mijn vier collega's zijn altijd samen
ik tel niet mee, dat kunnen zij beamen
al mag ik mee, ik zit meestal weggedoken
of in een hoekje weggestoken!
maar als één het door de druk begeeft
is men blij dat men mij nog heeft
wie of wat ben ik?
een vriend is als een ruwe diamant, alleen jij kan hem doen schitteren
iedereen vindt me een lekker ding
maar, alle gekheid op een stokje,
ik word door iedereen uitgekleed
en heb het o, zo koud!
maar hun hongerige blikken doen me smelten
ben ik dan toch door alleman begeerd?
want ondanks mijn donker vel
ben ik van binnen maagdelijk blank
wie of wat ben ik?
een vriend is als een ruwe diamant, alleen jij kan hem doen schitteren