Lodewijk, een man op leeftijd, had de gewoonte als er sneeuw lag in het park te gaan wandelen.
Hij deed dit vooral omdat hij het leuk vond ergens zijn naam in de sneeuw te plassen.
Die morgen was alles bedekt met een wit tapijt en Lodewijk trok erop uit, naar het park.
Daar aangekomen begon hij onmiddellijk zijn naam in de sneeuw te plassen.
Het ging prima L O D E W

? en zijn inkt was op. Teleurgesteld stond hij daar wat in het rond te draaien, tot hij plotseling de Fons, 85 jaar, daar zag aankomen.
"Zeg Fons, moet jij soms niet plassen?" En Lodewijk vertelde wat hem was overkomen.
" Oké: zei Fons. Maar jij moet hem vasthouden want ik kan niet schrijven !"

--------------------------------
> Antwaarpse kwaffeur is fier op zijne papegaai
> en zet em in de zomer op een statief voor z'n zaak...
> Maar iedere keer als Julieke, een meiske van 20 jaar, voorbij komt,
> roept de papegaai: " Daar sé, … een hoer ! "
> Na een tijdje begint ze dat beu te worden en gaat ze zich beklagen bij de
> kwaffeur.
> De kwaffeur begrijpt haar en beslist de papegaai te straffen
> door hem helemaal zwart te schilderen. ...
> "Voilla" zegt hij, "Na ziederoit gelak ne mottige krooi
> en da bleft zolank as dache nie braaf zé.".
> Als Julie de volgende dag passeert, zwijgt de papegaai in alle talen...
> Natuurlijk is ze verwonderd over die verandering en ze zegt tegen de
> papegaai:
> "Awél groeite smoel, naa édde veul minder klap hé?'
>"Waarop de papegaai antwoordt:
> "Assek maaine smoking aonhem,… dan klap ik ni mé hoeren !"
>