De dagrit beloofde goed te worden in Hamont. In alle geval hadden we weinig druppels opgevangen maar toch trok ik mijn regenjasje aan. Na een vijftal kilometers vloog het jasje terug uit. Niks voor mij om nog een extra kledingsstuk aan te doen. Verleden jaar fietsten we hier al in deze streek en nu was het bijna een kopie van verleden jaar. Valkenswaard wilde ik toch al eens bezichtigen van op de fiets. Vanaf je fiets bekijk je de wereld met andere ogen. Plekjes waar je anders niet met de fiets komt zie je nu aan je voorbij flitsen. De wegbewijzering was voldoende zichtbaar en verdiende zeker een dikke proficiat van uit mijn standpunt. Ook mocht de bevoorrading er zijn. Dikke repen koekjes met chocolade erop, wat wil je nog meer krijgen onderweg? Erwtensoep? Soep nuttigen we op het eind van de rit, het sterkt je weer aan. Vlakke stukken waar je fiets dol op is nodigen je uit om er een sprintje van te maken met de voorbij vliegende renners. En zie je iemand staan langs de weg met een platte band, zal niemand weigeren om zijn reserveband boven water te halen.
Maar dan komt het. Na plat doe je toch gewoon een ritje Hagelandse erbij. Je merkt dat het niet druk is aan de weersomstandigheden en je ziet er een beetje tegen op. Maar niks kon me tegenhouden om mijn 70 km hier in het zakje te doen. Alhoewel de eerste 20 km toch goed gingen kreeg je de indruk dat het maar schijn was. Aan de Leuvense Vaart hebben we nu al zeker drie keer ons deel gekregen: namelijk regen! Achter roept er iemand dat zijn schoenen vol water staan en de handschoenen laten al wat druppels door. Het goot letterlijk bakken uit de hemel en ik durf zelf te zeggen, hele grote containers. Ook blies de wind je meer achteruit dan vooruit langs het kanaal. Hier moet je oppassen dat je niet gaat zwemmen. Gelukkig draaiden we van de vaart weg, we zagen het in de verte ook wat opklaren. “Zouden we het nu droog gaan houden,” hoorde ik vragen, “voor de rest van vandaag?”Eventjes leek het erop dat we de zon zagen verschijnen. Maar dat was allemaal maar schijn, schijn zonder zon. Ik zag Tervuren aan mij voorbijglijden en Overijse. Slechte fietspaden en sommige straten waren met dikke knobbels beton aangelegd. Bergaf kan je daar wel je hartje ophalen totdat het weer steil omhoog gaat en je je weer kleintjes voelt. We draaiden af naar het veld. Een betonnen fietspad recht door het veld en er kwam geen einde aan. Ik zei stil tot mezelf: “voor mij zie ik een luchtspiegeling, een fata morgana.” Dit was duidelijk niet licht heuvelachtig zoals de beschrijving had aangegeven. Dit was licht overdreven en mocht zelfs zwaar genoemd worden. Er volgde nog een kasseiweg die je liet denken aan Parijs-Roubaix. Wind die eerst licht blies, was nu tot bijna een storm of een wervelwind uitgegroeid. En juist op die kasseien begon het te hagelen. Hier deed het Hageland zich alle eer aan met de twee eerste lettergrepen. Iemand trok onzichtbaar aan je fiets en hield je tegen. Geen meter zonder dikke hagelbollen in je gezicht te krijgen. Dikke witte bollekes die je gezicht opbliezen en je striemen meegaven. Bijna werden we hier gedwongen om op te geven maar ik riep: jamais! Wat je kan doen in zulk weer is gewoon ergens een schuilplaats opzoeken en maar hopen dat deze kelk vlug aan je voorbij gaat. Maar je kan niet lang van je fiets ergens staan schuilen, je koelt af en dan word je ziek. Terug op de fiets werd ik bijna letterlijk van mijn fiets geblazen. Dit was geen enkel weertype meer, dit was dikke misèrie. Zwoegen, trekken, blazen, zuchten, ik had alle geluiden uit mijn jas getoverd om maar boven te geraken. Plots kreeg je nog de ingang van een tunnel voor je. Alles was opeens duister voor je. Op je gevoel cross je verder en je bent blij dat je terug in het licht fietst. Bijna zijn we er maar de laatste loodjes die je doen parkeren in een of andere goot die wegen zwaar. Zie ik hier Bertem staan en Erps-Kwerps? Kampenhout zijn we al voorbij en in gedachten meet ik de afstand die we nog moeten afleggen van bij ons thuis tot aan het kanaal. Met een laatste krachtinspanning naderen we terug ons doel, Winksele komt in zicht. We zijn hier compleet leeggezogen door de weersomstandigheden. Nat tot in mijn ondergoed kwam ik de sporthal binnen. Iedereen keek alsof er een spook was verschenen. Ze konden niet geloven dat er een vrouw het einde gehaald had. Zelfs de koffie was op en geen erwtensoep meer te verkrijgen en ik verlangde naar soep en naar een warme douche. Onze fietsen die gisteren na de rit terug proper waren gemaakt, stonden nu verlegen te gapen. Onherkenbaar waren ze. Hoeveel punten heb ik nu verdiend?
