Nee hoor! Niet Darwin, maar die goeie God heeft 'ons' (letterlijk) 'geschapen'.
Den ene al wat groter dan den andere. Voor sommigen ... helaas.
De goeie God geeft en neemt. Natuurlijk, want wat hij niet geeft, kan hij ook niet afpakken. Dus, wij waren daar ..., zo opeens, eensklaps en zómaar. Maar eigenlijk had Hij 'ons' niet nodig om zich mee te amuseren. Raar maar waar. En om al zijn scheppingsfouten goed te praten, heeft Hij aan een paar schriftgeleerden het bevel gegeven ne keer ne goeie bijbel ineen te flansen. Dat gebeurde véél véél later natuurlijk, want in den beginne waren zij er nog niet. Maar idd, véél later dus. Want ik denk dat noch Adam noch Eva, en ja zelfs hun kinderen, nog niet konden lezen, laat staan, konden schrijven.
Als goeie God kon Hij natuurlijk ook niet op voorhand weten hoe het zijn eerste schepselen zou vergaan.
Maar ..., hij kreeg een fantastische ingeving. Hij zou hen eventjes uittesten met een aantrekkelijke appelboom, met als bewaker, een mooie, veelkleurige, doch heel geniepige slang. Die werd dan later, véél véél later alweer, door de gelovigen voor de duivel aanzien. Want het zou niet spannend genoeg zijn geweest mocht hij zichzelf niet van een tegenhanger hebben voorzien. Kwestie van evenwicht nietwaar. Zeg maar, goed en kwaad.
Die duivel zou voor de verlokking zorgen. Eens zien wat die onnozele Adam en Eva, aan wie Hij notabene een vrije wil had meegegeven, ervan terecht zouden brengen. Oh maar, wat hij eigenlijk had verwacht (en toch weer niet!?), gebeurde ook. En ja hoor, ze lieten zich verleiden door die mooie snode slang, want je moet weten dat dat in de tijd was toen de dieren nog spraken. Maar goed, Zijn amusement kon nu beginnen. Allereerst moest Hij nu Zijn almachtigheid aan Zijn nietige schepselen tonen en stuurde bij deze, als Goddelijke straf, Adam en Eva de laan uit. Het paradijs op aarde had voorgoed afgedaan.
Hij ging op zijn hoge troon, ergens bovenop een wolk gaan zitten, en sprak tot Zichzelf, zich in de Goddelijke handen wrijvend: "laat nu maar komen". Het verderf van de wereld was begonnen en zijn verveling was voorgoed gebroken.
Na zoveel miljarden jaren, zal Hij zich als strenge, doch rechtvaardige God, uiteindelijk van die verderfelijke wereld ontdoen en iets anders moeten verzinnen. Je moet weten, al die miljarden jaren zijn voor Hem, de Grote Meester, eigenlijk toch maar een fluitje van een cent, want voor Hem, bestaat de tijd dus eigenlijk niet, of ... misschien hoop en al, 6000 jaar!?
(Man man man, wat moet dat een en al verveling zijn!)
Enfin, het laatste oordeel kan dan beginnen. Met ieder van ons afzonderlijk, zal Hij een eitje pellen. Sinte Pieter zal voor de orde zorgen. Sorry maat, er zijn nog 100 en zoveel biljoen wachtenden vóór u. Tòch zal je weer mogen kiezen, wachten in het vagevuur, of definitief doorreizen naar de hel.
Zó is het gegaan, en zó zal het gaan, en bij deze is mijn vertelseke gedaan.
