Aan de lezers van dit topic: wat Mastacembulus hierboven postte, dien je toch met enige reserve te interpreteren.
1. M. vermeldt inderdaad mooie winsten, maar hijzelf weet ons niet te vertellen wanneer er moet gekocht worden. Het klopt dat hij een paar keer heeft aangegeven dat hij goud heeft gekocht en later heeft verkocht met winst. Mooi voor hem, maar waarop die aankoopbeslissing was gebaseerd, weet hij zelf niet. Het is een familielid dat in de goudhandel actief is, bij wie hij de mosterd heeft gehaald. Die persoon zegt hem: "koop nú goud aan" en M. volgt dat gedwee op. De redenen waarom dat moet gebeuren blijven voor hem en ook voor ons verborgen.
Over het punt van verkoop weet M. ons ook alleen maar te vertellen dat het "zijn buikgevoel" is dat hem influistert wanneer men best weer goud verkoopt.
Kortom, met de informatie van M. komen wij geen stap verder.
2. M. heeft het bij het verkeerde eind wanneer hij beweert dat een belegging in aandelen moet onderdoen voor een belegging in goud.
Aandelen verdubbelen gemiddeld om de 7 tot 8 jaar in waarde. Het bewijs vind je in de afbeelding hieronder die van deze site genomen is:

1 dollar belegd in goud in 1802 was in 2005 $1.62 waard.
1 dollar geïnvesteerd in een aandelenkorf die de index benadert, was in 2005 gegroeid tot $666.180 .
Het opzoekingswerk is gebeurd door Jeremy Siegel. Zoek maar even op waarom zijn naam in de beleggerswereld klinkt als een klok.
Nu kan M. wel zeggen dat hij erin geslaagd is om zijn originele inleg te vermenigvuldigen op een beperkt aantal jaren. Sommige beleggers in aandelen hebben hetzelfde gedaan, of beter. Voor aandelenbeleggingen zijn de spelregels ongeveer gekend en je kunt die her en der lezen in boeken of op het internet. Voor de goudbelegging van M. zijn er blijkbaar geen regels. "Iemand" uit zijn familie weet wanneer aan te kopen; M. heeft een buikgevoel omtrent de verkoop. Wel leerrijk
1. M. vermeldt inderdaad mooie winsten, maar hijzelf weet ons niet te vertellen wanneer er moet gekocht worden. Het klopt dat hij een paar keer heeft aangegeven dat hij goud heeft gekocht en later heeft verkocht met winst. Mooi voor hem, maar waarop die aankoopbeslissing was gebaseerd, weet hij zelf niet. Het is een familielid dat in de goudhandel actief is, bij wie hij de mosterd heeft gehaald. Die persoon zegt hem: "koop nú goud aan" en M. volgt dat gedwee op. De redenen waarom dat moet gebeuren blijven voor hem en ook voor ons verborgen.
Over het punt van verkoop weet M. ons ook alleen maar te vertellen dat het "zijn buikgevoel" is dat hem influistert wanneer men best weer goud verkoopt.
Kortom, met de informatie van M. komen wij geen stap verder.
2. M. heeft het bij het verkeerde eind wanneer hij beweert dat een belegging in aandelen moet onderdoen voor een belegging in goud.
Die zaken zijn al voldoende onderzocht. Wanneer we gaan kijken hoeveel goud heeft opgebracht over lange tijd - ik bedoel 100 tot 200 jaar - dan zinkt de opbrengst van goud in het niet bij het rendement van aandelen. Goud behoudt zijn waarde, maar doet niet veel méér dan dat.Goud zal steeds zijn waarde behouden, is het niet vroeg dan maar laat, maar op een welbepaalde dag zal het steeds lonen. Wat niet kan gezegd worden van te beleggen via de beurs.
Aandelen verdubbelen gemiddeld om de 7 tot 8 jaar in waarde. Het bewijs vind je in de afbeelding hieronder die van deze site genomen is:

1 dollar belegd in goud in 1802 was in 2005 $1.62 waard.
1 dollar geïnvesteerd in een aandelenkorf die de index benadert, was in 2005 gegroeid tot $666.180 .
Het opzoekingswerk is gebeurd door Jeremy Siegel. Zoek maar even op waarom zijn naam in de beleggerswereld klinkt als een klok.
Nu kan M. wel zeggen dat hij erin geslaagd is om zijn originele inleg te vermenigvuldigen op een beperkt aantal jaren. Sommige beleggers in aandelen hebben hetzelfde gedaan, of beter. Voor aandelenbeleggingen zijn de spelregels ongeveer gekend en je kunt die her en der lezen in boeken of op het internet. Voor de goudbelegging van M. zijn er blijkbaar geen regels. "Iemand" uit zijn familie weet wanneer aan te kopen; M. heeft een buikgevoel omtrent de verkoop. Wel leerrijk

pSorry, hoor, dat ik je beledigd heb; ik had moeten liegen.