De groei van 'gewone gemeente' tot wereldstad: 1872 - 1940
Coolsingel (toen nog Coolvest geheten) met molen De HoopIn de 19e eeuw werd de positie van Rotterdam als internationale haven bedreigd door de verzanding van de voornaamste verbinding met zee, de Brielse Maas. Om dit probleem het hoofd te bieden werd tussen 1827 en 1830 door het eiland Voorne het Voornse kanaal gegraven, tussen Rotterdam en Hellevoetsluis. Naarmate de grootte der zeeschepen in de 19e eeuw meer en meer toenam, bleek dit kanaal evenwel niet aan de behoeften te voldoen. Ingenieur Pieter Caland ontwierp een ambitieus plan voor een nieuwe verbinding met de Noordzee. In 1866 werd begonnen met de uitvoering hiervan.
Tussen 1866 en 1872 wordt de Nieuwe Waterweg gegraven, een directe scheepvaartverbinding met de Noordzee tussen Rotterdam en Hoek van Holland. Een jaar na de voltooiing van de Nieuwe Waterweg vestigt de HAL Holland-Amerika Lijn zich in Rotterdam. De onderneming betrekt in 1901 een hoofdkantoor in een gebouw dat nu het fameuze hotel-restaurant 'New York' is.
Na het openstellen van de Nieuwe Waterweg begint de onstuimige groei van Rotterdam. Er worden verschillende nieuwe havens aangelegd, waardoor de werkgelegenheid enorm toeneemt. Dit trekt arbeiders uit alle windstreken aan. Het geld dat door de stad wordt verdiend, besteedt men onder meer aan de bouw van statige panden in het centrum.
De stad wordt op twee manieren uitgebreid: door annexatie van een aantal omliggende gemeenten en door de bouw van veel nieuwe wijken. De eerste golf van annexaties vindt plaats aan het einde van de negentiende eeuw met Delfshaven (1886), Kralingen, een deel van Overschie en Charlois in 1895.
De havens worden in hoog tempo uitgebreid, onder invloed van mensen als Lodewijk Pincoffs en G.J. de Jongh. Steeds meer havens worden aangelegd, zoals de Maas- Rijn- en Waalhavens. Aangetrokken door de werkgelegenheid die hieruit voortvloeit, verhuizen veel boeren, vooral uit Brabant, naar de stad. De heersende landbouwcrisis versterkt dit effect. Voor de nieuwkomers worden snel rijen goedkope woninkjes in elkaar gezet, vooral op zuid, op de linkeroever Maasoever, die daardoor al snel de boerenzij wordt genoemd. Tussen 1880 en 1900 groeit de bevolking snel van 160.000 naar 315.000. In 1920 zal de bevolking zelfs al iets boven de 500.000 inwoners bedragen. In 1914 wordt Hoek van Holland ingelijfd, waarna in 1933 Pernis en Hoogvliet volgen.
Het centrum van Rotterdam krijgt ondertussen steeds meer allure. De stadswallen zijn al enige tijd geleden afgebroken, maar de singels, die eveneens deel uitmaken van vroegere verdedigingswerken, liggen er nog. Deze worden nu grotendeels gedempt om meer ruimte te maken, onder meer voor het sterk toegenomen verkeer. Ook dempt men grote stukken van de Rotte. Havenbaronnen en de gemeente investeren in prestigieuze gebouwen.
Na het dempen van de Coolvest ontstaat hier een ruime boulevard met een nieuw stadhuis, een chique postkantoor en de beurs. Moderne architecten krijgen een kans. De opening van warenhuis de Bijenkorf in 1930, naar een ontwerp van de beroemde architect Dudok trekt maar liefst 70.000 mensen naar de Coolsingel. Het bruisende uitgaansleven rond de Schiedamsewijk is wijd en zijd bekend. De grote revues gaan in Rotterdam in première. De bioscopen zitten vol. Jazz is zeer populair. Rotterdam is in deze tijd een een dynamische, internationaal georiënteerde stad.
Aan het einde van de 19e eeuw was men reeds begonnen met de aanleg van de nieuwe wijken Cool, Crooswijk en het Nieuwe Westen. Vanaf ongeveer 1914 begint de verdere uitbreiding naar het westen, met achtereenvolgens Spangen, het Witte Dorp en Oud Mathenesse.
morgen verder
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet









