Jozef en Maria deel 4
Kapitein Isaac van de Israëlitische luchtmacht ,die de stuurknuppel van de helicopter bediend tijdens een routine verkenningsvlucht, gaapt van verveling. Daarbij spert zijn muil zover open dat het lijkt of zijn lelijk smoelwerk in tweeën zal breken.
Korporaal Nathan die naast hem gezeten is, was dan ook reeds geruime tijd aan het doordrammen over een raid tegen de Palestijnen waaraan hij eens had deelgenomen, en het begon hem stierlijk te vervelen.
Maar plotseling veranderd Nathans stem, ze wordt schril en hij begint te roepen, wanneer hij ziet hoe de drie koningen een zware jeep in de fik steken.
“Daarzie godverdomme, dat is daar niet koosher, die drie clowns steken een auto in brand met een molotov-coctail. Schiet erop Kapitein Isaac, schiet die verdomde terroristen aan flarden!”
‘Waarom moeten alle gevaarlijke tuigen eigenlijk Russische namen hebben’ bedenkt Isaac filosofisch terwijl zijn vinger om de trekker van het zware machinegeweer kromt ‘Molotov-coctail, Stalin-orgel...Zou ik het doen, een waarschuwingsalvo afvuren kan toch nooit kwaad?.’
En de daad bij de gedachte voegend, vuurt hij een zwaar salvo vlak boven de hoofden van Balthazar, Melchior en Casper, waarbij laatstgenoemde het van alteratie in zijn broek doet.
“Geen beweging meer smeerlappen!” brult Korporaal Nathan door de electronische luidspreker, terwijl Isaac een plaats zoekt om de helicopter aan de grond te zetten.
Een iets of wat overbodige waarschuwing, want van schrik is geen der 3 koningen nog in staat een voet te verzetten.
Laten we nu even de toestand binnen in het schuurtje in ogenschouw nemen.
De ezel denkt helemaal niets, omdat het nu eenmaal een ezel is, zoals geweten.
De os denkt ‘amaai mijn kloten' en dan treurig ' ach ja die heb ik niet meer, amaai mijn poten dan maar, die mensen kunnen toch nogal kabaal maken tegenwoordig zenne’
Jozef die door de kieren gezien heeft hoe zijn wagen in de vlammen opgaat, stikt bijna van woede, zijn bloeddruk stijgt naar een ongezonde hoogte en zijn ogen puilen ietwat uit. Of dat laatste iets met de gebeurtenissen te maken heeft is moeilijk te zeggen, want in zijn familie waren er veel mannen met dat kleine schoonheidsfoutje opgezadeld.
In zoverre dat zijn tante , wanneer ze ruzie had met nonkel Malem, altijd zei dat hij sprekend op een pladijs geleek. Eén die al enige dagen dood was...
Voor Maria liggen de zaken enigszins anders. Het helse kabaal en de doorstane schrik hebben gemaakt dat de bevalling in werking is getreden. Terwijl haar vruchtwater over het stro stroomt, zegt ze met omfloerste stem tegen haar man
“Het is zover Jozef” .
Maar bij Jozef, die zwaar over zijn toeren is, komt die blijde boodschap niet zo best aan.
“Wat is zover vrouwe Maria, als je zo met een omfloerste stem spreekt versta ik je niet zo best?”
“Ons kind wordt geboren, help me een handje”
Dit verzoek valt bij Jozef, die in normale omstandigheden reeds van een druppel bloed een appelflauwte krijgt, niet in goede aarde.
Nadat Isaac de helicopter aan de grond heeft gezet, stormt hij samen met Nathan met getrokken wapens naar de drie koningen.
“Wat dachten jullie dan, stelletje smerige terroristen, in deze kleren zijn we onschendbaar, dat hadden jullie gedroomd, vooruit daar dat schuurtje binnen !”
Het ligt in de bedoeling van de Israëlieten om heel korte metten te maken met hun arrestanten.
Maar wanneer de deur uit haar hengsels gestampt wordt, valt Isaacs mond open van verbazing
“Wel potverhierenginderachter, de geschiedenis herhaalt zich schijnbaar! Een blonde deerne die ligt te bevallen op een bundel stro met een ezel en een os als getuigen, jullie heten toch toevallig niet Jozef en Maria zeker?”
Op het schuldbewuste knikken van deze laatsten valt een verbijsterde stilte.
