Als ik er eens goed over nadenk, het is al een tijdje geleden dat wij nog eens uit eten zijn geweest
Want de uitgebreide koffietafel op de begrafenis van tante Marie kan je bezwaarlijk een etentje noemen, vind ik ten persoonlijke titel.
Dat was me nogal een bedoening trouwens, tijdens die pistolets-en koekenvreterij.
Er waren familieleden bij die speciaal voor die gelegenheid gedurende veertien dagen niets meer gegeten hadden, aan de hoeveelheden te zien die ze ongegeneerd naar binnen propten.
Bij nadere beschouwing is dat echter onmogelijk, want twee weken geleden huppelde tante Marie nog vrolijk rond.
In zoverre dat je bij een 94-jarige nog van rondhuppelen kan spreken natuurlijk...
En de juiste benaming is niet rondhuppelen beweert mijn kleinzoon, het is jumpen!
Jumpen is nu aan de orde van de dag in de discotheken, al doet de benaming mij meer aan een bepaald onderdeel van de paardensport denken.
Na de koffie werd de wake verder gezet in de kroeg op de hoek van de straat, zij het met enigszins straffer spul. Toen de stemming stilaan niet meer op een begrafenisplechtigheid, maar meer op een gezellig familiefeest begon te lijken, en ik daarover nonkel Pierre een terloopse opmerking maakte, zei die
“So what, morgen is het misschien mijn beurt, laat ons plezier maken nu wij nog kunnen”
Waarin ik hem dan weer volmondig gelijk moest geven, toen ik hem wat aandachtiger bekeek viel mij op dat nonkel Pierre er niet zo best uitzag.
Allemaal bruine vlekken op zijn gelaat en zijn handen, dat wees duidelijk op huidkanker. Ik gaf hem hooguit nog enkele maanden, en dan zaten we weer bijeen op een familiefeest. Tot hij mij verduidelijkte dat hij zijn tuinchalêt aan 't behandelen was met een anti-rottings houtproduct. Vandaar al die bruine vlekken...
Tante Marie had in elk geval nonkel Frans lang overleefd. Die had al ongeveer 45 jaar geleden dit aardse tranendal verlaten, wegens longkanker.
Zij had hem nochtans dikwijls genoeg daarvoor gewaarschuwd, wanneer hij 's morgens uit zijn bed stapte en als eerste werk een sigaret opstak, nog vooraleer hij zijn tanden ging poetsen
“Als gij zoveel sigaretten blijft smoren zoals gij alle dagen doet, ga je d'er nog aan kapot joengeske”
Zij noemde haar echtgenoot nooit Frans maar altijd joengeske, om redenen die alleen aan haar bekend waren.
Misschien wegens het formaat van een bepaald voorwerp, dat onder meer voor sexdoeleinden dient?
En haar voorspelling was uitgekomen, wat ze trouwens triomfantelijk overal verkondigde naderhand, tijdens één van haar menigvuldige reizen naar Spanje met de andere gelukkige weduwen.
In Lloret -de-Mar wist ze beter de weg dan de plaatselijke inboorlingen, en amper twee jaar geleden , op 92-jarige leeftijd was zij nog naar de joenijted steets gevlogen. Ten bewijze daarvan een foto met de Niagara waterval op de achtergrond, en tante Marie breed glimlachend de hele voorgrond vullende, wat haar trouwens geen moeite kostte met haar corpulent figuur. Wat maakte dat je veel goede wil aan de dag moest leggen om van de Niagara een glimp te bespeuren.
Maar zo later en volkomen objectief beschouwd, had zij eigenlijk een veel vrolijker leven zonder hare Frans dan met hare Frans. Wat ze dan trouwens ook overal verkondigde.
“Nu kan ik gaan en staan waar ik wil, en zo dikwijls op reis gaan als ik zelf wil”
Het was algemeen geweten in de familie dat hare Frans niet graag op reis ging, dat hij liever in zijn hofje bezig was.
Van de gemeente Merksem had hij in de volkstuintjes een lap grond toegewezen gekregen, en daar was Frans bijna altijd te vinden. Hij had er een barak neergetimmerd,met veel posters van blote wijven aan de muur geprikt.
Waarvoor hij regelmatig en uitvoerig uitgekafferd werd door zijn Marie, die liever gezien had dat er foto's van haar aan de muur gespijkerd werden, zodat er een duidelijk hoorbaar gesnuif in de kerk hoorbaar was , toen de pastoor heel devoot verkondigde dat Marie en Frans eindelijk terug verenigd zouden zijn daarboven.
Ik betwijfel zelfs ten stelligste of hij zijn Marie wel graag zag komen, om opnieuw onder haar sloef te liggen tot in de eeuwigheid, amen...
Neemt trouwens niets weg van het feit dat wij schijnbaar geen tijd meer hebben om eens rustig uit eten te gaan tegenwoordig.
Omdat mijn eega meer dan haar eigenlijk lief is op onze kleindochter moet letten. En een bijna 3-jarige actieve kleindochter een hele dag in het oog houden is geen sinecure, dat zullen andere bomma's in hetzelfde geval kunnen beamen.
In mijn tijd volstond één loon nog om rond te komen, nu moeten man en vrouw samen uit werken gaan om de eindjes met een los strikje aan elkaar te kunnen knopen.
Tenzij je in de politiek zit natuurlijk en verkozene bent, en je de goegemeente kunt bezwendelen, dan kan je nog rijkelijk leven.
Zo, dat was het dan.
Heb nog een goed leven en we zien mekaar misschien weer in de hel.
Tot zolang dan zal zandmannetje jou wel in slaap lullen !