Goeiedag,
Bedankt Alterego,ik heb altijd al wel geweten dat ik niet in een zo maar doodgewone straat woonde, maar in een straat van standing, met allure.
Nu we daar toch over bezig zijn.... Als ik jong was vond ik dat mijn straat
toch iets meer had dan die andere straten, niet zomaar een straat, maar een lei, zoals de leien in Antwerpen, een avenue, iets chique en met acacias, die zo ongeveer mijn ouderdom hebben.
Ach ja, als kind is je eigen straat toch altijd iets meer, een beetje "thuis"
In die tijd speelde de stand een grote rol. En dat doet het nu nog maar daar is wel wat in veranderd. Onbewust behoorde men ergens bij een stand en daar groeide men dan in op en daar hoorde men bij. Bovendien woonden wij in een stad, nou ja, dat vonden we toch. Een gewone straat met gewone huizen en gewone mensen, niets dan sympathieke brave mensen.
Ik kan hier nog heel lang over filosoferen en zo, maar dat zal dan toch maar voor een andere keer zijn.
Dat van die sympathieke brave mensen, alhoewel ik dat echt meen, moet ik wl efkes relativeren.
Naast ons huis, aan de andere kant van de begrafenisman, was een woning waarin iemand in 't begin van de oorlog was komen wonen. Een nog redelijk jong koppel met een meisje van ongeveer 10 jaar. De man kende ik niet, straffer nog: ik heb de man noot gezien, nooit gehoord ik zou niet weten hoe hij eruit zag. Ook de vrouw had weinig kontakten. Ik zag haar wel eens, als ze de straat kuiste. Onze deuren aan de straat stonden naast mekaar, en mijn moeder had er al wel eens kontakt mee, en het kind zagen we wel eens en hoorden we achter in de hof spelen en zingen. Ikzelf had voor die buren heelemaal geen aandacht. Mijn moeder wist wel te vertellen dat de man iets was bij een duitse organisatie, niet bij een duits vriendelijke vlaamse beweging of zo, neen bij een puur duits militair of paramilitair ding. De vrouw zal al wel eens iets gelost hebben. Hij zou door de oorlog zonder werk gevallen zijn zoals zovelen, een goei betaalde job bij de duitsers gevonden hebben, en zodoende van 't een komt 't ander, totdat men niet meer terug kan.
Van welke duitse organisatie de man deel uitmaakte weet ik niet, droeg hij een uniform of was hij van de geheime politie. Later vernamen wij dat hij betrokken was bij het ophalen van door de duitsers gezochte personen. Hij kreeg de doodstraf, of hij geëxecuteerd werd weet ik niet. De vrouw en het kind hebben we niet meer gezien.
Bij de bevrijding begin oktober 1944 was het huis verlaten. We hebben ze niet weten vluchten. De dag na de bevrijding kon ik me toch niet meer bedwingen, ik moest in dat huis een kijkje gaan nemen. Dat was niet moeilijk, langs het vluchtgat kwam ik in de aanpalende kelder. De vluchtgaten dateerden van 1942 (of1943) om te kunnen ontsnappen wanneer men zou ingesloten zijn in de kelder indien het huis door een bom zou zijn ingestort.
Zo kwam ik dus in de kelder van die buren. Er was er donker, maar van ergens kwam er toch voldoende schemerig licht van buiten om te zien dat het daar vol rommel lag. Vlak bij mij , op een tafeltje en op de grond, lagen stapels duitse geïllustreerde tijdschriften waarvan ik mij herinner: "Der SS-man". Dat blad heb ik later teruggezien op voddemarkten, het is rijkelijk gedrukt met onder meer foto's van aan het oostfront.
Ik denk dat er in die kelder nog wel wat te ontdekken was, maar werd ik door angst bevangen, ik kreeg het warm en koud tegelijkertijd. Ik had nooit feitelijk last gehad van een duitse soldaat, wist ook niets van de duitse gruwelkampen, ik was ook geen bangelijk type, maar in die kelder was het precies alsof daar nog iemand aanwezig was die me vanuit het duister aan 't beloeren was. Ik ben daar misschien maar 20 seconden binnen geweest, dierf zelfs geen SS-man aanraken en in paniek vluchtte langs het vluchtgat onze eigen kelder in. Wat er met de inhoud van de woning is gebeurd weet ik niet, ik heb er ook niet weten plunderen
Dit was het verhaal van de man die ik nooit heb gekend.
Morgen vertel ik iets plezanter.
Amadee.
---------------------------------
Oh ja, ik ben vergeten jullie allemaal een zalige zomer te wensen.