Kapitein Isaac van de Israëlitische luchtmacht ,die de stuurknuppel van de helicopter bediend tijdens een routine verkenningsvlucht, gaapt van verveling. Daarbij spert zijn muil zover open dat het lijkt of zijn lelijk smoelwerk in tweeën zal breken.
Korporaal Nathan die naast hem gezeten is, was dan ook reeds geruime tijd aan het doordrammen over een raid tegen de Palestijnen waaraan hij eens had deelgenomen, en het begon hem stierlijk te vervelen.
Maar plotseling veranderd Nathans stem, ze wordt schril en hij begint te roepen, wanneer hij ziet hoe de drie koningen een zware jeep in de fik steken.
“Daarzie godverdomme, dat is daar niet koosher, die drie clowns steken een auto in brand met een molotov-coctail. Schiet erop Kapitein Isaac, schiet die verdomde terroristen aan flarden!”
‘Waarom moeten alle gevaarlijke tuigen eigenlijk Russische namen hebben’ bedenkt Isaac filosofisch terwijl zijn vinger om de trekker van het zware machinegeweer kromt ‘Molotov-coctail, Stalin-orgel...Zou ik het doen, een waarschuwingsalvo afvuren kan toch nooit kwaad?.’
En de daad bij de gedachte voegend, vuurt hij een zwaar salvo vlak boven de hoofden van Balthazar, Melchior en Casper, waarbij laatstgenoemde het van alteratie in zijn broek doet.
“Geen beweging meer smeerlappen!” brult Korporaal Nathan door de electronische luidspreker, terwijl Isaac een plaats zoekt om de helicopter aan de grond te zetten.
Een iets of wat overbodige waarschuwing, want van schrik is geen der 3 koningen nog in staat een voet te verzetten.
Laten we nu even de toestand binnen in het schuurtje in ogenschouw nemen.
De ezel denkt helemaal niets, omdat het nu eenmaal een ezel is, zoals geweten.
De os denkt ‘amaai mijn kloten' en dan treurig ' ach ja die heb ik niet meer, amaai mijn poten dan maar, die mensen kunnen toch nogal kabaal maken tegenwoordig zenne’
Jozef die door de kieren gezien heeft hoe zijn wagen in de vlammen opgaat, stikt bijna van woede, zijn bloeddruk stijgt naar een ongezonde hoogte en zijn ogen puilen ietwat uit. Of dat laatste iets met de gebeurtenissen te maken heeft is moeilijk te zeggen, want in zijn familie waren er veel mannen met dat kleine schoonheidsfoutje opgezadeld.
In zoverre dat zijn tante , wanneer ze ruzie had met nonkel Malem, altijd zei dat hij sprekend op een pladijs geleek. Eén die al enige dagen dood was...
Voor Maria liggen de zaken enigszins anders. Het helse kabaal en de doorstane schrik hebben gemaakt dat de bevalling in werking is getreden. Terwijl haar vruchtwater over het stro stroomt, zegt ze met omfloerste stem tegen haar man
“Het is zover Jozef” .
Maar bij Jozef, die zwaar over zijn toeren is, komt die blijde boodschap niet zo best aan.
“Wat is zover vrouwe Maria, als je zo met een omfloerste stem spreekt versta ik je niet zo best?”
“Ons kind wordt geboren, help me een handje”
Dit verzoek valt bij Jozef, die in normale omstandigheden reeds van een druppel bloed een appelflauwte krijgt, niet in goede aarde.
Nadat Isaac de helicopter aan de grond heeft gezet, stormt hij samen met Nathan met getrokken wapens naar de drie koningen.
“Wat dachten jullie dan, stelletje smerige terroristen, in deze kleren zijn we onschendbaar, dat hadden jullie gedroomd, vooruit daar dat schuurtje binnen !”
Het ligt in de bedoeling van de Israëlieten om heel korte metten te maken met hun arrestanten.
Maar wanneer de deur uit haar hengsels gestampt wordt, valt Isaacs mond open van verbazing
“Wel potverhierenginderachter, de geschiedenis herhaalt zich schijnbaar! Een blonde deerne die ligt te bevallen op een bundel stro met een ezel en een os als getuigen, jullie heten toch toevallig niet Jozef en Maria zeker?”
Op het schuldbewuste knikken van deze laatsten valt een verbijsterde stilte.
Zo, dat was het dan.
Heb nog een goed leven en we zien mekaar misschien weer in de hel.
Tot zolang dan zal zandmannetje jou wel in slaap lullen !
Heb nog een goed leven en we zien mekaar misschien weer in de hel.
Tot zolang dan zal zandmannetje jou wel in slaap lullen !
