Poëzie en proza

Spinsels van Alterego (2)

Gestart door Alterego1 op 17 apr 2011, 06:31 1560 berichten 380.283 keer gelezen Reageer
Alterego1 Startte dit onderwerp 09 mei 2012, 00:49 Antwerpen 6.649 berichten
Lentesotternijen

Ik wil in de lustigste zangen
ter eere der lieflike Mei,
alle pepels en vogelen vangen
die fladderen door de wei.

In vroolike liederen wil ik
herdenken het jeugdig seizoen.
In kransen zoo bont als grillig
zal ik vlechten het bottende groen.

Gi,paarkens die 's avonds gaat dwalen,
ook u en vergeet ik niet.
Twee lippekens rood als koralen
versieren zoo toovrend een lied.

Het lonken van lievende blikken,
een kus,wondre hemelsche roof,
zijn even zoo frisch,en verkwikken
als dauw,op 't ontkiemende loof.

En is dan mijn kransken voltrokken
Gij,meidekens,fleur van Brabant,
dan vlocht ik het in uwe lokken,
en kus u tot hulde de hand.

Pol de Mont (1881)
To be or not to be,that's the question
Niemands meester,niemands knecht
    Citeer
    Alterego1 Startte dit onderwerp 10 mei 2012, 14:48 Antwerpen 6.649 berichten
    Afbeelding

    De Poesje

    Zoals men het in Antwerpen doet
    blijf je er enkele uurtjes mee zoet
    om u met Belleke te amuseren
    je hoeft je daarvoor niet te generen

    't Is al een gebruik uit Rubens-tijd
    'n verweer tegen de Spaanse strijd
    Kop,de Bult,de Schele en de Neus
    ze speelden het toen heel rigoureus

    Ook Conscience genoot er al van
    vond 't als jonge knaap 'n vertoon
    schreef 't toch niet in een roman
    gaf Belleke zelfs geen eerbetoon

    Mocht je nogeens in Antwerpen zijn
    passeer dan maar langs de Poesje
    't is er niet groot,eerder nogal klein
    men lokt je binnen met een smoesje

    't Speelt in de Poesjenellenkelder
    allicht wordt het je nu wel helder
    de Poesje is een poppentheater
    in die mooie stad aan het water

    Het marionettentheater in oorsprong
    afkomstig uit Sicilië,met kwade tong
    Pulcinella,in 't Antwaarps gedoemd
    om Poesjenelle te worden genoemd.

    Lexicon:
    Pulcinella = Poesjenelle
    Poesjenellentheater of de Poesje
    oep zen Antwaarps 'de Poeche'

    Alterego

    Afbeelding
    To be or not to be,that's the question
    Niemands meester,niemands knecht
      Citeer
      Alterego1 Startte dit onderwerp 11 mei 2012, 11:51 Antwerpen 6.649 berichten
      Memorie

      'k Zie vandaag 11 Mei op de kalender staan,het brengt me in gepeins,
      't is of die datum me wat wil zeggen,iets in herinnering wil brengen.
      Maar mijn geheugen is ook niet meer je dat waar het er op aankomt
      om data uit het persoonlijke leven in hun juistheid te duiden.

      'k Weet uiteraard nog wel wanneer ik op de wereld kwam,al had ik er
      toen dat moment totaal geen besef van.Het gebeurde allemaal zonder
      mijn medeweten,hoe ik met de 4,800 kg het mijn moeder onmogelijk
      maakte om me langs de normale weg te baren.Er kwam trekwerk aan
      te pas,met de 'ijzers' zoals men dat toen noemde.
      Het deed bloed vloeien,met als resultaat,een zodanig verwond hoofdje
      met bijna afgerukte oortjes en een nekje dat 'n grote open wonde was.

      Prettig zal dat niet aangevoeld hebben,noch voor mij,noch voor mijn
      moeder.Ikzelf had er waarschijnlijk toen geen besef van,ik was er wel
      bij,maar om nu te zeggen ''k stond(lag)er bij en ik keek er naar' dat zal
      het niet geweest zijn.Uiteindelijk kreeg ik dan toch het levenslicht te
      zien via de keizersnede,tot blijde fierheid van mijn ouders om hun
      eersteling.Mijn moeder was er nochtans slecht aan toe,men had haar
      zo deerlijk toegetakeld dat ze nog maanden in het ziekenhuis moest
      verzorgd worden.Uiteindelijk is toch alles goed gekomen en schonk ze
      na mij nog aan twee ferme zonen het leven.

