Sedert ik de Oosterse keuken heb bestudeerd, en dan vooral de Japanse, gaat het me veel makkelijker af om voor mezelf te koken. Je zit daar niet zo aan die drieéénheid van éénsoortvlees-éénsoortgroente-éénsoortmaagvuller vast.
Je leert ook een paar ingrediënten kennen die je daarna blijkt te kunnen gebruiken in allerlei andere, niet persé Aziatische gerechten: bv. sojasaus. (Jeroen Meus zegt altijd "we doen er wat soja bij", en dan bedoelt hij sojasaus. Maar omdat Jeroen Meus goed kan koken maar slecht kan praten, ik bedoel dat hij alles verkeerd zegt, zou je daarbij denken dat hij sojabonen bij zijn schotel gooit. Of dat hij denkt dat sojasaus in de vorm van saus aan de bomen groeit. Daar moet je de mosterd niet vandaan halen, want dan zit je te vaak fout. Ik heb een mens gekend, die vergeefs liep te zoeken naar 'ginoja', en alleen maar vond wat er bedoeld werd toen ze ontdekte dat dat de manier van Meus is om "quinoa" te noemen. Ik denk dat die jongen een beetje dyslexisch is).
Sojasaus dus. Je gaat ook meteen op zoek naar een wok, en dat is een geweldig ding om voor één mens iets in klaar te maken.
Het snijden van groenten wordt zelfs plezant als je aan een goed dik bamboe snijblok en een mooi Chinees of nog beter, een Japans koksmes geraakt! (niet zo onmogelijk, verleden jaar allebei met zegels in de Carrefour bij mekaar gespaard. Echt waar!)
Er zijn allerlei verschillende groenten die je bij mekaar kunt gooien in zo'n wok: eerst alles in kleine stukjes snijden met je mes op je blok en alles apart in bakjes doen. Niet gierig zijn met de ajuinen en de knoflook! Wel zuinig zijn met het zout, want in de sojasaus zit ook zout, en die is veel lekkerder dan gewoon zout.
Je doet daar een pakje van die noedels bij, die je eerst in kokend water zacht gemaakt hebt, en één of twee garnalen of zo, meer is niet nodig. Heerlijk maaltijdje!
Het lekkerst is het, als je je wok in zo'n mooie porseleinen kom kunt opdienen, je weet wel, wit met een blauw streepje en een blauwe draak op de bodem... en het met stokjes opeten
