigd terug op de aarde is nedergedaald, en de cocaïneroes volledig uitgewerkt is, vraagt Mustafa dadelijk oma Mosima ten huwelijk. Aanzoek waarop oma na een lange aarzeling van precies 2 seconden volgaarne ingaat.
Inmiddels had Roodkapje het huis van oma verlaten, behoorlijk geschokt en in de war.
Op school kreeg ze sinds verleden jaar seksuele voorlichting en zij had dus een ijzersterk vermoeden van wat er gaande was in de slaapkamer, een vermoeden dat alleen maar bevestigd werd toen ze even aan de deur ging piepen en daar een tafereel aanschouwde dat ze tot het einde van haar dagen niet zou vergeten.
Ze besloot op school zogauw mogelijk de juffrouw te interpelleren over wat zij verkeerdelijk de kinderen had uitgelegd, want hier gebeurde het juist andersom, of beter ondersteboven!
Telkens en telkens weer zou Fatima proberen dat tafereel na te bootsen in haar latere leven. Tevergeefs echter, een Toeareg amazone is niet te imiteren. Vele jaren kameel berijden ligt hieraan ten grondslag...
Zal ik nog verder berichten over het huwelijksfeest, en over de rellen waarop het tenslotte uitmondde?
Over het half dozijn geparkeerde auto’s dat in de fik werd gestoken, bij gebrek aan Bengaals vuurwerk?
Neen, het is welletjes geweest, laat me volstaan te vermelden dat Fatima het bruidsboeket opving dat oma de lucht insmeet...
Wanneer oma eindelijk haar vork neerlegt, slaakt ze een diepe zucht van voldaanheid.
“Ikke nog nooit zo’ne lekkere couscous geëten, isse nog lekkerder dan bij Achmed in Casablanca.”
Een gelukzalige glimlach speelt rond haar mondhoeken, de cocaïne mist zijn uitwerking niet. Ze vertoeft in hogere sferen, m.a.w.ze is zo “stoned” als een aap en begint op haar stoel heen en weer te wiegen.
Waarom dat nu precies een aap moet zijn is mij zelf niet helemaal duidelijk, het zijn zo van die uitdrukkingen die een mens eenmaal hoort en vervolgens klakkeloos overneemt, zoals b.v.b.”schijten als een reiger”
Hoewel ik de uitwerpselen van dergelijke vogel nog niet aan een diepgaand onderzoek heb onderworpen, lijkt het mij toch dat andere diersoorten hier evengoed voor in aanmerking komen. Wat mankeert er aan een hond, om zomaar iets te zeggen, of aan een olifant?
In haar roes bevindt ze zich terug in het verleden, toen zij als jonge en begeerlijke 18-jarige meid met haar Bedoeïenouders rondzwierf door de Sahara. Op haar kameel gezeten, met haar boerka als een vlag achter haar aan wapperend, was zij een echte Toeareg, die voor geen enkele mannelijke ruiter moest onderdoen.
De stofwolken door de hoeven van haar rijdier opgeworpen, stegen zo hoog in de lucht dat ze het zonlicht verduisterden, en het geluid van de hoeven klonk als de rollende donder tijdens een zeldzaam onweer.
Eens afgestegen ging ze overigens met plezier aan die mannelijke ruiter ten onder, hoe meer hoe liever stond hoog in haar devies. Zij was even heet als het woestijnzand...
Op luttele jaartjes had zij zich een ijzersterke reputatie opgebouwd van onverzadigbare mannenverslindster, haar naam was gekend van Casablanca tot Ifri, van Agadir tot Marrakech.
De Imam Benali, een goed heilig man die blindelings leefde naar de regels van de koran, probeerde haar voor deze feiten verschillende malen aan de schandpaal te nagelen tijdens zijn dagelijkse preek, maar de mannelijke mattenknielers hadden de vervelende gewoonte massaal de moskee te verlaten als hij begon te preken over de zonde in het algemeen, meer specifiek over zondigen met Mosima in het bijzonder.
Een beetje ongerust houd Fatima haar oma Mosima in de gaten, maar vermits de gelukzalige uitdrukking niet wijkt van haar gezicht, besluit ze de zaken af te wachten die komen gaan.
Overigens een gezonde levensfilosofie...
Op dit ogenblik wordt er aangebeld. Terwijl Fatima zich naar de parlofoon begeeft, snelt oma reeds naar de voordeur, zo verrassend snel dat het lijkt of ze nog steeds op haar virtuele kameel gezeten is.
Mustafa die in de veronderstelling verkeert dat Roodkapje de deur zal openen, heeft met een brede grijnslach op het aangezicht zijn lange regenmantel opengeworpen, want behalve kinderverkrachter is hij ook een exhibitionist bij gelegenheid.
Maar tot zijn ontzetting is het een oudere versie van Roodkapje die opdoemt.
Wanneer Mosima, nog diep in de roes van de cocaïne, de deur opent en plotseling de heerlijkheid aanschouwt van iets dat ze al heel lang niet meer aanschouwt heeft, denkt ze het paradijs te zien.