      Mijn tante,moeders oudere zuster,ontfermde zich in die eerste
      levensmaanden met veel liefdevolle toewijding over mij.Het was echt
      een heel lieve vrouw,ze is altijd mijn lievelingstante geweest en ik
      noemde haar ook wel 'mijn tweede moeder'.Mijn nichtje,haar vierjarige
      dochter,beschouwde ik later als mijn zus,zeker ook ter compensatie
      van het feit dat ik enkel twee broers had.

      Maar wat heeft dit alles nu met die 11 Mei van vandaag op de kalender
      te maken?Eigenlijk feitelijk niks hé,enkel maar om te zeggen dat op
      10 Mei 1940 de Moffen ons land binnenvielen,en ik als baby van enkele
      maanden de tweede wereldoorlog inging,nu 72 jaar geleden.
      Ik moet daar die dag zodanig van geschrokken zijn dat ik mijn tante,
      toen ze bezig was me een propere luier aan te doen,trakteerde op een
      helder pipistraaltje recht in haar mond.Santé!

      Alterego
      To be or not to be,that's the question
      Niemands meester,niemands knecht
        Citeer
        gustilpe 11 mei 2012, 14:21 vlaams brabant 5.423 berichten
        Afbeelding

        Alter,

        ik kom jou bedanken voor al het moois dat ik mocht lezen ivm Pol de Mont en het mooi meigedicht lentesotternijen.

        Herinneringen boven halen, wat een grote baby en al tot sotternijen in staat, prettig om lezen.
        Ik heb geen herinnering van 10 mei 1940 daar ik er nog niet was maar naar men mij vertelde werd mijn pa al krijgsgevangen genomen op diezelfde 10 mei.

        Een fijn weekend samen met rankje!

        De zon is er, ik breng dan ook een zonnige groet!
        gustilpe
        vriendschap is het kostbaarste geschenk!
          Citeer
          Alterego1 Startte dit onderwerp 12 mei 2012, 00:27 Antwerpen 6.649 berichten
          Ik schreef hier eerder over De Poesje,de Poesjenellenkelder
          in Antwerpen,en daarin vernoemde ik dat Hendrik Conscience
          daar als knaap ook naartoe ging.
          Speciaal om daaromtrent mijn geheugen nogeens op te frissen
          heb ik het boek 'Geschiedenis mijner jeugd' uit mijn boekenkast
          nogeens ter hand genomen,waarin Conscience zelf vertelt over
          zijn bezoeken aan de Poesje.

          Voor wie het geduld kan opbrengen het te lezen,ziehier zijn prachtig relaas.


          De Poesjenellenkelder

          Des Zondags kreeg ik vier centen; deze dienden onveranderlijk om naar den poesjenellenkelder te gaan. Men zou zich bedriegen, indien men ging denken dat deze vertooningen in het minste geleken naar het marionettenspel in andere steden of landen.
          De poesjenellenkelder behoort tot die dingen, welke vroeger ons eigen volksleven samenstelden en nu reeds, onder den druk der nieuwere beschaving, zijn verloren gegaan. Het is daarom en tevens om den durenden invloed welke dit eenvoudig kindertooneel op mijnen geest heeft nagelaten, dat ik de beschrijving van den voornaamsten poesjenellenkelder ga beproeven, ja, zelfs eene zijner vertooningen zal pogen aanschouwelijk voor te stellen.

