De vijf geboden van de kerk
Zon en feestdag zult ge eren
Op boet- en vrijdag vleesch ontberen
Houdt den vasten ongeschonden
Biecht ten minste eens per jaar uw zonden
En nut rond Pasen ’t brood des heren.
De Pasen houden. !
Vroeger werd er alleen te komunie gegaan in de eerste mis en dan nog,…..
het waren alleen de nonnen en een paar kwezels. De hostie werd uitgereikt vóór de mis en dit vooraan in de kerk op de communiebank, handen onder een witte doek, op de knieën en de tong zo ver mogelijk uitsteken
Om de communie te veralgemenen werd de bond van het heilig hart opgericht,
dit omvatte een maandelijkse vroegmis (7u) met communie en kans om te biechten de avond ervoor of vóór de mis. Natuurlijk mannen en vrouwen niet op dezelfde dag, zij die lid waren kregen een lidkaart en bij hun overlijden stond dat dan ook op hun doodsbeeldeken vermeld, bij hen die niets kerkelijks konden melden was het lid van den duivenbond, fanfare of iets dergelijks.
Toen we in 1942 een nieuwe onderpastoor kregen werd de E K opgericht (eucharistische kruistocht), dit hield in dat we vrijwillig op donderdag, vóór de school naar de mis gingen en dat we op zondag regelmatig uitstapjes deden.
Ook werden we aangespoord iedere eerste vrijdag naar de mis te gaan, en toch hebben ze van ons geen paterke of pastoor kunnen maken.
Met Pasen ging men zeker nog eens naar de mis, ’t was immers nog een gebod dat nageleefd werd, immers zijne Pasen houden deed bijna iedereen, zaterdag namiddag kwamen de bruine paters van het Vosseplein te Brussel biecht horen, meneer pastoor moest maar niet te weten komen wat ze allemaal uitgespookt hadden.Uren voordien zaten de staminees stampvol, kwestie van hun wat moed in te drinken, ja de schrik zat er duidelijk in.
De schoolkinderen hadden hun speciale editie,op witte donderdag gingen we klas per klas naar de kerk en in rijen aanschuiven om onze “zonden” ( meestal verzonnen) te gaan vertellen, daags voordien hadden we dan een gewetensonderzoek gehad.
We konden kiezen tussen de pastoor en de onderpastoor,gewoonlijk kreeg de pastoor niet veel klanten,hij gaf altijd meer penitentie.
De onderpastoor integendeel, die gaf aan iedereen maar drie weesgegroetjes.
Daar iedereen op Pasen moest te komunie gaan was de kerk voor de eerste mis veel te klein, Vanaf zes uur gaf men de komunie en kon men nog biechten.
’t was maar in de jaren zestig toen de geboden niet zo nauw meer nageleefd werden dat het altaar naar het volk gericht werd, de teksten in het Vlaams gebeden werden en er in alle missen de komunie gegeven werd zonder hoeven nuchter te zijn. ( dit hield in dat men sedert middernacht niets meer mocht gegeten en gedronken hebben.)
Alle acht jaar werd er een “ missie” gehouden, dit was een aansporing tot
bekering, mannen, vrouwen en kinderen hadden hun aparte preken, aangepast aan geslacht en ouderdom, dit werd weerom gedaan door de Brusselse Paters Baziel en Vigiel, de kerk daverde op haar grondvesten en iedereen trok zijn kop in de kraag van zijn jas, wie heeft er meer gehoord van “ eeuwige verdoemenis “ en eeuwig te branden in het helse vuur dan onze generatie.
In 1960 hadden we onze laatste” missie”, de paters mochten niet meer roepen van moord en brand, alles moest zich afspelen op liefde en naastenliefde, neen ze waren er niet gelukkig mee, de mensen zien beven en sidderen was veel plezanter. Wat er mis gelopen is in de kerk weet ik ook niet maar van alles wat ons voorgehouden werd is er niet veel meer overgebleven.
Denk nu niet dat ik een afvallige geworden ben maar mijn geloof is meer volwassen geworden , neen geen kinderlijk geloof meer.
