Corry, een foto om te koesteren zo schoon!
Reis je mee met Nik en Els:
Het was een nerveuze wind die ons deze morgen het binnenland in stuurde.
Een getaande vijftiger nipte voorzichtig van zijn expresso, die anders in één teug leeg zou zijn geweest. Hij zat aan een kleine bistrotafel met de ochtendkrant, ‘Le Figaro’, en hield wat verder zijn winkeltje in de gaten. De wind joeg er een kleedje van de kapstok en hij haastte zich om het terug op te hangen. Het was omstreeks 10u, en veel kopers waren er nog niet in Roquebrune-sur-Argens, een schilderachtig dorpje dat zijn naam had ontleend aan het immense rotsmassief dat in de verte naar de hemel reikte.
Draguignan, een stad even verderop, had een statige boulevard om zijn bezoekers een eerste goede indruk te geven. Het was er netjes, zoals eigenlijk overal in de Provence. Voor de rest stelde het niet zoveel voor. De gekende standbeelden van de roemrijke generaals, een oude kille kerk met krakende portaaldeuren en een grote fontein die niet werkte.
In een winkel zag ik een kale man, veertiger, met ronde bril en kort baardje, waarvan de trekken me bekend voorkwamen. Hij liet zich helpen door een vriendelijke verkoper voor de aankoop van een baseballpet. Ook zijn vrouw en kind waren er. De verkoper had kennelijk niet in de gaten wie hij voor zich had.
Het was de Europese president.
Ik was met verstomming geslagen, en omdat ik wist dat niemand me zou geloven probeerde ik een foto te maken. Dat lukte maar half, want Charles Michel stond met zijn rug naar me, op zoek naar een passpiegel, en wilde maar niet draaien. Toen hij eindelijk draaide was ik een beetje te laat maar ik kon niet nog eens proberen want er dook een incognito heerschap op die mijn doen en laten danig in de gaten had. Een beetje verder stond er nog zo’n kerel. Ik hield het dan maar voor bekeken.
Het moet een leuke vakantie zijn voor Mijnheer de President, samen met de kids een baseballpet kopen terwijl er zich in de graanschuur van Europa een mensonterend drama aan het afspelen is.
We vonden een restaurantje op een binnenplaats waar de nog steeds strakke wind ons wat met rust liet. De zon scheen tot in ons bord, want er kwamen originele gerechten op ons af die de Franse culinaire traditie op eenvoudige maar heerlijke wijze vertolkten. De kok mocht ambitie hebben, de elegante opdienster evenzeer.
Toen ging het nog naar Seillans, een okergeel dorpje dat trapsgewijs tegen een heuvel lag aangeleund. De steegjes kronkelden zich traag omhoog en werden steeds enger. Lage portieken overspanden de doorgangen en er was geen vijf meter vlak. Je liep op ronde keien die in een soort cement waren gedrukt.
We proefden onze dagelijkse koffie op een pleintje waar stemmige jazzmuziek samenwerkte met het geklater van een waterstraaltje uit de dorpsfontein. Het gaf de plaats een melancholische sfeer. De zon strooide een zweverig licht op de kleurrijke stam van een statige plataan.
Toen kwam plots de twee personaliteit tevoorschijn. Het was een man op leeftijd, die het niet onder de markt had met het hobbelige plaveisel en traag onze richting uitkwam. De Marie-Janne die erbij liep leek niet op de echte, dus drong het tot ons door dat dit de echte Willy Naessens niét was. Maar op een dag als deze waar je de Europese president zomaar tijdens het shoppen tegen het lijf loopt, had dit toch zomaar even de échte Willy kunnen zijn. Hij had moeite gedaan, met een identieke bril en hoed, en een sjaaltje om het af te werken.
We slingerden ons verder door een schitterend Provencaals landschap en eens we weer aan de kust kwamen en de weg was afgezoomd met grote parasoldennen die er uitzagen als gigantische broccoli’ s, beseften we dat we morgen deze zalige streek terug voor het noorden zouden inwisselen.
In bijlage : Willy Naessens of toch bijna, Charles Michel die het écht is maar er helaas niet helemaal op staat, en de melancholie die niet helemaal in een foto te vatten is.
Tot nog Nik