          Men verbeelde zich eenen grooten overwelfden kelder, met ziltige muren en waarin nooit het daglicht is gedaald. Daar, op den vochtigen vloer, zijn vele dwarse planken, in vorm van banken opgeslagen. Deze zitplaatsen zijn door letters in drie vakken verdeeld. Het dichtste bij het tooneel is de eerste plaats, waarvoor men vier centen betaalt; daar achter de tweede, die slechts eenen halven stuiver kost, en gansch naar achter, het Uilenkot, waar ieder wordt toegelaten die, slechts eenen enkelen cent kan besteden.
          In het diepe einde van den kelder is een vierkant gat, als een ovenmond, voor hetwelk een stuk grof vischnet is gespannen, tot het afweren van appelschellen en nootschalen, waarmede het geëerd publiek niet zelden de houten acteurs naar het hoofd werpt. Het is de avant-scène, en het geschilderd voorschoot dat er achter hangt is de ophaaldoek.
          Op dit voortooneel branden drie dikke roetkaarsen; zij vormen, met de smookige blikken lamp die aan den muur van den kelder hangt, het geheele verlichtingsstelsel van dezen schouwburg.
          Een kwaart uurs voor dat men beginnen zal, - bovenal wanneer men Doctor Faustus of Ourson en Valentijn vertoonen moet, - is de kelder zoodanig opgevuld, dat men, bij gebrek aan plaats op de banken, er langs den wand letterlijk op elkander schijnt te staan.
          In het midden, tegen den muur, staat een immer zuurziende man met eene lange roede of wisch in de hand. Hij verbeeldt hier de politie van het theater en slaat de ruststoorders zeer onzacht tusschen hoofd en schouders.

          Aan den voet van den trap zit eene oude vrouw, met eenen korf aan elken arm; zij verkoopt appelen, noten, smoutebollen, krabben, harde eieren en lekkerkoek, en zij vervult hier de plaats van restaurant du théâtre.
          Het stuk dat men spelen zal, is de bekende volkssage Genoveva van Brabant.
          Eene lange wijl stampt het welwillend publiek met de voeten; en dewijl de holleblokken of klompen er in groote meerderheid tegenwoordig zijn, heerscht er in den kelder zulk oorverdoovend lawaai, dat men het gefluit en geschreeuw bijna niet hoort.
          De man met de roede houdt zich stil: fluiten, stampen en tieren, voor dat de doek opgaat, is een recht dat ook hier het publiek wordt toegekend.
          Eindelijk, de doek gaat in de hoogte. Er komt een oogenblik stilte in den kelder; doch evenras ontstaat er een gemor van verwondering; vele stemmen roepen op den toon der verbazing:
          ‘Oh! hoe schoon! hoe schoon!’
          ‘Stilans1!’ roept de man met de roede.

          Op het tooneel staat eene vrouwelijke poesjenel met eene gulden kroon op het hoofd; een mantel van rood fluweel sleept haar achterna; haar keurslijf is van blauwe zijde met zilveren looverkens; hare gansche kleeding, haar hoofd en hare armen glinsteren van gouden stipjes en glazen paarlen. Het is Genoveva, die sedert hare laatste verschijning geheel is herschilderd en in nieuwe kleederen is getooid.
          Nadat zij, onder de bewonderende blikken der aanschouwers, zich vijf of zes maal heeft rondgedraaid om zich voor en achter te laten bekijken, worden hare armen, bij middel van draden, eenige malen opgeheven: dit wil zeggen dat zij gaat spreken.
          Zij heeft eene stem als eene zestigjarige vrouw, die een jong meisje nabootst; doch evenals op grootere tooneelen, is hier alles conventie, en het publiek is van goeden wil.
          Genoveva spreekt van haren lieven man, den palatijn Siegfried, en laat de aanhoorders, onder veel beklag, verstaan dat hij vertrokken is, om tegen de Sarazijnen te gaan vechten. Zij valt geknield neder voor een kruis, heft de handen ten hemel, en bidt zoo vurig en zoo roerend, dat het publiek in den kelder algemeen begint te snutten en te zuchten.....’
          Golo, de hofmeester van Siegfried, verschijnt voor Genoveva en wil haar tot kwaad verleiden. Zijne vleiende en arglistige taal doet het publiek in verontwaardiging ontvlammen.

