Huize Greves,
Vele jonge mensen ( 50 +ers) kunnen zich moeilijk voorstellen hoe het leven “op den buiten” zich afspeelde in de periode van vóór de oorlog.
Zoals de meeste kleine boerderijen was het een gebouw op een lijn, te beginnen met de koeienstal, dan was er de grote kamer, in het midden was er de woonkamer met het washuis, achter grootmoeders kamer met een kamertje boven de keldertrap.
Het volgende deel was “ de ast” hier werd vroeger de hop gedroogd, nu was het de ruimte voor alle kleine werktuigen en vooral vaders werkbank stond er , ook stond er het jongvee,( de meutekes), dan was er de paardenstal en als laatste gedeelte het varkenskot gevolgd door het laatste kotje met een ruitje als verlichting en verluchting in de deur
ja de wc was een plank met een gat er in en in stukjes gescheurd gazettenpapier.
Toen we wat groter werden zijn de jongens met bed en appelsienbak, ja dat was ons nachtkastje, naar de zolder verhuisd, hier stond er in de winter het ijs op de pispot.
en bij poedersneeuw lag gans de zolder onder de sneeuw ennnnn ja bij harde vorst hingen er ijstepels op het deken onder onze neus, jaaaaaa….. echt waar ! ! ! !
Neen van luxe was er geen sprake en het waren meestal grote gezinnen.
Bij ons waren we met zeven kinderen ouders en grootmoeder, dit alles moest een plaatsje krijgen, van een eigen kamer kon men alleen maar dromen,
Ik heb zelfs nog met drie in één bed geslapen, als ene zich op en andere zijde wou leggen moesten ze alle drie draaien, mijn ouders en grootmoeder hadden een wollen matras, wij stelden het met een strozak, dit vulsel was fijn gekapt korenstro die om het jaar vernieuwd werd en we hielden zo van ons putje(nestje) zodat de matras niet opgeschud mocht worden.
Meter ( grootmoeder) had haar eigen kamer, wij,de negen anderen stelden het met een kamer van 5 op 9m,de ruimte van de ouders was afgeschermd met een gordijn de kleinsten sliepen ook achter de gordijn in de wieg of een eerste bedje
De overige ruimte werd gevuld met drie tweepersoonsbedden, privacy, neen dat kenden we niet en ja, onder ieder bed stond er een noodzakelijk voorwerp,”de pispot”
Onze huiskamer met als inkom de buitendeur en het “portaal “met binnendeur was er voor alle gebruik, in de balken waren er dikke nagels geklopt deze moesten dienen om draden te spannen om bij slecht weder de was te drogen, ja zelfs vaders tabak hing er eens te drogen, de leuze was; een huis dient voor uw gerief.
De ene moment was het een naaiatelier en soms wanneer het buiten te koud en te slecht was kwam vader binnen met zijn” wissen” om mandjes voor de aardbeienpluk te vlechten, een speelruimte was het altijd, ja er werd zelfs met merbollen (knikkers) gespeeld en ieder wist wel een hoekje of een plaatsje in de huiskamer te bemachtigen.
Achter de huiskamer was er het washuis met de” borrebank” dit was een gemetste wastafel met blauwe steen betegeld, er onder was een uitsparing met een opening in de buitenmuur, dit was een(moozegat) waardoor het afvalwater naar buiten kon lopen.
In deze ruimte was ook de kelderdeur en de trap naar de zolder.
Een badkamer, nooit gekend, bij ons was dat een grote zinken kuip die op zaterdag in een hoekje opgesteld stond, op de Leuvense stoof stond er een grote ketel om het water op niveau en temperatuur te houden, het vuil schuim werd er afgeschept.
In de zomer stond die kuip in de stal en kon men naar hartelust “drachen”
En zeggen dat we een gelukkige jeugd hadden, het jonge volkje van nu zal er wel anders over denken.
Tot nog nekie, saluut.
niet wat ge zegt telt maar hoe ge het zegt.