Het competitiebeest is in me losgebroken. Na enkele zware tt’s mee gedaan te hebben lijkt het er op dat je er zelfs meer uithouding en kracht door krijgt. Nu kom ik uit een wereldje dat met sport te maken heeft en heel goed besef wat er op gebied van sportiviteit te beleven valt. Niet alleen onze zonen stonden op het Nationale hoogste schavotje maar ook de ouders draaiden mee op een bepaalde sport aan de top. Als trainer heb je dan dubbel verantwoordelijkheid. Langs de ene kant heb je verantwoordelijkheid ten opzicht van de kinderen van andere mensen maar je eigen kinderen mogen daarom niet meer en niet minder. Ze worden zelfs strenger behandeld omdat we niet tolereerden dat ze ons belachelijk zouden maken of dat ze meer toegelaten werden. Nu supporteren onze gezinsleden voor ons en als dat niet een sportieve geest is?! Je kon bijvoorbeeld niet foefelen want je werd gezien met je sport. Iedereen zag je aanwezigheid en iemand anders sturen met je deelnemerskaart zou beslist niet gekund hebben. Je foto hing te bengelen rond je nek met je licentie. Niemand kon hier gebruik van maken alleen wijzelf. Nu krijg je een stempelkaart mee en je krijgt je stempel erop van mensen die zich totaal belangeloos inzetten voor hun sport. Mooi toch! Gaat men voor het groepsklassement en een grote groep vertrekt wordt hier niet altijd gecontroleerd of effectief die mensen wel allemaal meefietsen die op de deelnemerslijst staan. Ook is het zo, als individuelen stempelen zie je ze binnen komen maar als er plots iemand binnen springt met een hoop namen op een papier en stempelkaarten kan je niet altijd controleren of ze wel degelijk erbij zijn of thuis op hun luie zetel liggen. Deze fraudeurs krijgen evenzeer hun punten en als op het einde van de ritten dan nog een prijskaartje wordt uitgedeeld, staan meestal die mensen op het hoogste schavotje terwijl ze nergens te bespeuren zijn geweest. Maar bon, dat tussendoor. Laat ons nu maar weer genieten van de fietsperikelen die we onderweg tegenkomen.
Als we aankomen in Tielt-Winge staat alles vol en we vinden nog een plaatsje op de wei. Deze keer had de boer eerst het gras gekortwiekt, met dank hiervoor. De eerste 20 kilometer lopen vlotjes maar dat wil nog niks zeggen. Het moet allemaal tot het einde uitgefietst worden. Veel slechte fietspaden vind je in die omgeving, ze worden maar niet vernieuwd. Ze sturen ons over de heuvelstaat naar Bekkevoort waar we de eerste helling mogen ontmoeten. Van schillenksberg gaat het naar de Oude Tiensebaan waar we Schoonderbuken tegenkomen. Hier vind je het standbeeld van de Bezembinders terug. Via de Hoenstraat komen we in Rillaar die ons voert door Oudenbos waar zich twee natuurreservaten bevinden namelijk De Venne en De Meersakkers. Weer krijgen we een helling die ze ginder in Houwaart de Roeselberg noemen. Bijna 700 m. lang en de klim die we wagen bedraagt bijna 7 %. St-Joris-Winge doet ons de Leuvense Baan en de Vlaaistraat nemen waar we dan in Meensel gedropt worden in de Kiekebosstraat. Overal is het glooiend maar niet zo steil dat je geen pudding meer kan zeggen. Attenrode zie ik staan en Vissenaken op een bepaald ogenblik. Het prettigst komt nog in Bunsbeek waar we plots geconfronteerd worden met een oude Romeinse kasseiweg. Je moest over deze onhebbelijke lelijkerd om aan de bevoorrading en de stempelcontrole uit te komen. Eenmaal je op dat punt was kreeg je een adempauze. Iedereen propte zich vol met cake en banaan om de verloren calories te boven te komen. Je had het wel nodig want de rectorijstraat volgde van 8%. Elke toerist weet dat hij zijn krachten moet doseren en niet helemaal moet gaan tot het bot. Na een helling krijg je tijd om te recupereren en dan zit je nog altijd goed. Loksbergen met zijn Mannekenshaagstraat laat je vermoeden dat je nog maar 20 km moet. Je geeft gas bij en je grote molen neemt het over. Het klokje wijst 32 per uur aan. De verloren tijd wordt ingehaald op de platte stukken maar op het eind zou je nog voor verrassingen kunnen komen te staan. Immers we hadden de Wijndries nog niet ontmoet en ontmoeten deden we hem. Nog zo een koppige heuvel van 8 % die je op het laatst van de rit toch nog even in je kuiten bijt. Boven staat de fotograaf grinnikend shots te nemen en je aanmoedigt om toch nog maar te blijven lachen. Ieder neemt de Wijndries op zijn eigen manier. De ene blijft zitten op het zadel, de andere gaat te voet naar boven. Is niks mis mee. Dan volgt er een afdaling van jewelste. Een hele grote groep die naar beneden duikt tegen 52 per uur en er steken me nog renners voorbij. Plots steekt er een 4 x 4 met een aanhangwagen achteruit de straat op en het scheelde geen halve meter of die maaide als grassprieten een halve groep van de fiets af. Gelukkig liep het weeral goed af deze keer maar het was wel even schrikken. Oef we naderen na 81 km blij de finish. In Tielt bekomen we eerst even van de schrik, drinken iets fris want het was die dag wel een warme dag geweest. Vlug de fietsen opladen en naar huis, er volgde nog eentje die langer was de dag erna.