          ‘Schobber!’ mompelt er een. ‘Valsche schelm!’ zucht een tweede. ‘Stampt hem van het tooneel, den venijnigen verrader!’ roept een derde.
          ‘Stilans daar op het Uilekot!’ beveelt de man met de roede.
          Genoveva, in haar eergevoel gekrenkt, doet eene plechtige wederspraak tegen den boozen Golo. Zij zegt dat zij Christene is en vorstenbloed in de aderen heeft; zij scheldt den hofmeester voor een meineedige, voor eene slang, en eindigt met de bekende uitroeping:
          ‘Wel, zoo dan! Nog al schooner! Wie meent gij dan dat ik ben, leelijke valscharis?’
          Het publiek klapt in de handen; want, zeker, Golo zou van schaamte moeten gaan loopen, zoo treffend zijn Genoveva's woorden.
          Evenwel de hofmeester zwicht niet voor de verwijtingen der gravin; integendeel, hij bedreigt haar met zijne wraak en zegt dat hij Drago, den jongen kok, en Genoveva zelve van misdaad bij Siegfried zal beschuldigen.
          ‘Ja, koppige vrouw,’ roept hij uit, ‘gij zult nog voor mijne voeten kruipen en mijn medelijden afsmeeken; maar ik zal onbarmhartig zijn en gij zult schandelijk sterven!’
          ‘Daar, gij valsche schobbejak!’ roept eene stem uit het achtereinde van den kelder, en te zelfder tijd bonst een halve appel tegen het vischnet, dat voor het tooneel gespannen is.
          Genoveva en Golo verdwijnen. Er treedt een poesjenel op, bijna gekleed als een Antwerpsch werkman, en met een aangezicht dat altoos lacht, zelfs wanneer hij weenen moet. Het is Snoef, de vieze, de kluchtige Snoef.
          Deze poesjenel treedt in alle stukken op en verlevendigt de tusschenpoozen met kwinkslagen en geestige zetten. Hij is het die tot het publiek spreekt, wanneer er iets aan te kondigen is; en hij vervult hier de dubbele plaats van hansworst en van Régisseur du théâtre. Bertrand is een andere snaak, met de meer ernstige geestigheden gelast.
          Nu begint Snoef met zijne lachende tronie een streng sermoen over het werpen van appelen en nootschalen; dan doet hij vele kwinkslagen over den boozen Golo, en belooft dat Ons Heer den leelijken schelm in het einde wel zal vinden.
          De doek valt, het tweede bedrijf is uit.

          Van alle kanten hoort men tot de oude vrouw roepen:
          ‘He, Krabbe-Mie, voor eenen cent appelen!... Langs hier twee smoutebollen!... Voor eene duit noten!... Eenen kluppelkoek op het Uilekot!’
          En zoo duurt het totdat, na lang gestamp der klompen en hevig gefluit, de doek weder wordt opgehaald.

          Het tooneel verbeeldt een bosch. Siegfried, met eene lange sabel in de vuist, doet eene driftige aanspraak tot het Christen leger, dat uit vier poesjenellen bestaat, waartusschen men Snoef en Bertrand kan herkennen. Men heeft hun ieder een sisser of fusée aan de hand gebonden. Zij woelen, keeren en zwaaien de armen: dit wil zeggen dat zij snakken naar den veldslag. Er zal geschoten worden, dit zal een leven gaan zijn!
          De vijand is daar! Vijf poesjenellen met tulbanden op het hoofd en eene gulden halfmaan op de borst, verschijnen onder groot getier; een hunner is Abderama, koning der Sarrazijnen. Hij strijdt tegen Siegfried, terwijl de andere poesjenellen in groote verwarring heen en weder door elkander worden geslingerd.....’
          Eene volledige stilte heerscht in den kelder; het publiek hijgt van vrees en ontsteltenis. Wie zal er overwinnen? De Christenen of de heidenen?
          Eensklaps beginnen al de fusées vuur te spuwen en vervaarlijk te sissen; eene breede hand steekt van boven eene pistool op het tooneel; de ontzettende knal van het wapen vereenigt zich met de losbarsting der sissers...

          De kelder is vol rook: men ziet het tooneel niet meer; het publiek is bijna versmacht en doet niets dan hoesten en kuchen; maar men lijdt verduldig, want voorwaar, de hevige aandoening is de pijn wel waard.
          Eindelijk, de rook van het buskruit is opgeklaard! Abderama en zijne vier Sarrazijnen liggen, om zoo te zeggen, in hun bloed te zwemmen. Snoef en Bertrand roepen victorie en stampen de Turken tusschen de schermen...
          Er komt eene poesjenel, die zegt dat het zweet van haar aangezicht stroomt. Zij geeft Siegfried eenen brief van Golo, waarin deze Genoveva en den jongen Drago van eene wraakroepende misdaad beschuldigt. Siegfried ontvlamt in toorn en slaat een oogenblik met zijn zwaard tegen de boomen. Dan zendt hij den bode terug naar Golo, met bevel om Genoveva en Drago zonder uitstel te doen dooden.
          Reeds is de doek gevallen, en toch duurt de stilte in den kelder voort. Het wreed bevel heeft de aanschouwers met droefheid vervuld; en dewijl het zoo eensklaps op de blijdschap der overwinning is gevolgd, heeft het iedereen met pijnlijke onttoovering getroffen.

