jure,jure schreef:Bluevelvet U schreef :
Neen, er staat te lezen dat Jezus eens bij God (het Woord was bij God, en het Woord was god,
Waarom schrijft u daar geen hoofdletter? In een der eerste Wachttorens die men mij liet lezen stond de uitleg dat Jezus "enkel" de Zoon van God was en niet God zelf. Er stond In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was ( een ) god.
Zo of zo maakt Uw bijbel dan onderscheid tussen God, Zoon, Geest, Engelen. Of moet het zijn God, Geest, engelen, mensen en jezus..
Als er vermeld staat dat in het begin het Woord was ( dat nadien is vlees geworden, wat dus op Jezus slaat ) en dat het Woord bij God was is Hij toch groter dan al de andere schepselen. Of zit ik daar fout.
Zijn de woorden " Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven" ook zo vertaald. Zeg me dan, wie kan leven geven?
jure
Er is maar één God, de Schepper van alles, en Zijn eerstgeborene was Jezus. (Kol. 1:15) Nadien schiep God alles door middel van Jezus. Jezus geschapen zijnde had hij ooit een begin, terwijl God geen begin en einde kent. (Micha 5:2).
In Johannes 1:1 staat: „In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God” (SV). Uit Johannes 1:14 begrijpen we dat het "Woord" Jezus is.
Niet alle bijbelvertalers gebruiken de zinsnede "het Woord was God" en op basis van hun kennis van het Grieks concludeerden vertalers dat de zinsnede "het Woord was God" anders vertaald moest worden.
Een paar voorbeelden :
- "Het Woord was een God” (Reijnier Rooleeuw).
- "Van goddelijke natuur was het Woord" (Ludwig Thimme).
- "De Logos [het Woord] was goddelijk" (James Moffatt).
Uit deze vertalingen leest men duidelijk dat het 'Woord' niet God zelf is .* Het 'Woord' wordt echter "een god" genoemd vanwege zijn hoge positie en zou hier "machtige" betekenen.
De woord-voor-woordvertaling van de Griekse tekst luidt: "In een begin was het Woord, en het Woord was bij de God, en een god was het Woord".
Zie ook Mr 6:49; 11:32; Jo 4:19; 6:70; 8:44; 9:17; 10:1, 13, 33; 12:6 waar vertalers ook het onbepaalde lidwoord 'een' inlassen om de hoedanigheid of de kenmerkende eigenschap van het onderwerp tot uitdrukking te brengen, zoals een profeet, een lasteraar, een dief, een arbeider, een god.... In Johannes 1:1 het onbepaalde lidwoord 'een' inlassen, zodat men "een god" leest is hier door gerechtvaardigd.
De Schrift zelf bevestigt de juistheid van deze weergave.
Nooit heeft iemand ooit God gezien, over Jezus schrijft Johannes "want het 'Woord is vlees geworden en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd (SV) " Mensen hebben wel degelijk Jezus gezien.
Dan zijn er nog de verschillende verzen waar Jezus spreekt over zijn vader.
We mogen er zeker van zijn dat Jezus 'een god' is, zelfs machtig is, en terug in de hemel zijnde machtiger dan de engelen maar niet "God de Almachtige". Daarom Jezus = god, met een kleine g, om onderscheid te maken.
Het 'Woord' was de enige die bij God was, toen Hij alles schiep. Verder lezen we dat er miljarden engelen bij God in de hemel zijn en zelfs Satan kon tot God naderen !
jij schrijft : "Zijn de woorden Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven" ook zo vertaald. Zeg me dan, wie kan leven geven?"
Ik begrijp niet goed waar je naar toe wilt ? Of bedoel je dat Jezus God is omdat hij zegt dat hij ' het leven' is ?