Als we aankomen in Tielt-Winge staat alles vol en we vinden nog een plaatsje op de wei. Deze keer had de boer eerst het gras gekortwiekt, met dank hiervoor. De eerste 20 kilometer lopen vlotjes maar dat wil nog niks zeggen. Het moet allemaal tot het einde uitgefietst worden. Veel slechte fietspaden vind je in die omgeving, ze worden maar niet vernieuwd. Ze sturen ons over de heuvelstaat naar Bekkevoort waar we de eerste helling mogen ontmoeten. Van schillenksberg gaat het naar de Oude Tiensebaan waar we Schoonderbuken tegenkomen. Hier vind je het standbeeld van de Bezembinders terug. Via de Hoenstraat komen we in Rillaar die ons voert door Oudenbos waar zich twee natuurreservaten bevinden namelijk De Venne en De Meersakkers. Weer krijgen we een helling die ze ginder in Houwaart de Roeselberg noemen. Bijna 700 m. lang en de klim die we wagen bedraagt bijna 7 %. St-Joris-Winge doet ons de Leuvense Baan en de Vlaaistraat nemen waar we dan in Meensel gedropt worden in de Kiekebosstraat. Overal is het glooiend maar niet zo steil dat je geen pudding meer kan zeggen. Attenrode zie ik staan en Vissenaken op een bepaald ogenblik. Het prettigst komt nog in Bunsbeek waar we plots geconfronteerd worden met een oude Romeinse kasseiweg. Je moest over deze onhebbelijke lelijkerd om aan de bevoorrading en de stempelcontrole uit te komen. Eenmaal je op dat punt was kreeg je een adempauze. Iedereen propte zich vol met cake en banaan om de verloren calories te boven te komen. Je had het wel nodig want de rectorijstraat volgde van 8%. Elke toerist weet dat hij zijn krachten moet doseren en niet helemaal moet gaan tot het bot. Na een helling krijg je tijd om te recupereren en dan zit je nog altijd goed. Loksbergen met zijn Mannekenshaagstraat laat je vermoeden dat je nog maar 20 km moet. Je geeft gas bij en je grote molen neemt het over. Het klokje wijst 32 per uur aan. De verloren tijd wordt ingehaald op de platte stukken maar op het eind zou je nog voor verrassingen kunnen komen te staan. Immers we hadden de Wijndries nog niet ontmoet en ontmoeten deden we hem. Nog zo een koppige heuvel van 8 % die je op het laatst van de rit toch nog even in je kuiten bijt. Boven staat de fotograaf grinnikend shots te nemen en je aanmoedigt om toch nog maar te blijven lachen. Ieder neemt de Wijndries op zijn eigen manier. De ene blijft zitten op het zadel, de andere gaat te voet naar boven. Is niks mis mee. Dan volgt er een afdaling van jewelste. Een hele grote groep die naar beneden duikt tegen 52 per uur en er steken me nog renners voorbij. Plots steekt er een 4 x 4 met een aanhangwagen achteruit de straat op en het scheelde geen halve meter of die maaide als grassprieten een halve groep van de fiets af. Gelukkig liep het weeral goed af deze keer maar het was wel even schrikken. Oef we naderen na 81 km blij de finish. In Tielt bekomen we eerst even van de schrik, drinken iets fris want het was die dag wel een warme dag geweest. Vlug de fietsen opladen en naar huis, er volgde nog eentje die langer was de dag erna.