          In het derde bedrijf ziet men Genoveva met haar kind, den kleinen Benoni in de armen, op eenen toren, gevangen zitten. Zij beklaagt den dood van den onschuldigen Drago, die reeds is vermoord geworden. Terwijl zij in hare klachten voortgaat, komen twee mannen, met zwaarden in de vuisten, haar zeggen dat zij mede naar de wildernis moet, waar men haar en haar kind het hoofd zal afslaan.
          Scherp gefluit klinkt boven het tooneel; een half dozijn handen verschijnen, de schermen worden in de hoogte geheven, en, in stede van eene gevangenis, ziet men nu een donker woud. Het was eene verandering in het gezicht, un changement à vue.
          Genoveva komt daar aangesukkeld, met haar kind, tusschen de moordenaars. Een dezer wil het arme lam het hoofd klieven; maar Genoveva valt op de knieën, steekt de bevende armen uit en smeekt om eerst te mogen sterven.

          Het publiek begint tranen te storten en zoodanig te hoesten en te snorken, dat de vertooning, door het luidruchtig medelijden der aanhoorders en door het geroep: ‘Stilans!’ van den man met de roede, eenige oogenblikken wordt onderbroken.
          Het liefdevol gebed van Genoveva heeft de moordenaars getroffen; en, wanneer deze wreede beulen zelven zeggen, dat zij van deernis moeten weenen, vloeien de tranen van het goedhartig publiek als beken op den vochtigen vloer des kelders.
          Een schreeuw van gelukkige verrassing ontstaat: de moordenaars schenken de gravin en haar kind het leven, op voorwaarde dat zij deze wildernis niet zullen verlaten. - Het doek valt.
          Vierde bedrijf. Het is half duister op het tooneel. Siegfried ligt op zijne bedstede te slapen en droomt van vervaarlijke dingen. Zijn geweten verwijt hem zijne lichtgeloovigheid en beschuldigt hem met den dood zijner onnoozele echtgenoote.

          Eensklaps verschijnt er een spook voor zijn bed; het is eene poesjenel, met een doodshoofd en met eenen witten lijkdoek op den rug.
          Men zou het gegons eener wesp in den kelder kunnen hooren; het publiek siddert van angst, aller aangezicht is bleek, op veler voorhoofd glinstert het koude zweet der vervaardheid.....
          Het spook is de geest van den vermoorden Drago, en het dreigt Siegfried met den vinger. De graaf schiet wakker en wrijft zich de oogen. Daar de geest tusschen de schermen is verdwenen, ziet hij niets meer, en legt zich weder te slapen; maar nauwelijks is hij ingesluimerd, of het spook verschijnt opnieuw. Zoo wordt hij geplaagd tot den morgen. Hij meent dat het slechts een droom is geweest, en wil op jacht gaan, om zich wat te verzetten.....

          Men fluit voor de tweede verandering in het gezicht: het tooneel verbeeldt een bosch met eene spelonk.
          In deze spelonk zit Genoveva met hangende haren; de kleine Benoni speelt nevens haar met eene tamme hinde; hij is gekleed met een stuk schapenvacht. Genoveva leert haar kind bidden. Een engel daalt uit den hemel en brengt de ongelukkige vorstin haar dagelijksch voedsel. De hinde verdwijnt in het woud.
          Na een oogenblik hoort men gerucht en geroep van jagers. De hinde komt naar de spelonk geloopen; een pijl steekt haar in den schouder. Siegfried, die haar heeft gekwetst en haar nazet in hare vlucht, verschijnt eensklaps, en blikt verbaasd op Genoveva en haar kind, welke hij voor wilde menschen aanziet.

