Ach Mira, die kleine ongelukken geven je op dat ogenblik wel wat FRUSTRATIE maar maken je ook wel sterker voor de toekomst ... tenminste als je er zelf mee kan lachen.
‘Nee, ik doet het niet!’ Zei ze beslist.
‘Maar het zou toch gemakkelijk zijn als je ...’ Ik deed nog een poging.
Ze draaide zich om, stapte resoluut de keuken binnen en begon aan de afwas, wat zoveel betekende als: Laat me nu verder gerust of ik wordt echt kwaad!
Wijselijk besloot ik er vandaag niet meer over te beginnen en te wachten op een gunstiger tijdstip.
Of dat geschikte moment snel zou komen durfde ik te betwijfelen, want na de vierde poging om mijn eega te overtuigen dat ze ook best zou leren autorijden, was haar afkeer - en de schrik -telkens groter geworden en wist ik uiteindelijk niet goed meer hoe ik haar een volgende keer opnieuw moest proberen te overtuigen.
Het was allemaal begonnen toen onze oudste zoon Bert wilde autorijden. Al maanden voor zijn achttiende verjaardag had hij liggen zagen om mijn Golfje te mogen besturen maar ik hield zo lang mogelijk de boot af. Per slot van rekening was het niet mijn eigen wagen maar die van de zaak en zag ik er tegenop om op maandagmorgen mijn baas te moeten vertellen dat er tijdens het weekeinde een fameuze bluts of een diepe kras in de carrosserie was gekomen.
Achteraf bekeken was het natuurlijk allemaal ‘bullshit’ want Bert kon in de kortste keren beter autorijden dan ikzelf. Ik hoefde die gast bijna niks uit te leggen want hij was al van alles op de hoogte en schakelde zonder schokken van de ene versnelling naar de andere alsof hij heel zijn leven niks anders gedaan had.
Wanneer ik naast hem zat deed hij zijn uiterste best om niet harder te rijden dan de toegestane maximum snelheid maar of hij deze discipline ook volhield als hij nadien mijn auto leende om met de vrienden op stap te gaan, durf ik betwijfelen.
Niet veel later kwam onze jongste zoon Walter aan de beurt. Hij leerde rijden met een grotere auto - een Mercedes break - die heel wat minder gemakkelijk te manoeuvreren en te parkeren was, maar ook hij was in de kortste keren een voorbeeldig chauffeur.
Kortom het was nu of nooit om mijn vrouwtje warm te maken voor het besturen van onze auto.
‘Als ik voor mijn werk in het buitenland ben dan staat die auto daar ...’ begon ik.
‘De kinderen kunnen binnenkort allemaal rijden!’ zei ze, ‘waarom moet ik het dan nog leren?’ ‘ Juist daarom,’ argumenteerde ik, ‘ je zal er spijt van krijgen als ze eens niet thuis zijn en je ergens naartoe wil.’
Ze keek me hoofdschuddend aan. 'Wanneer
zij weg zijn is
de auto ook weg, wees daar maar zeker van.' Ze had gelijk, daar waren we ondertussen al achter gekomen.
‘Toch vind ik dat je het moet leren,’ hield ik vol, ‘stel je voor dat ik, als we met vakantie zijn, eens ziek wordt of mijn voet breek, je weet maar nooit!'
‘Of wanneer je eens teveel gedronken hebt op één of ander feestje ...’ zei ze smalend.
Een beetje gemaakt boos besloot ik; ‘Goed als je daar zo over denkt ... voor mij moet je het niet doen hoor! Maar kom later niet klagen dat je er spijt van hebt dat je het nooit geleerd hebt.’
‘Maar begrijp me dan toch.' zei ze verontschuldigend, ‘Binnenkort word ik veertig! Dat is toch geen ouderdom meer om te leren autorijden. En daarbij, ik ben bang , ... dat ik je auto in de prak rijdt?’ Voegde ze er haastig aan toe.
Ha, ha. Er was een opening! Wanneer ik haar angst kon wegnemen zou ze er wel aan beginnen, ik kende haar toch ... maar diezelfde dag dus, bij een laatste verwoede poging haar zover te krijgen, ging ze dus ostentatief de afwas doen.
In een vlaag van goodwill nam ik de handdoek om te helpen bij het afdrogen. Ze keek zelfs niet op en bleef onafgebroken in de spoelbak rommelen. Een tijd lang wisselden we geen woord: Beeld zonder klank.
Langer dan een kwartier houden we dit nooit vol in onze relatie.
Ik was de eerste die de stilte verbrak.
‘Het is goed, we laten het hierbij ... ik hoop alleen dat je er later geen spijt van krijgt.’
Haar inschikkelijkheid haalde dadelijk weer de bovenhand. ‘Bedankt.’ Zei ze en gaf een klinkende zoen op mijn wang. Plagend voegde ze er aan toe: 'Als je ooit een auto koopt die alléén voor
mij is! Dan zou ik er nog eens over peinzen.’
Ik stond perplex. Dus toch!
Enkele maanden later kreeg ik een nieuwe firmawagen en kon de oude voor een prikje overnemen. ‘Nu kan je niet meer terugkrabbelen,’ zei ik haar, ‘deze auto is
helemaal voor jou alleen!’
Tineke heeft woord gehouden. Ze heeft hard geploeterd om de wegcode vanbuiten te leren.
Daarna hing ik een grote letter L op de achterruit, plaatste een tweede zijspiegel en leerde haar autorijden. Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad voor ze haar schik overwon en goed overweg kon met de koppelingpedaal en de versnellingspook, maar ze slaagde met glans in de praktische proeven op het rijexamen.
Vandaag, bijna dertig jaar later, rijdt ze nog altijd even goed en is nogal wat blij dat ze toen de zure appel heeft doorgebeten. Want een zure appel was het wel.
Tegenwoordig gaan de meeste mensen naar de autorijschool om te leren rijden. Dit is maar goed ook want ik zou niemand aanraden om zijn eigen vrouw te leren autorijden. Ondanks het vele geduld - aan beide kanten - vraagt het een stel stalen zenuwen om deze taak tot een goed einde te brengen. Nooit eerder hebben we zo dicht bij een echtscheiding gestaan!
