En er is nog een andere ontwikkeling ontstaan door de langdurige verwijdering van het net, en bij mijn terugkeer in de reële wereld.
Toen ik beneden kwam, liep daar een mij volkomen vreemd vrouwspersoon rond. Navraag leerde mij, dat ze in de veronderstelling verkeerde mijn wettige echtgenote te zijn. Vermits ik her van haar noch pluimen kende, was zij duidelijk een bedriegster. Ik keek eens diep in haar ogen, of ik daar zou ontdekken of ze inderdaad de waarheid sprak, maar zag alleen de achterkant van de binnenkant van haar schedel. (Nu heb ik mijn twijfels of dit wel de juiste omschrijving is, moet het niet zijn de binnenkant van de achterkant van haar schedel?)
In elk geval waren de hersens gezakt, en hoe gevaarlijk dit kan zijn hebben we reeds eerder omschreven in kolder deel 1…
Hop buiten ermee, ik zette haar de straat op…
Zij hield echter voet bij stuk, bleef maar aanbellen en op de voordeur beuken, al kon dat vooralsnog helemaal geen kwaad. Die voordeur is indertijd nog gemaakt door T.Immerman, een gepensioneerd schrijnwerker uit Hasselt. Een goede stielman, zoals je er tegenwoordig niet veel meer vindt. Hij was wel niet van de rapsten, en als hij begon te vertellen over de problemen die hij thuis had met zijn vrouw was hij het eerste uur niet uitgepraat. Maar solide deuren maken kon hij als de beste. Hij maakte ook ramen, liefst in hardhout, meranti of zo want dan kon hij kwaliteit afleveren. Naderhand heeft hij aan de achterkant van het huis beide ramen nog vervangen door meranti houten exemplaren. Ik mocht zeker niet vergeten die alle jaren een beschermingslaagje te geven, om er heeeeel lang geniet van te hebben. Zoals hijzelf kon genieten van een tas koffie. Soms dacht ik dat hij moedwillig het werk zolang liet duren, omdat hij graag mijn koffie lustte. Die zette ik namelijk met een Espressomachine, met een druk van 16 millibar. Heb je lekker schuimende koffie in de tas...
Laat ze maar beuken dus, maar toch, als ze dat beschermingslaagje maar niet beschadigt…
Het werd alleen een beetje gênant, toen de buren telefonisch hun beklag begonnen te doen over het lawaai, en vroegen wat er aan de hand was. Opmerkelijk is wel, dat zij ook allen beweren dat het mijn wettelijke echtgenote is die daar op de deur staat te meppen!
Nu begin ik toch te twijfelen, en vraag haar of ze haar identiteitsbewijs in de brievenbus wilt stoppen, zodat ik het een en ander kan verifiëren…
Zij beweert dat ze bedoeld bewijs niet bij zich heeft, maar ze vertelt me waar ik het kan vinden, en het laatste woord heb ik niet best verstaan, maar het klonk als oelewapper...
Bij een vergelijking met mijn eigen identiteitskaart, komt aan het licht dat ze inderdaad gelijk heeft, de namen komen overeen, gehuwd met die en die, sinds de zoveelste…
Als het dan toch zo is, zou het meteen een verklaring zijn voor het feit dat bij tijd en wijle, bij het verlaten van de computerkamer, ik voedsel vind op onwillekeurige plaatsen in huis, meestal in de keuken. Daar heb ik me reeds lange tijd het hoofd over gebroken waar het vandaan komt, maar nooit een bevredigende oplossing gevonden. Dus laat ik mijn goede wil zien, en open de voordeur. Ze mag binnenkomen en zelfs blijven, mits ze zich aan bepaalde regels houd…
Waarmee weer eens bewezen is dat zandmannetje nog de kwaadste niet is!
Wanneer ik bij haar nadere informatie inwin over het natuurkundige fenomeen, dat hoewel wij aan de rand van de stad wonen ons huis schijnt aan te leunen bij de rimboe, beweert ze zelfs dat het bedoelde oerwoud enkele jaren voordien een gewoon achtertuintje was. Wat ik met de beste wil van de wereld niet kan geloven.
Nog maar pas terug in de reële wereld en ze proberen me reeds oren aan te naaien!
Zo, dat was het dan.
Heb nog een goed leven en we zien mekaar misschien weer in de hel.
Tot zolang dan zal zandmannetje jou wel in slaap lullen !