Pechdag.
Ge kent dat wel, een echte kl... dag. Miezerig dunne sneeuw valt uit een grijze hemel, en ontneemt elke hoop op verbetering voor de eerst volgende dagen.
Ik besluit om ons Maria gelukkig te maken door die ouwe kast eens van een nieuwe verflaag te voorzien. Vlug mijn ontbijt naar binnen geslobberd, en ik verbrand mijn tong aan de gloeiend hete koffie. Ik trek vlug mijne werkjas aan die bij de mouw openscheurt, en met de kraag wat over het hoofd getrokken tegen de sneeuw, ren ik over het tuinpad naar ons schuurke. Ik glijd uit, en plof met mijn gat in de sneeuw. Niet over zeveren, effekes goed doorwerken en mijn broek droogt dan ondertussen wel op. In het schuurke staat de kast al klaar, al wekenlang trouwens. Ge kunt er maar amper meer lopen, want de rest van het hok is een grote opstapeling van de meest uiteenlopende artikelen.
Midden tussen die rommel staat "Bultje" mijn Harley, geparkeerd. Hij staat gruwelijk in de weg, maar met zijn brede stuur is het een hels karwei om hem iedere keer binnen of buiten te krijgen. Dan maar laten staan dus. Ik schuif met mijn voeten wat rommel aan de kanten. Ergens moet ik toch nog ne pot van die witte verf hebben staan. Aha, ja, hebbes, is kijken, er zit nog meer dan genoeg in, bijna gans vol. Die kast eerst nog eens afschuren? Ben niet gek, ons Maria ziet het verschil toch niet. Ik pak de pot verf op, en ja, een verfborstel zou ook wel gemakkelijk zijn. Aha, daar ginds ligt er nog een die niet hard is geworden. Ik loop er naar toe, maar blijf met mijn voet ergens haken. Ik duik voorover en val met mijn noten op het achterlicht van mijn Harley. K...t, da doe zeer! De pot met verf is uit mijn hand gevlogen en kwakt boven op de motor.
Oei, Shiiiit, mijn motor helemaal onder de witte verf. Miljaarde, wat moet ik nu doen? Mee nen doek afvegen? Neeee...... niet voldoende. Het zweet breekt me uit. Afspoelen, jaaaa..... maar met wat? Benzine! Natuurlijk! Verdoeme waar heb ik die? Wanhopig kijk ik rond en zie een groene fles staan. Benzine, volgens mij. Erover gieten, en meteen daarna met een doek alles afvegen. Da moet lukken. Met een gezicht dat even wit is weggetrokken als mijn motor, graai ik naar de fles en frommel de dop eraf. Dju, verdoeme, verdoeme, rustig blijven, denk toch is wat na. Eerst dus van bovenaf beginnen te gieten. Ik zwaai wild met de fles boven de motor heen en weer. Ha, gelukkig, ziet ge wel, de hele rotzooi spoelt al naar beneden, en van het blok haal ik het er straks wel vanaf. Ik ren en spring rond de motor, het zweet loopt over mijn lijf. Poetsvodden! Poetsvodden, die moeten hier toch ergens liggen? Helemaal de kluts kwijt ruk ik alles uit een kast en vind daar gelukkig een stapel ouwe vodden. Miljaarde, waar moet ik toch beginnen? Koortsachtig begin ik links en rechts over de druipende drek te vegen. ?????..Verrek, wat is dat???.. zwarte smurrie tussen die witte verf? Maar dat is toch geen..? Nee hè, dat is zwarte lak van de motor. Tedjuu, die fles,,, dat is gene benzine, dat is aceton!. Nondemiljaarde, wa nu? In pure wanhoop steek ik de armen omhoog. Alles weer afspoelen met water? Voor ik een emmer heb gehaald enz, is ondertussen den hele lak van mijn motor afgevreten. Weer afspoelen, maar dan nu echt met benzine. Terwijl ik de dop van de tank schroef om met een slangske te gaan hevelen, besef ik dat zoiets ook te lang duurt, en kijk weer rond. Aha, gelukkig, daar staat dus die fles benzine. Rap, rap. De volgende keer dat spul toch maar ergens anders in doen. Tedju, diejen dop zit knoervast. Ik pak een grote moersleutel en mep de hals van de fles. Gulpend stroomt de benzine eruit, en ik mik zoveel mogelijk op de motor. Mamamia, waar ben ik toch in godsnaam mee bezig???