          Er volgt eene verklaring; Siegfried herkent zijne betreurde echtgenoote en zijnen zoon en wordt van hunne onschuld overtuigd. Hij vraagt vergiffenis en sluit welhaast moeder en kind met de uiterste blijdschap op zijn kloppend hart. Men hoort hen drie of vier klinkende kussen wisselen. Over de wangen der aanschouwers lekken stille tranen van medegevoel: men is God dankbaar, dat hij de deugd zegevieren laat!
          Ondertusschen komen de andere jagers toegeloopen; de booze Golo is met hen. Zoohaast verschijnt hij niet voor
          Siegfried's oogen, of deze ontvlamt in woede en hakt hem het hoofd af, terwijl hij uitroept:
          ‘Ga, leelijke booswicht, venijnige slang, verschijn voor Gods rechterstoel en geef daar rekenschap over uwe verfoeilijke valschheid!’
          Ha, de ondeugd wordt gestraft, de verrader sterft!..... Nu barst onder het ontroerd publiek een algemeen handgeklap los; men roept als uit éénen mond:
          ‘Bravo, bravo, hoerah! dat is goed! Het is wel besteed, de smerige schobbejak!’
          Genoveva en Siegfried worden terug geroepen en met toejuichingen overladen.
          Snoef treedt op en beheerscht het gerucht door de volgende aankondiging:
          ‘Het is om de liefhebbers te bedanken tot op een andermaal. Donderdag toekomende, zal er vertoond worden Jan van Parijs of de Ridder met de Zwaan, en Zondag daaropvolgende Doctor Faustus, die zijne ziel aan den duivel heeft verkocht, met schoone schermen en eenen splinternieuwen duivel. Zegt het voort.’

          Iedereen springt recht om den kelder te verlaten, en terwijl men zich bij den trap te pletteren dringt, hoort men op de straat reeds schreeuwen:
          ‘De jongens van het Schipperskwartier!..... Mannen van het Schelleken!..... Sint-Jacobs vooruit!..... De Paardenmarkt langs hier!..... Wie gaat er naar de Vuile rui?’
          Om een echt denkbeeld van den eigen aard dezer vertooningen te hebben, heeft men te weten, dat elk acteur zijne rollen zelf schept en naar believen verandert, zoo maar de algemeene draad op de bekende daadzaken van het vertelsel uitloopt; en, dewijl het onderwerp meest uit de volksromans der Blauwboeken is genomen, moeten de acteurs door eigen vernuft het treurspel er uit samentrekken.
          De sprekende tooneelisten zijn werklieden uit de buurt, die gedurende de week een ambacht uitoefenen, en op den Zondag avond nog eenige stuivers met het poesjenellespel verdienen.
          Veeltijds zijn zij geheel ongeleerd en, in alle geval, zeer ruw van taal; maar men heeft ze evenwel uitgekozen tusschen degenen, die meer dan anderen aanleg of talent voor het tooneel bezitten.
          Daaruit spruit, dat hun spel het eigenaardige, het natuurlijke der ongekunstelde waarheid aanbiedt, hoedanigheden die vele grootere tooneelen niet zelden ontbreken. Deze eenvoudige natuurkinderen leenen aan koningen, helden en vorstinnen dezelfde driften en gemoedsbewegingen, welke in hunnen eigen werkmansboezem berusten; en, of zij het wel geheel mis hebben, is niet zeker. Althans, dit zij ten lof van den armen poesjenellenkelder gezegd, dat op zijne planken de vorsten, helden en heldinnen nooit ophouden van wezenlijke menschen te zijn.

          Misschien is mijn gunstig oordeel over den poesjenellenkelder slechts een overblijfsel der voorliefde mijner kindsheid. Het is mogelijk dat, indien ik nog eens zulke vertooning mocht bijwonen, mijn gelouterde kunstzin zich diep gekwetst zou voelen, en ik met minachting zou nederzien op de grove tafereelen, die mijne eenvoudige ziel vroeger zoo diep konden boeien en ontroeren.
          Gedurende twee jaren ging ik aldus eiken Zondag, en somtijds ook den Donderdag, naar den voornaamsten poesjenellenkelder, alsdan in de Boomgaardstraat zich bevindende.
          Dewijl men er meest onderwerpen vertoonde uit de verzameling volksverhalen, - die men Blauwboeken noemt, omdat zij onfeilbaar met eenen blauwen omslag zijn ingenaaid, - werd mijne aandacht op deze boeken gekeerd. Al het geld dat ik met Nieuwjaar en op ieder der vier hoogtijden van mijne oomen, moeien en nichten kreeg, werd naar den winkel van Thys, op de Vlasmarkt gedragen, om er uitgewisseld te worden tegen Fortunatus borze, Reinaard de Vos, Ourson en Valentijn, Malegys, de Ridder met de Zwaan, de Vrouwenpeirle, de Vier Aymonskinderen, enz.