Mustafa krijgt niet de tijd om teleurgesteld te zijn, omdat het niet Roodkapje is die voor hem verschijnt.
Een onvermoede, alles overweldigende geile kracht maakt zich meester van oma, en zij sleurt Mustafa binnen, gebruik makende van dezelfde handgreep die in een vorig hoofdstuk agente Gaby reeds bezigde.
Laten we nu niet te snel oordelen over omaatje als zijnde maniakaal manziek, want het is al vele jaren dat haar Abdullah zijn ziel terug heeft binnengeleverd bij Allah. Hij is bezweken aan oma’s niet in te tomen hartstocht.
Aan die tomeloze hartstocht en tevens aan die 40-ton vrachtwagen, die hem verpletterde tegen een betonnen muur.
Abdullah was, (dit in tegenstelling tot vele van zijn soortgenoten) namelijk tewerkgesteld op een expeditiebedrijf. Hoewel hij zo dikwijls als enigszins mogelijk gebruik maakte van de voorzieningen van de ziekenkas, was hij die noodlottige dag op post. Toen de bewuste camion volledig geladen was met 40 ton varkensvlees dat in Marokko na een speciale behandeling als schapenvlees op de markt moest komen, dacht de chauffeur verkeerdelijk dat hij in de eerste versnelling schakelde, maar het was in de achteruit.
Abdullah was nog slechts enkele millimeters dik, toen de chauffeur terug vooruit reed. Maar hij was wel heeeeeel groot geworden. De eerste aanblik was of er hing een vasttapijt tegen de muur genageld, een Perzisch tapijt in bonte kleuren. De bedrijfsleider had eerst geopteerd om hem daar te laten plakken als reclamebord, maar daar was van de organisatie “De rechten van de mens, ook van de doden” bezwaar tegen ingediend.
En zijn moslimbroeders wilden graag dat hij in zijn thuisland begraven werd. Dus werd hij zorgvuldig opgerold, zoals een rol tapis-plain.
Maar Sabena weigerde het transport op deze manier te verrichten.
Er bestond een clausule dat lijken in een gesloten kist moesten vervoerd worden, beweerde de woordvoerder.
Tenslotte was de oplossing Abdullah in plakjes te snijden, zoals spekreepjes, om hem zodoende in de kist te krijgen...
Maar laten we het verleden rusten en verder gaan met ons verhaal.
Wanneer Mustafa ruggelings op het bed gesmeten wordt, en er als het ware een wervelwind op hem nederdaalt, weet hij de eerste momenten niet wat hem overkomt, hij is compleet onthutst.
Maar dra veranderd die onthutsing in een hemels gevoel, iets wat hij voordien nog nooit ervaren heeft.
Oma berijdt Mustafa aan dezelfde snelheid zoals ze vroeger haar kameel bereed, keer na keer opnieuw, en Mustafa vreet van pure gelukzaligheid de lakens op.
“Nooit, nooit nog kinderen meer voor mij” neemt hij zichzelf voor “dit is wat anders zeg, dat wil ik voor de rest van mijn leven”
Na enkele uren, wanneer eindelijk oma’s passie enigszins geweken is en zij stilaan geheel bevredigd terug op de aarde is nedergedaald, en de cocaïneroes volledig uitgewerkt is, vraagt Mustafa dadelijk oma Mosima ten huwelijk. Aanzoek waarop oma na een lange aarzeling van precies 2 seconden volgaarne ingaat.
Inmiddels had Roodkapje het huis van oma verlaten, behoorlijk geschokt en in de war.
Op school kreeg ze sinds verleden jaar seksuele voorlichting en zij had dus een ijzersterk vermoeden van wat er gaande was in de slaapkamer, een vermoeden dat alleen maar bevestigd werd toen ze even aan de deur ging piepen en daar een tafereel aanschouwde dat ze tot het einde van haar dagen niet zou vergeten.
Ze besloot op school zogauw mogelijk de juffrouw te interpelleren over wat zij verkeerdelijk de kinderen had uitgelegd, want hier gebeurde het juist andersom, of beter ondersteboven!
Telkens en telkens weer zou Fatima proberen dat tafereel na te bootsen in haar latere leven. Tevergeefs echter, een Toeareg amazone is niet te imiteren. Vele jaren kameel berijden ligt hieraan ten grondslag...
Zal ik nog verder berichten over het huwelijksfeest, en over de rellen waarop het tenslotte uitmondde?
Over het half dozijn geparkeerde auto’s dat in de fik werd gestoken, bij gebrek aan Bengaals vuurwerk?
Neen, het is welletjes geweest, laat me volstaan te vermelden dat Fatima het bruidsboeket opving dat oma de lucht insmeet...
Zo, dat was het dan.
Heb nog een goed leven en we zien mekaar misschien weer in de hel.
Tot zolang dan zal zandmannetje jou wel in slaap lullen !
Heb nog een goed leven en we zien mekaar misschien weer in de hel.
Tot zolang dan zal zandmannetje jou wel in slaap lullen !