Ja, ons vuurtje en de gamellen van het leger kwamen goed van pas, we konden het ons niet permitteren om ergens te gaan eten, we hadden ieder 1000 fr meegekregen en daarmee moesten we het klaarspelen, als noodgeval had ik wel nog 1000 fr in de ceinture van mijn broek genaaid.
In die tijd stond er in elk dorp een openbare pomp met drinkbak voor de paarden, hoeveel liter water we hebben gedronken weet ik niet, ’t zal wel met emmers geweest zijn, in alle geval hebben we gedurende de tocht 7 kg suiker naar binnen gewerkt, fruit moesten we ons niet kopen, er hing toch wel ergens een tak met pruimen, perziken of appelen over de omheining.
Hoe meer naar het zuiden we kwamen hoe warmer het werd, eens was het zo heet dat we bang waren een zonneslag op te doen, die namiddag was het werkelijk niet te doen zodat we een middagrust inlasten, ergens dicht bij een riviertje, dit was de gelegenheid eens een “ bad”
te nemen maar onze 200 km moest gehaald worden, dan maar doorrijden tot 12us’nachts .
Neen, nu zetten we onze tent niet op, hier stonden er tenten genoeg, tegen de baan stond er
een groot veld met graan in schoven, hier zouden we ook goed slapen maar!!! Rond vijf uur stond Rie aan mijn tent, zeg joeng ikem kaa, en ja ik was ook druipnat van de dauw,
we zijn dan maar opgestaan en beginnen rijden om ons te verwarmen, seffens gaan de winkels open en kunnen we ons iets kopen maar, ’t was maandag en dan zijn alle winkels dicht.
Dan maar naar een boerderij, daar kregen we warme melk, een boterham en nog een korst
stijf brood voor onderweg. Ergens zagen we kippen lopen, ja zo ’n paar eitjes zal ook wel smaken, Madamme s’il vous plait, we hoefden niks te vragen maar kwam terug met een
ganse schoot, met het gebaar er valt niets te betalen.
Ondertussen waren we al in Rochefort, ’t was bijna donker toen we in het centrum aankwamen, zoals gewoonlijk richting de kerk, daar woont de pastoor en die moet ons helpen,
maar die lag waarschijnlijk al in bed, kwam door zijn venster kijken en stuurde ons door naar een nummer in dezelfde straat, daar stonden we oog in oog met de mooiste verschijning die ik ooit zag, Doris Day was er maar een schim van, zij ging met ons mee naar een auberge.
Daar stonden wel 20 bedden met matras en wat zouden we er lekker geslapen hebben ware het niet dat er nog een oud stijder van 14-18 lag en die maar van de tranchés en Flandres
en les salles boches, en wat een luxe, er kwam warm water uit de kraan.
Nu kwamen we al ver in het zuiden en het werd altijd maar warmer, op een nacht lagen we
in ons tentje, Mil in het midden en ik werd wakker van een zacht gekerm, ik deed mijn lamp branden en zag Mil met opgetrokken benen, het water liep uit spleten uit zijn billen, s’anderendaags bij de apotheker stelde men een tweede graad zonnebrand vast.
Rie was er al even erg aan toe, zijn achterwerk lag open, ook met een zalfje op te lossen.
Ik zie ons nog altijd Bordeau binnenrijden, ik stel mij nog een lange ijzeren brug voor.
Ze zagen het niet meer zitten en zouden autostop doen, neen we zijn er bijna!!
Ja een lichte vrachtwagen stopte en ze mochten mee maar ik bleef bij mijn standpunt.
We zijn dan maar samen verder gereden en wat waren ze later content dat ze doorgebeten hadden , en zo kwamen we de zesde dag moe maar tevreden in Loudes aan.
Vervolg volgd.
niet wat ge zegt telt maar hoe ge het zegt.