          Hendrik Conscience in zijn boek 'Geschiedenis mijner jeugd'(1888)
          To be or not to be,that's the question
          Niemands meester,niemands knecht
            Citeer
            Alterego1 Startte dit onderwerp 15 mei 2012, 13:40 Antwerpen 6.649 berichten
            Afbeelding

            Een beetje Wilgen-weetjes

            Het geslacht Salix omvat ongeveer driehonderd soorten,
            waarvan er een twaalftal in Nederland en België voorkomt.

            Amandelwilg ,Berijpte wilg ,Bittere wilg ,Geoorde wilg
            Grauwe wilg ,Grijze wilg ,Katwilg ,Kraakwilg ,Kruipwilg
            Laurierwilg ,Schietwilg ,Waterwilg

            De wilg speelt een belangrijke rol in de mythologie, magie en folklore van vele culturen.
            Hij werd altijd in verband gebracht met dromen, kunstzinnige inspiratie en toverij.
            De botanische naam Salix is afgeleid van het Keltische woord sal = nabij en lis= water.
            Omdat de wilg snel groeit en diepe sterke wortels heeft, wordt zij vaak geplant om erosie
            aan de oevers van rivieren tegen te gaan.
            Terwijl de els koning van het water genoemd wordt, kan men de wilg als koningin zien.

            De wilg was ook een bijzondere boom voor dichters want het geluid
            van de zwaaiende takken inspireerde hen.
            Een takje of blad van een wilg onder het hoofdkussen gelegd
            zorgt voor betekenisvolle dromen.
            De treurwilg staat in verband met verdriet.
            Door een deel van deze boom bij zich te dragen,
            zou het gemakkelijker zijn door alle fasen van rouw heen te komen.

            Volgens de Keltische boomkalender zijn wilgenmensen (maart)
            mooi, melancholiek, attractief en empatisch.
            Zij houden van alles wat mooi en smaakvol is en reizen graag.
            Zij zijn dromers en tegelijk rusteloos.
            Zij zijn gemakkelijk te beïnvloeden, maar houden er niet van om
            naar de pijpen van anderen te dansen.


            Wilgenbast gebruikte men vroeger tegen reumatiek en jicht.
            Door op een stukje bast te kauwen, kun je pijn verlichten.
            Daarin zit namelijk salicine, hoofdbestanddeel van aspirine.

            De wilg is symbool van vruchtbaarheid door zijn welige groei,
            maar ook van ongelukkige liefde,
            dood en het dodenrijk (treurwilg).
            De Germaanse god Vidharr woonde in een wilgenbosje.
            Bij de Kelten is de wilg gewijd aan de godin Cerridwen.
            Bij de Grieken staat de wilg in verband met de watermagie
            van de godin Helige.
            Helicon was de rivier die rond de Griekse berg Parnassus kronkelde
            en was gewijd aan de muzen.
            Zeus en Hera zouden onder een wilg geboren zijn.

            In de Bijbel is de wilg een treurboom. Judas zou zich opgehangen hebben in een wilg
            en Jezus zou geslagen zijn met wilgenroeden.
            Heksen en spoken zouden in wilgen wonen.
            Honingzwammen die op het verrotte hout van oude,
            geknotte wilgen groeien, lichten op in het donker
            zodat deze spookachtig lijken.
            Een oude volkswijsheid zegt;door wilgenbladeren in het
            eerste badwater van de baby te doen,
            wordt het kind beschermd tegen ziektes.
            Zweedse vrouwen plukken op 1 mei wilgentakken
            die ze in de stal ophangen om het vee te beschermen.
            Volgens de oude Keltische folklore wordt aanbevolen om een jonge wilg
            te planten en zijn groei te observeren.
            Daardoor zou de ziel gemakkelijker haar weg naar het hiernamaals vinden

            Afbeelding
            To be or not to be,that's the question
            Niemands meester,niemands knecht
              Citeer
              gustilpe 15 mei 2012, 14:22 vlaams brabant 5.423 berichten
              Alter,

              wat een mooie foto en gedichtje over jouw moeder, een prachtige vrouw.

