Clausewitz schreef:In het klerikale jargon spreekt men de ene keer van Jezus dan weer van Christus en zelfs ook nog van Jezus-Christus, zonder een verschil te maken tussen die drie benamingen.Men gebruikt ze als synoniemen,gelijk en onderling verwisselbaar.
De naam Jezus-Christus verenigt wel twee begrippen met een totaal verschillende betekenis.
Probleem voor historici:Naar wie moeten ze zoeken?

De Clerus ontstond in feite pas in 325 toen zij door Constantijn aangesteld en betaald werden.
Jezus,Jehosua, betekent JHWH is redding.
Christus komt van het Griekse Chri′stos, het equivalent van het Hebreeuwse Ma‧sji′ach, en betekent „Gezalfde”. Hoewel de uitdrukking „gezalfde” vóór Jezus’ tijd terecht op anderen werd toegepast, bijvoorbeeld op Mozes, Aäron en David, vormden de positie, het ambt of de dienst waarvoor deze personen gezalfd werden, slechts een voorafbeelding van de uitnemender positie, het hogere ambt en de verhevener dienst van Jezus Christus.
Voor zijn verwekking en geboorte werd dit gezegd.
(Mattheüs 1:21) Zij zal een zoon baren, en gij moet hem de naam Jezus geven, want hij zal zijn volk van hun zonden redden.”
(Lukas 2:11) want heden is U in Davids stad een Redder geboren, die Christus de Heer is.
Paulus schreef: Handelingen 2: 36 Laat daarom het gehele huis van Israël met volle zekerheid weten, dat God deze Jezus, die GIJ aan een paal hebt gehangen, zowel tot Heer als tot Christus heeft gemaakt.”
Jezus zal met de kleine kudde een koninkrijksregering gaan vormen die vanuit de hemel over de aarde regeert.
Het probleem voor historici is niet naar wie zij moeten zoeken, maar naar wie zij
willen zoeken.
Lees de Bijbel dagelijks.