socrates schreef:Wat is nu de norm voor de geldhoeveelheid in circulatie en wie bepaalt die op welke gronden ?
Verschillende spelers hebben daarin hun rol.
Telkens jij 50 euro uit de muur haalt, verhoog je de hoeveelheid
tastbaar geld. Wanneer heel veel consumenten dat gelijktijdig doen (bv. rond Kerstmis) dan moeten de banken - en uiteindelijk de Nat. Bank - meer
tastbaar geld beschikbaar stellen.
Wanneer de handelaars hun grote hoeveelheid geld van de kerstverkopen achteraf weer naar de bank brengen, dan verdwijnt er een hoeveelheid
tastbaar geld.
Een tweede manier waarop de consument kan beslissen om de geldhoeveelheid te verhogen is door een lening te gaan vragen bij de bank. Die gaat daarop in en schept op dat moment digitaal geld. Door terugbetaling verdwijnt dat extra geld weer.
Daarnaast kan de Nat.Bank ook beslissen om de girale (digitale) geldhoeveelheid te verhogen of te verlagen. Dat kan ze doen door bv. de interestvoeten te verlagen of resp. te verhogen. Lage interestvoeten leiden ertoe dat meer mensen krediet opnemen, waardoor er meer (digitaal)geld in omloop is.
Wanneer de Nat. Bank vaststelt dat het algemeen prijspeil te snel stijgt naar haar zin, dan kan ze daar tegenin gaan door de rente te verhogen. Wil zij dat het prijspeil stijgt, dan kan ze de rente verlagen.
De Nat. Bank kan de banken ook dwingen om een hoger percentage aan deposito's van de klanten in reserve te houden. Dat beperkt het uitleenvermogen van de banken en dus van de geldhoeveelheid.
De Nat. Bank kan ook overheidsobligaties aanbieden aan de banken. Wanneer die zo'n obligatie kopen, dan verdwijnt er (digitaal)geld uit circulatie, want het wordt door de N. B. opgeslagen. Omgekeerd kan de N. B. overheidsobligaties terugkopen en daardoor weer geld in omloop brengen dat voordien niet beschikbaar was.