              'De Poesjenellenkelder' graaag gelezen, het brengt mij zin om het boek
              'Geschiedenis mijner jeugd'(1888) Hendrik Conscience even op te zoeken in de bib.

              zonnige (voor het ogenblik' groeten en een fijne dag samen met rankje.
              gustilpe
              vriendschap is het kostbaarste geschenk!
                Citeer
                Alterego1 Startte dit onderwerp 15 mei 2012, 14:34 Antwerpen 6.649 berichten
                Gustilpe,

                Bedankt voor je bezoek,de waarderende woorden
                in verband met de ppt omtrent 'ons moe',
                en de vriendelijke wensen voor een fijne dag.

                Een fijne dag is het hier binnen in huis wel,maar
                buiten is het momenteel alles behalve zonnig,
                met striemende regen en gedonder.

                Ben benieuwd of het boek van Conscience in de
                bibliotheek zal te vinden zijn.Ik vrees er voor.

                Groetjes in vrede,vriendschap,vrijheid en vreugde

                Rankje en Alter
                To be or not to be,that's the question
                Niemands meester,niemands knecht
                  Citeer
                  gustilpe 18 mei 2012, 10:14 vlaams brabant 5.423 berichten
                  Afbeelding

                  Alter,

                  het boek 'Geschiedenis mijner jeugd' van Hendruk Conscience is niet te vinden in de plaatselijke bib, misschien vind in Aalst waar ik ook een kaart heb.

                  Hierboven een plaatje uit mijn lentewandeling dat ik op mijn topic plaatste
                  en waarvan ik gisteren zeer genoot.

                  zonnige groeten aan jullie beiden,
                  gustilpe
                  vriendschap is het kostbaarste geschenk!
                    Citeer
                    Alterego1 Startte dit onderwerp 19 mei 2012, 00:01 Antwerpen 6.649 berichten
                    Zijn sprookjes echt zo fraai?

                    Sneeuwwitje slaapt met 7 gasten tegelijk.

                    Doornroosje komt de hele dag d'r nest niet uit.

                    Assepoester komt midden in de nacht thuis.

                    Roodkapje luistert niet naar haar moeder.

                    Hans en Grietje vreten andermans huis op.

                    Pinokkio liegt er op los en loopt met een lange neus.

                    Tom Poes is zo eigenwijs als wat

                    Heer Ollie B. Bommel weet alles beter.

                    Donald Duck loopt de hele dag achter Katrien aan.

                    Dagobert Duck jaagt alleen op het geld.

                    en Alladin is de koning der dieven.

                    Ja wadde!
                    To be or not to be,that's the question
                    Niemands meester,niemands knecht
                      Citeer
                      bo'ke 22 mei 2012, 16:24 6.897 berichten
                      Een goeie middag Alter,

                      memorie
                      en
                      een beetje Wilgen-weetjes


                      heb ik vandaag met veel aandacht gelezen


                      een vriendelijke groet
                      bo'ke (Rapke had het reeds gelezen)
                      'zalig druk' heb ik het en ik geniet ervan

                      dus minder vrije tijd om te dichten en toch : ik geniet ervan

                      'zalig genieten'
                      .
                        Citeer
                        Alterego1 Startte dit onderwerp 30 mei 2012, 09:44 Antwerpen 6.649 berichten
                        Afbeelding

                        Gustilpe(3x),Norman en Bo'ke,

                        Hartelijk dank voor jullie bezoek aan mijn Spinselhuisje.
                        Met dit mooie lenteweer staan deuren en ramen open,
                        zodat het zonnetje naar believen binnen en buiten kan.

                        Heel aangenaam,en iedereen goed geluimd.
                        Hopelijk blijft het zo nog enkele maanden,en daarna nog beter :roll:

                        Deprimerend is wel te weten dat volgens de Maya's de wereld
                        zal vergaan op 21 December 2012,uitgerekend één dag voor
                        mijn verjaardag.
                        Bespaart Rankje dan de kosten voor mijn verjaardagsgeschenk :lol:

                        Groetjes in vrede,vreugde,vrijheid en vriendschap,

                        Rankje en Alter
                        To be or not to be,that's the question
                        Niemands meester,niemands knecht
                          Citeer

                          Schrijf gerust een antwoord

                          Om te antwoorden heb je een gratis account nodig. Heb je al een account, klik dan op "Aanmelden". Via "Gratis account maken" maak je er eenvoudig een in enkele minuten.