Fokke schreef:
Eind van de jaren veertig was er een schlager die ging als volgt:
"Aiaiai Maria, Maria van Bahia! Alle jonge harten kloppen alleen maar voor Maria!"...
Aiaiai Maria.....
Wij waren toen pubers. In de buurt woonde Sjel C; courreur bij de onafhankelijken zoals dat toen heette. Wij waren zijn onvoorwaardelijke suporters. Telkens er in de omgeving een koers was voor onafhankelijken waren wij op post om Sjel verbaal aan te moedigen en hem te bevoorraden door het aanreiken van de bidon met Export. Iets anders luste Sjel niet. Wij hadden onze twijfels over de sportieve kwaliteiten van Sjel zijn Export maar welke puber haalt het in zijn hoofd om zijn afgod te contraïeren. Hoewel, Sjel had nog nooit de aankomst gehaald. Maar hij bleef ons vedette.
Op zekere dag trokken wij naar Testelt. De grootste verplaatsing die wij tot dan toe gemaakt hadden voor onze sportieve buurman.
In Testelt zou de aankomst plaats hebben van Brussel-Testelt voor onafhankelijken. Met ons jeugdig enthousiasme togen wij op tijd Testelwaarts. Verder als te voet naar Scherpenheuvel waren wij nog nooit geweest. Dus het werd een soort ontdekkingsreis.
In Testelt aangekomen waren de renners nog lang niet in aaaaantocht.
Om het wachten draaglijk te maken draaide de omroeper van dienst: Aiaiai Maria.....Aiaiai Maria... En als de hit op zijn eind liep werd de grammafoonarm weer naar de rand gebracht en daar gingen wij weer: Aiaiai Maria ....en weer en nog. Blijkbaar kon de plaat niet omgedraaid worden want Maria van Bahia bracht haar bisnummer. Wij werden er allemaal een beetje murf van en het wicht bezorgde ons het tegenstelde van wat zij klaarblijkelijk verwachtte.
Maar plots waren de renners- Rooodaaaaniaaaa- in aantocht. Er was een renner ontsnapt zo klonk de uitbundige stem uit de luidsprekers! Nummer zus en zo; de genaamde C. Laat dat nu toch de naam zijn van onze afgod . Wij werden gek van vreugde. En wij hadden het alltijd al gezegd dat Sjel veel meer kon dan hij tot nu toe had laten zien.
Plots klonk Aiaiai Maria weer heel anders en wij zongen duchtig mee.
Aiaiai Maria.....en aiaia Maria......en opnieuw en weer...wat een schoon lieke toch.
En de renners waren in aantocht. Het zou niet lang meer duren of de koploper zou zwetend en stampend in zicht komen. Onze Sjel!!
De spanning en de vreugde kriewelde in onze kelen. Voorovergebogen met de buik op de kabel die het voetpad van de baan scheidde keken wij verder dan mogelijk was. Rooooodaaaaniaa!!! Een stofwolk, gekraak, gekreun en gepiep...een stoot renners flitstvoorbij. Geen koploper meer....Rooooodaaaaniaaa.......Nog één ronde wielerliefhebbers!
Hebt gij Sjel gezien? Nee spijtig toch dat hij ingelopen werd....en spurten dat is niet zijn ding.
De renners zijn voorbij geflitst en de volgauto sliert er achteraan.
Voor ons, net voorbij de aankomststreep, stopt een kleine open vrachtwagen. In de laadbak richt een renner met zwart bestoft aangezicht
en zwarte knieën zich moeizaam op en reikt on zijn fietskader aan zonder wielen; dan de twee wielen. Wij houden alles vast alsof het relikwieën zijn.
Dan pas zien wij dat de bestofte figuur die kreunend uit de laadbak daalt
onze Sjel is. "Opgegeven" zegt hij "platten tube" Hij grijpt naar zijn achterzak reikt ons zijne bidon: "Expoor" gebied Sjel.
Aiaiaia Maria Maria van Bahia......horen wij nog maanden later; en nu weer zie!