Hoewel ik Jef in de enkele jaren dat ik hem kende, nooit een stap in de richting van de kerk heb weten zetten, had zijn Maria toch aan een kerkelijke ceremonie gehouden.
Geen eigenlijke begrafenis, -gisteren is hij reeds tot asse teruggebracht in het crematorium,- vandaag wordt officieel afscheid genomen van zijn urne.
Het was een mooie plechtigheid, daar niet van, en het is ook niet de eerste maal dat ik een kerkdienst bijwoon.
Er zijn ons met de jaren reeds vele familieleden en vrienden ontvallen, en dienaangaande heb ik reeds vele kerken bezocht, er liggen familieleden begraven tot in alle uithoeken van het land van Albert II.
Doorgaans luister ik maar terloops naar de litanie die door pastoors daarbij wordt afgestoken, waarom ik vandaag met meer belangstelling luisterde mag Jef weten.
De vergelijking met de laatste teraardebestelling die ik bijwoonde, -een burgerlijke plechtigheid, enkele maanden geleden-, drong zich onvermijdelijk op.
Ik moet eerlijk toegeven, mijnheer pastoor heeft Jef’s naam wel enkele keren vernoemd. Een keer of vijf, om precies te zijn. Dit in tegenstelling tot de naam van onze heer Jezus Christus, die in bijna elke zin voorkwam die de brave man uitsprak.
Ik heb voornamelijk onthouden dat Jef zijn aardse leven heeft opgegeven en voortaan tot in de eeuwigheid hemelse vrede en hemelse vreugde zal kennen aan de zijde van genoemde here.
Omdat Jef wel degelijk gedoopt werd, 82 jaar geleden.
En voor Jef’s verwekking was volgens de pastoor ook Jezus verantwoordelijk geweest, iets wat Jef’s vader ongetwijfeld de wenkbrauwen had doen fronsen, als het niet was dat deze man al decennia lang dood is.
Wat een onvoorstelbaar geluk heb ik, dat mijn ouders mij ook hebben laten dopen na mijn geboorte.
Hoewel dat er mij niet van zal weerhouden mijn lichaam aan de wetenschap te schenken, eens ik voorgoed mijn ogen sluit. Als er dan nog bruikbare organen in mijn body steken, mogen ze die gebruiken om enkele stakkerds blij mee te maken, de rest kunnen ze in dunne plakjes snijden en verkwanselen als charcuterie.
Dat heb ik al eens eerder gezegd hier, dacht ik zo.
Maar zodoende loop ik niet het risico afgewezen te worden daarboven, en tot in de eeuwigheid verplicht kolenscheppen...
Maar om verder te gaan over de genoemde vergelijking met de burgerlijke begrafenis…
Daar werd uitvoerig gesproken over de levensloop van de overledene, met voorlezing van anekdotes die zijn dochter en kleindochter zelf hadden geschreven en ook zelf kwamen voordragen, iets wat bij de meeste aanwezigen hevige ontroering teweegbracht.
Alsmede de muziek die gespeeld werd, de lievelingsmuziek van de overleden dokwerker was “I’m walking” van Fats Domino, iets wat je toch niet zo dadelijk verwacht bij een teraardebestelling…
In schril contrast met de gregoriaanse liederen die het opgetrommelde achtkoppige kerkkoor hier vandaag ten gehore brachten, al wil ik zeker geen afbreuk doen of misprijzen betonen aan de mensen die bereid zijn te komen zingen op een begrafenis.
En eveneens een contrast, in de kerk wordt je verwacht een duit in de collecteschaal te deponeren, eens je de urne komt groeten. Hier wilt de kerk nogmaals een graantje meepikken, niettegenstaande het feit dat Maria voor de dienst zelve reeds flink in de geldbeugel heeft moeten tasten.
Nu zal Maria het moeilijk gaan krijgen, de volgende weken. Als je op die leeftijd alleen komt te staan, na een leven lang samenzijn…
Maar dat staat ons allemaal te wachten, is het niet?
