@ martien55,
Uit jouw antwoord moet ik besluiten dat jij niet veel opgestoken hebt van de fysische informatieLEER van Dr. GITT, en dat je (vrijwillig ?) blijft steken op één aspect van de theorie zoals die van Shannon. Ik mag dan wel een leek zijn, maar het voorbeeld van een computer verstaat zelfs een klein kind mijn gedacht.
Zoals al gezegd, toepassing van de informatieleer vindt men in alle computersystemen, in de telecommunicatietechniek, in de theorie van werkelijke talen en kunsttalen, en in alle biologische systemen.
Behalve de statistische aspecten(Shannon) omvat de fysische informatieleer ook de
syntax, de semantiek, de pragmatiek, en de apobetiek. Hier heb je dus je VIJF LAGEN.
De informatieoverdracht gaat van zender naar ontvanger. Zender en ontvanger moet men zeer breed verstaan. Het kunnen personen zijn, of technische maaksels, of eiwitten, elementen van het DNA.....
Van hoog naar laag onderscheidt men eerst de
apobetiek : de zender wil een bepaalde gebeurtenis doen geschieden, en wil dat een gegeven doel bereikt wordt.
Eén stap lager is er de
pragmatiek : deze omvat de handeling die door de zender wordt verwacht, en door de ontvanger wordt uitgevoerd.
Weer lager is er de
semantiek : deze omvat de gedachten van de zender, die worden medegedeeld, en de betekenis van de ontvangen informatie.
Nog lager vindt men de
syntax : die omvat de gebruikte code waarin het bericht is verborgen.
Op het laagste niveau vindt men de
statistiek : het door de zender uitgezonden signaal moet door de ontvanger worden opgenomen. Shannon beweegt zich alleen maar op dit laagste niveau. Bijgevolg steekt de informatieleer van Git er VER BOVEN UIT !
Deze grootheid genaamd informatie, is wezenlijk geen materiële zoals druk of temperatuur , maar een geestelijke grootheid, die wel aan de stof is gebonden, altijd in gecodeerde vorm, maar die nimmer zijn oorzaak in die materie vindt. Informatie ontstaat beslist niet in of door een materiëel proces,
maar door en uit een idee, door een bedenker, door een met geest begiftigd iemand, door de inzet van intelligentie (verstand) en wil.
Ook betreffende de herkomst van het leven kan de informatieleer worden bevraagd. Al het leven, en zeker het hoger geordende leven van de zoogdieren en de mens, wordt in hoge mate door informatie,
vastgelegd in het DNA van de soort, bepaald. Op grond van de fysische informatiewet moet deze informatie een geestelijke grondslag, een geestelijke oorsprong, hebben.
De BRON van die geestelijke grootheid, de genetische informatie, moet zich BUITEN de materie, BUITEN de zuivere biologie, bevinden, al wordt deze informatie door de eiwitten van het DNA gedragen.
De theoloog, die het CREATIEmodel volgt, spreekt dan over God als intelligente bron,
wat geen natuurwetenschappelijke uitspraak is. De evolutionist houdt het bij het EVOLUTIEmodel, en spreekt over de zelforganisatie van de materie en het ingebakken intelligente ontwerp,
wat evenmin een natuurwetenschappelijke uitspraak is.
Voor beiden geldt, dat, volgens de fysische informatieleer, de informatie, als geestelijke grootheid, uit een bron met verstand (intelligentie) MOET komen.
Hier moet men dus onderscheid maken tussen wat natuurwetenschappelijk vast staat, en wat niet meer tot de natuurwetenschappen behoort : EVOLUTIE IS GEEN BEWEZEN FEIT !
Bron