Je merkt het aan je tenen dat de winter op zijn laatste benen staat. Ze kriebelen minder dan voorheen. Het lenteseizoen barst van de lichte kleuren overal rondom je. Onze onweerstaanbare voorjaarsbloeiers staan nog een paar dagen verlegen verstopt achter een zilveren berk. Een bed vol met narcissen naast sneeuwklokjes en krokussen die de aftocht bliezen met stille trom. Op de tafels binnen prijken vrolijke natuurlijke materialen vol van pastelkleuren. Geel is troef voor Pasen. In bloemetjesborden zoals ons grootmoeder ze had, ruiken de chocolade eitjes. Ze prikkelen je neusgaten en het kost heel veel moeite om eraf te blijven. Ook de keukenmuren hebben een andere pastelkleur gekregen. Niet dat we zot zijn van voorjaarspoets, helemaal niet maar om de paar jaren mag er toch iets verfrissends tegen de muur. Je past de kanten keukengordijntjes met eendjesmotief aan en vervangt ze door een olifantenmotiefje of een zomerhuisje. Kant, vrouwen houden van kant. Zorgen voor een aangename sfeer in huis, iedereen is er druk mee bezig. Het doet je de nare indrukken die we de voorbije weken hebben mee gekregen uit velerlei kranten even vergeten.
Af en toe zien we de haantjesfazanten over straat paraderen op zoek naar een geschikte partner. Een reekalf verstopt zich onder een hulsstruik, wachtend tot moederree teken doet dat het mag volgen in het bos. Ze huppelen samen verder van struik naar struik, van bosje naar bosje. Mooi om te zien maar je mag ze niet aanraken. Geen mensengeur op de vacht van een reekalf doen, dan worden ze verstoten door de moeder.
Als ik uit het veld kom gewandeld met mijn ruwharige herder, passeer ik een fermette. Een oud dametje staat te kijken naar ons achter de gordijnen die ze snel opzij schuift. Ze heeft behoefte aan een babbel en wuift naar me. Haar wit haar glinstert gelijk zilverpapier in het zonlicht. De ouderdom heeft haar linkeroog aangetast, ze is er blind en met haar rechteroog doet ze moeite om je aan te kijken. Heel haar familie woont in Nederland en haar oudste zoon is een passioneel zakenman die het goed doet in Zwitserland. Ze vuurt honderd vragen op me af en niet altijd weet je er dadelijk een gepast antwoord op. De echtgenoot van haar is inmiddels de 85 voorbij, slecht te been en graatmager geworden de laatste weken. Zij is 78. De laatste tijd voelde ze zich gelijk een oude eikenboom die alleen en verlaten in een groot stadspark staat. De boom die vruchten heeft gedragen tot in de vierde generatie en alle vruchten vielen ver van de boom. Ach dacht ik, laat het menske het eens vertellen, het zal haar opluchten. Bevend prevelde ze iets over haar oudste zoon. Het voelde aan zei ze alsof de boom een tak had verloren. “Amper 55 is hij geworden, verleden week overleed hij aan een hartinfarct in Zwitserland. Ondertussen is hij in Nederland gecremeerd, we zijn er het hart van in,” weende ze. Zo dichtbij wonen dacht ik en dit wisten we niet. Vroeger liepen de mensen bij elkander in en uit, vandaag heeft iedereen een carrièremicrobe te pakken. Kom je thuis na een heksige dag, spring je nog vlug op de fiets om wat kilometers te malen. Niemand denkt aan zijn buren of daar alles in orde is. Men moest eens dikwijls onder de pannen kunnen gluren bij anderen, je zou iets tegenkomen.
“Als ik je zie langsfietsen,” ging ze verder, “hou ik mijn hart vast.” “Ach,” troost ik haar, “als je op het verkeerde moment op de verkeerde plaats bent, heb je pech.” Een mens mag daar niet aan denken anders heb je geen leven meer. Je kan je tenslotte niet binnen onder de tafel verstoppen en je leven laten voorbij gaan zonder dat je nog buiten durft te komen?
Dikwijls kom ik op plekken waar de dag erna iets gebeurd, je mag je dat niet in je hoofd steken.
Mijn hond trekt aan de leiband, hij wil verder naar zijn drinkbakje. Pasen komt eraan dit weekend, weeral een gezin dat geen feestdag heeft, geen nood heeft aan geverfde eikes. Wie kleinkinderen heeft van een overleden zoon, vindt nog een troost in die kleintjes, ze vervangen de afgestorvene maar pijn zal het zeker doen voor deze mensen. Ik denk dat dit het ergste is wat een mens kan overkomen, zijn kind afgeven, op welke manier dan ook.
Laat het alsnog voor iedereen een vrolijk Pasen wezen, veel vreugde in jullie leven, dank dat we er zijn voor anderen.