Geen eigenlijke begrafenis, -gisteren is hij reeds tot asse teruggebracht in het crematorium,- vandaag wordt officieel afscheid genomen van zijn urne.
Het was een mooie plechtigheid, daar niet van, en het is ook niet de eerste maal dat ik een kerkdienst bijwoon.
Er zijn ons met de jaren reeds vele familieleden en vrienden ontvallen, en dienaangaande heb ik reeds vele kerken bezocht, er liggen familieleden begraven tot in alle uithoeken van het land van Albert II.
Doorgaans luister ik maar terloops naar de litanie die door pastoors daarbij wordt afgestoken, waarom ik vandaag met meer belangstelling luisterde mag Jef weten.
De vergelijking met de laatste teraardebestelling die ik bijwoonde, -een burgerlijke plechtigheid, enkele maanden geleden-, drong zich onvermijdelijk op.
Ik moet eerlijk toegeven, mijnheer pastoor heeft Jef’s naam wel enkele keren vernoemd. Een keer of vijf, om precies te zijn. Dit in tegenstelling tot de naam van onze heer Jezus Christus, die in bijna elke zin voorkwam die de brave man uitsprak.
Ik heb voornamelijk onthouden dat Jef zijn aardse leven heeft opgegeven en voortaan tot in de eeuwigheid hemelse vrede en hemelse vreugde zal kennen aan de zijde van genoemde here.
Omdat Jef wel degelijk gedoopt werd, 82 jaar geleden.
En voor Jef’s verwekking was volgens de pastoor ook Jezus verantwoordelijk geweest, iets wat Jef’s vader ongetwijfeld de wenkbrauwen had doen fronsen, als het niet was dat deze man al decennia lang dood is.
Wat een onvoorstelbaar geluk heb ik, dat mijn ouders mij ook hebben laten dopen na mijn geboorte.
Hoewel dat er mij niet van zal weerhouden mijn lichaam aan de wetenschap te schenken, eens ik voorgoed mijn ogen sluit. Als er dan nog bruikbare organen in mijn body steken, mogen ze die gebruiken om enkele stakkerds blij mee te maken, de rest kunnen ze in dunne plakjes snijden en verkwanselen als charcuterie.
Dat heb ik al eens eerder gezegd hier, dacht ik zo.
Maar zodoende loop ik niet het risico afgewezen te worden daarboven, en tot in de eeuwigheid verplicht kolenscheppen...
Maar om verder te gaan over de genoemde vergelijking met de burgerlijke begrafenis…
Daar werd uitvoerig gesproken over de levensloop van de overledene, met voorlezing van anekdotes die zijn dochter en kleindochter zelf hadden geschreven en ook zelf kwamen voordragen, iets wat bij de meeste aanwezigen hevige ontroering teweegbracht.
Alsmede de muziek die gespeeld werd, de lievelingsmuziek van de overleden dokwerker was “I’m walking” van Fats Domino, iets wat je toch niet zo dadelijk verwacht bij een teraardebestelling…
In schril contrast met de gregoriaanse liederen die het opgetrommelde achtkoppige kerkkoor hier vandaag ten gehore brachten, al wil ik zeker geen afbreuk doen of misprijzen betonen aan de mensen die bereid zijn te komen zingen op een begrafenis.
En eveneens een contrast, in de kerk wordt je verwacht een duit in de collecteschaal te deponeren, eens je de urne komt groeten. Hier wilt de kerk nogmaals een graantje meepikken, niettegenstaande het feit dat Maria voor de dienst zelve reeds flink in de geldbeugel heeft moeten tasten.
Nu zal Maria het moeilijk gaan krijgen, de volgende weken. Als je op die leeftijd alleen komt te staan, na een leven lang samenzijn…
Maar dat staat ons allemaal te wachten, is het niet?
Zo, dat was het dan.
Heb nog een goed leven en we zien mekaar misschien weer in de hel.
Tot zolang dan zal zandmannetje jou wel in slaap lullen !
Heb nog een goed leven en we zien mekaar misschien weer in de hel.
Tot zolang dan zal zandmannetje jou wel in slaap lullen !