Zon en feestdag zult ge eren
Op boet- en vrijdag vleesch ontberen
Houdt den vasten ongeschonden
Biecht ten minste eens per jaar uw zonden
En nut rond Pasen ’t brood des heren.
De Pasen houden. !
Vroeger werd er alleen te komunie gegaan in de eerste mis en dan nog,…..
het waren alleen de nonnen en een paar kwezels. De hostie werd uitgereikt vóór de mis en dit vooraan in de kerk op de communiebank, handen onder een witte doek, op de knieën en de tong zo ver mogelijk uitsteken
Om de communie te veralgemenen werd de bond van het heilig hart opgericht,
dit omvatte een maandelijkse vroegmis (7u) met communie en kans om te biechten de avond ervoor of vóór de mis. Natuurlijk mannen en vrouwen niet op dezelfde dag, zij die lid waren kregen een lidkaart en bij hun overlijden stond dat dan ook op hun doodsbeeldeken vermeld, bij hen die niets kerkelijks konden melden was het lid van den duivenbond, fanfare of iets dergelijks.
Toen we in 1942 een nieuwe onderpastoor kregen werd de E K opgericht (eucharistische kruistocht), dit hield in dat we vrijwillig op donderdag, vóór de school naar de mis gingen en dat we op zondag regelmatig uitstapjes deden.
Ook werden we aangespoord iedere eerste vrijdag naar de mis te gaan, en toch hebben ze van ons geen paterke of pastoor kunnen maken.
Met Pasen ging men zeker nog eens naar de mis, ’t was immers nog een gebod dat nageleefd werd, immers zijne Pasen houden deed bijna iedereen, zaterdag namiddag kwamen de bruine paters van het Vosseplein te Brussel biecht horen, meneer pastoor moest maar niet te weten komen wat ze allemaal uitgespookt hadden.Uren voordien zaten de staminees stampvol, kwestie van hun wat moed in te drinken, ja de schrik zat er duidelijk in.
De schoolkinderen hadden hun speciale editie,op witte donderdag gingen we klas per klas naar de kerk en in rijen aanschuiven om onze “zonden” ( meestal verzonnen) te gaan vertellen, daags voordien hadden we dan een gewetensonderzoek gehad.
We konden kiezen tussen de pastoor en de onderpastoor,gewoonlijk kreeg de pastoor niet veel klanten,hij gaf altijd meer penitentie.
De onderpastoor integendeel, die gaf aan iedereen maar drie weesgegroetjes.
Daar iedereen op Pasen moest te komunie gaan was de kerk voor de eerste mis veel te klein, Vanaf zes uur gaf men de komunie en kon men nog biechten.
’t was maar in de jaren zestig toen de geboden niet zo nauw meer nageleefd werden dat het altaar naar het volk gericht werd, de teksten in het Vlaams gebeden werden en er in alle missen de komunie gegeven werd zonder hoeven nuchter te zijn. ( dit hield in dat men sedert middernacht niets meer mocht gegeten en gedronken hebben.)
Alle acht jaar werd er een “ missie” gehouden, dit was een aansporing tot
bekering, mannen, vrouwen en kinderen hadden hun aparte preken, aangepast aan geslacht en ouderdom, dit werd weerom gedaan door de Brusselse Paters Baziel en Vigiel, de kerk daverde op haar grondvesten en iedereen trok zijn kop in de kraag van zijn jas, wie heeft er meer gehoord van “ eeuwige verdoemenis “ en eeuwig te branden in het helse vuur dan onze generatie.
In 1960 hadden we onze laatste” missie”, de paters mochten niet meer roepen van moord en brand, alles moest zich afspelen op liefde en naastenliefde, neen ze waren er niet gelukkig mee, de mensen zien beven en sidderen was veel plezanter. Wat er mis gelopen is in de kerk weet ik ook niet maar van alles wat ons voorgehouden werd is er niet veel meer overgebleven.
Denk nu niet dat ik een afvallige geworden ben maar mijn geloof is meer volwassen geworden , neen geen kinderlijk geloof meer.
niet wat ge zegt telt maar hoe ge het zegt.