Dan dringt alles pas goed tot me door en laat ik moedeloos de armen zakken. Het hele gebeuren heeft zich in slechts enkele minuten afgespeeld. Het schuurke, inclusief de Harley, bied een troosteloze aanblik. Ik zak bijna door mijn trillende knieën. Mijne motor, mijne motor, mijn "Bultje", wat ziet hij er uit. Hier en daar is de lak volledig weggevreten en glinstert het blote metaal me toe. Het hele schuurtje lijkt wel een druipsteengrot. Mijn voeten soppen in m`n schoenen. De vloer is een grote plas verf, benzine en aceton, en de dampen zijn te snijden. Mijne god, wat een puinhoop, wat een ramp, dit is meer dan een mens kan verdragen. De wrede werkelijkheid treft me als een mokerslag. Tranen komen in mijn ogen, het is me allemaal teveel, ik zoek steun tegen de werkbank, en met bibberende handen steek ik een sigaret op..................................................

Ik ben dood, ik zie wolkjes! Nee, toch niet, wat mijn gezichtsveld aan de rand beperkt, zijn plukken watten en verband. Tegelijkertijd dringt enorme pijn in mijn bewustzijn. Elke beweging wordt meteen afgestraft, mijn huid lijkt op pakpapier, het lijkt te branden. Ik zie een beweging, iemand in een witte jas buigt zich over me heen, en geeft me een injectie. Alles word donker. Weken later lig ik te staren naar details in de ziekenzaal, ik ken ze al van buiten. Het verband is er nog steeds, de pijn ook. Ge krijgt bezoek zegt de verpleegster. Ik vraag me af wie. De flikken zijn net weg, die idioten dachten dat ik bommen fabriceerde. Den buurman is het ook niet, die is pas geweest. Eveneens ne fanatieke knutselaar, kon die het tenminste nog een beetje begrijpen. Echt goei buren. De enorme explosie die volgde bij het aansteken van m´n sigaret, had niet alleen dat van bij ons, maar ook het dak van hun schuurke weggeblazen. Hun hond hebben ze met een plamuurmes van de schutting moeten krabben, maar dat beestje was toch al veel te oud geworden, troostte hij me. De achterdeur die op het aanrecht terechtkwam, bleek rot te zijn. Zijn vrouw was zelfs niet boos over het stuk benzinetank dat in hun slaapkamerplafond was blijven steken, want dat moest toch opnieuw worden geschilderd. De helft van hun coniferen is gesnoeid door een stuk venster. De verpleegster gaat opzij, en er verschijnen vijf clubmakkers in beeld. Ze komen om mijn bed staan. Het is moeilijk om ze tegelijk te zien, want het grote bloemstuk van de glazenmaker staat in de weg. Ik zit van top tot teen in verband, en kan alleen een beetje met m´n ogen rollen. Ik probeer te grijnzen maar m´n lippen gaan weer kapot. Tactvol als de mannen altijd zijn, vertellen ze me heel uitgebreid wat een enorme stomme kloot ik ben geweest. O ja, wa hadde gellie dan in mijn plaats gedaan? Ze geven een reeks van even idiote mogelijkheden, en kijken elkaar lachend aan. Het doet me goed, even vergeet ik m´n ellende. Als ze vertrekken kan ik met enige moeite zien dat het buiten prachtig weer is. De slimmeriken hadden het goed bekeken. Ideaal weer voor een ritje, en even langs het brandwonden-centrum.
Softail.
Iedereen heeft recht op zijn eigen afwijking..