Ergens komt er een oproep binnen, of het urgentieteam niet dringend wilde uitrukken want aan de zeedijk was een razende man aan het werk. Zijn signatuur deed denken aan een weggelopen personage uit A. Dumas. De klachten van de buren die stapelden zich op omdat in het belendende appartementsblok, een tiran de muren geweld aandeed. Het roepen en tieren over een bepaald seniorennet, dat volgens mij geen steek inhield, wekte de woede van de geburen op. Hij scandeerde dat zijn vader geen boxer was en dat zijn moeder uit verre landen afkomstig was. Zijn blauw bloed stroomde met beken aan de gevel af, het was niet fraai om aan te zien. De mensen maanden hem aan om heel vlug zijn biezen te pakken en met de eerstvolgende trein naar China te vertrekken. Maar zelfs een dwangbuis hield die gepantserde bruut niet tegen, hij verzette zich uit alle macht. Het laatste pannenkoekenfeest dat in mineur was geëindigd, lag blijkbaar lang op de bewuste Christusberg. Hadden ze dat nu de Stoffelberg genoemd, dan was er nog een reden geweest om te klagen. St-Kristoffel is dat niet de patroonheilige van de zee, van vaart minderen anders sneuvelen minderheden?
Een paardenmaniak, die door de straten van de kuststreek opraasde, die blafte als een hond op de koeien, kortom, een dolgedraaide vierkante scheefloper. Massaal kwamen de mensen op straat om dat bewuste angstaanjagend dier te vangen, niks gekort, hij brulde nog harder dan de ‘Leeuw van Vlaanderen’.
Zijn nieuwe slogans troffen menig mens recht in het hart, zoals een pijl dwars door twee verliefden schiet, raak!!!!
“Ik wil niet meer in die ren opgesloten zitten, ik wil eruit, ik zal me gedragen bij die nieuwe baas”. Braaf zal ik aan het lijntje lopen, niet rukken zonder doel, gehoorzaamheid boven alles. De bevelen zal ik behoedzaam opvolgen, en zonder te pruttelen ergens zitten gaan, mooi recht langs het baasje. Blaffen naar andere honden leer ik me af, mensen zal ik niet afblaffen en paarden mogen weer gerust in mijn manège komen. Vanaf nu doe ik braafjes pootjesgeven, likjes uitdelen aan de lieve dames en vooral luisteren naar mijn naam. Haal me uit mijn isolement want ik word gek in mijn gesloten ren. Zelfs mijn Mercedes zal ik ten diensten van het volk stellen, een mens alleen, die haalt zotte toeren uit, aan de muren loopt men op, het lachen vergaat je zoals ooit de Titanic tegen een ijsberg aangevaren is.”
“Mijn isoleercel heeft maar een kleine uitkijk op het leven, maar achter mij verbrand ik alle schepen. Ik wil een nieuwe visie vooruit hebben, recht door de zee, over de golven die de wallen overspoelen van de schuinsmarcheerders. Voortaan speel ik geen ‘haasje-over’ om de meeste postings te hebben, de numero uno laat ik aan de ‘Grootste Belg’ over. ”
Het zwaar bewapende team kon hem overmeesteren, sleurden hem in de gepantserde auto en reden hem recht naar Geel, terwijl een wetsdokter hem de eerste kalmeringspuiten toediende.