Maar dan komt het. Na plat doe je toch gewoon een ritje Hagelandse erbij. Je merkt dat het niet druk is aan de weersomstandigheden en je ziet er een beetje tegen op. Maar niks kon me tegenhouden om mijn 70 km hier in het zakje te doen. Alhoewel de eerste 20 km toch goed gingen kreeg je de indruk dat het maar schijn was. Aan de Leuvense Vaart hebben we nu al zeker drie keer ons deel gekregen: namelijk regen! Achter roept er iemand dat zijn schoenen vol water staan en de handschoenen laten al wat druppels door. Het goot letterlijk bakken uit de hemel en ik durf zelf te zeggen, hele grote containers. Ook blies de wind je meer achteruit dan vooruit langs het kanaal. Hier moet je oppassen dat je niet gaat zwemmen. Gelukkig draaiden we van de vaart weg, we zagen het in de verte ook wat opklaren. “Zouden we het nu droog gaan houden,” hoorde ik vragen, “voor de rest van vandaag?”Eventjes leek het erop dat we de zon zagen verschijnen. Maar dat was allemaal maar schijn, schijn zonder zon. Ik zag Tervuren aan mij voorbijglijden en Overijse. Slechte fietspaden en sommige straten waren met dikke knobbels beton aangelegd. Bergaf kan je daar wel je hartje ophalen totdat het weer steil omhoog gaat en je je weer kleintjes voelt. We draaiden af naar het veld. Een betonnen fietspad recht door het veld en er kwam geen einde aan. Ik zei stil tot mezelf: “voor mij zie ik een luchtspiegeling, een fata morgana.” Dit was duidelijk niet licht heuvelachtig zoals de beschrijving had aangegeven. Dit was licht overdreven en mocht zelfs zwaar genoemd worden. Er volgde nog een kasseiweg die je liet denken aan Parijs-Roubaix. Wind die eerst licht blies, was nu tot bijna een storm of een wervelwind uitgegroeid. En juist op die kasseien begon het te hagelen. Hier deed het Hageland zich alle eer aan met de twee eerste lettergrepen. Iemand trok onzichtbaar aan je fiets en hield je tegen. Geen meter zonder dikke hagelbollen in je gezicht te krijgen. Dikke witte bollekes die je gezicht opbliezen en je striemen meegaven. Bijna werden we hier gedwongen om op te geven maar ik riep: jamais! Wat je kan doen in zulk weer is gewoon ergens een schuilplaats opzoeken en maar hopen dat deze kelk vlug aan je voorbij gaat. Maar je kan niet lang van je fiets ergens staan schuilen, je koelt af en dan word je ziek. Terug op de fiets werd ik bijna letterlijk van mijn fiets geblazen. Dit was geen enkel weertype meer, dit was dikke misèrie. Zwoegen, trekken, blazen, zuchten, ik had alle geluiden uit mijn jas getoverd om maar boven te geraken. Plots kreeg je nog de ingang van een tunnel voor je. Alles was opeens duister voor je. Op je gevoel cross je verder en je bent blij dat je terug in het licht fietst. Bijna zijn we er maar de laatste loodjes die je doen parkeren in een of andere goot die wegen zwaar. Zie ik hier Bertem staan en Erps-Kwerps? Kampenhout zijn we al voorbij en in gedachten meet ik de afstand die we nog moeten afleggen van bij ons thuis tot aan het kanaal. Met een laatste krachtinspanning naderen we terug ons doel, Winksele komt in zicht. We zijn hier compleet leeggezogen door de weersomstandigheden. Nat tot in mijn ondergoed kwam ik de sporthal binnen. Iedereen keek alsof er een spook was verschenen. Ze konden niet geloven dat er een vrouw het einde gehaald had. Zelfs de koffie was op en geen erwtensoep meer te verkrijgen en ik verlangde naar soep en naar een warme douche. Onze fietsen die gisteren na de rit terug proper waren gemaakt, stonden nu verlegen te gapen. Onherkenbaar waren ze. Hoeveel punten heb ik nu verdiend?