Rome dat heb ik altijd al eens willen bezoeken en zeker dat kleine ventje die zo gul met zijn zegeningen is.
Na enkele persmuskieten te hebben ontweken repte ik me naar de kathedraal van de kleine Paus, in het hart van Didaskopolis. Het plein errond, het Engelenplein, bestond hoofzakelijk uit andere religieuze gebouwen en was al eeuwen erkend door de officiële autoriteiten als soeverein mini-staatje binnen Kolderland. De huidige opperpaus, Joske, was een mild en minzaam man die bekend stond om zijn vredelievendheid en uitgesproken pacifistische stellingnames.
Toen ik de kathedraal door de gigantische poort naar binnen stapte zag ik onmiddellijk de kerkvader, gekleed in een lang pauselijk gewaad, je zag onmiddelijk dat het een creatie van Armani was,biddend voor het altaar. Ik kwam zacht dichterbij, alsof het geluid van mijn voetstappen de gewijde stilte van de kathedraal zouden kunnen verstoren.
"Eerwaarde, of moest ik nu meneer zeggen?" vroeg ik zacht, nadat ik door de middengang een wandeling van meer dan honderd meter afgelegd had.
De man, klein en tenger gebouwd, stond op en glimlachte piëteitsvol.
"Ja, mijn dochter zei hij". Ik dacht die kent me? "Kan ik iets voor u doen? O, u bent van de politie zie ik."
"Affirmatief," zei ik, "en ik vrees dat ik uw aandacht even nodig heb."
"Geen probleem," zei Joske". Joske vouwde zijn handen en was enkele seconden verzonken in vroom gebed.
"U was die ochtend ook bij hem, is het niet?"
"Dat klopt," bevestigde de paus, "ik heb een vrij lang gesprek met hem gehad over onderwijs en ontwikkeling. We waren tot een akkoord gekomen over iets vrij belangrijks."
"Wat was dat, als ik vragen mag?"
Joske gebaarde dat ik hem moest volgen naar zijn sacristie en praatte ondertussen verder.
"Ik weet het niet zo goed meer. Ziet u, ik heb af en toe last van black-outs wat heel vervelend is. Ik zou wat minder tv moeten kijken ook, ik ben zeker dat het er een invloed op heeft."
Jamaar vroeg ik, "is Zandman nu hier geweest of niet"? Hij leek me in vrij dronken staat toen ik hem passeerde op het pleintje hier buiten.Ziet en hij heeft me eens op het hart gedrukt dat ik geen intieme handelen op u genadige Monseigneur mag uitvoeren.
"Hoe komt het dat uw rechterhand zo vol blaren zitten? Heeft de tands des tijds dan toch vat op u gehad?" vroeg ik.
De Paus antwoordde: "Mijn lief kind als ik vandaag of morgen bij mijn vader in de hemel zal zijn, dan pas zal ik afstand gedaan hebben van alle geneugden van het leven".
Maar Eerwaarde, "nu moet ik toch dringend uw water Closet bezoeken, jullie hebben toch wc-papier met gouden lepeltjes erop of moet ik Vatikaanse Eurokes gebruiken?"
Maar Kwezelke toch zei hij, jij hoeft maar te roepen en mijn gezanten staan altijd voor je klaar, alleen vergeet na afloop niet je handen te wassen.
