Mijne Fiere Vlaamse Leeuw en ik.
Een paar dagen terug zat ik te luieriken in mijn luie stoel en bekeek het schilderij van mijne Vlaamse Leeuw, dat reeds jaren aan mijn muur hangt. Plots! Beweegt dat beest en begint tegen mij te spreken.
Daar ik nooit drink, maar vroeger des temeer, dacht ik dat het een laattijdig onthoudingsverschijnsel was. Ik kneep mezelf in de arm om toch maar te controleren of ik "nog bij de mijnen was". Het enige resultaat was een blauwe vlek. Erger nog! Dat beest sloeg met zijn staart, die hij gebruikte als goedendag, op mijn reeds blauw aangelopen arm.
De Leeuw viel uit zijn omkadering, Nu moet men niet gaan beweren, dat dit niet kan! Ene Jezus,jawel die van Nazareth, heeft het hem dit al vele keren voorgedaan, door van zijn eigen kruis te vallen.
De Leeuw van Vlaanderen, begon met mij een gesprek en overhaalde mij, om samen eens enkele Vlaamse dorpjes te gaan bezoeken. Na onze uitstap, moest ik U het volgende meedelen:
-------------------------
(Voor alle duidelijkheid: Al wat ik nu schrijf is onder zachte dwang en uit schrik voor de klauwen van De Fiere Vlaamse Leeuw.
(Uiteraard niet te verwarren met een ander Vlaams symbool, die van Gistel, met twee wielen onder zijn gat)
-------------------------
Alhoewel ik een Vlaming ben in hart en nieren, ben ik nog nooit naar een of andere politiek getinte Vlaamse betoging geweest. Jawel! Naar het Nationaal Zangfeest, dit is dan ook geen betoging, maar het Meka van de échte Vlaming, waar men toch ééns in zijn leven moet naartoe gaan of, men komt de hemel niet binnen. (al dan niet ontvangen door 70 maagden,of wat er moet voor doorgaan.)
Op 9 mei a.s. is er zo een betoging waar ik met mijn patron, moeder de vrouw, misschien zal aanwezig zijn. Een actie voor de splitsing Brussel -Halle- Vilvoorde.
Alhoewel ik van origine een Oost-Vlaming ben, voel ik mij al 32 jaar een Brabander. Dus feitelijk, ben ik ook een inwijkeling!
Vroeger dacht ik, dat de befaamde Franstalige olievlek alleen maar te maken had met de rand rond Brussel. Ik dacht ook, dat het alléén ging over de Franstaligen die de rand willen inpikken. Mijne Fiere Vlaamse Leeuw, denkt er echter anders over.
Die rand. Daar is al zoveel om te doen geweest. Naar het schijnt, wonen daar vele fietsenherstellers die éénmaal per jaar dik hun boterham verdienen en die als bijberoep duimspijkers verkopen. Maar alle gekheid op een stokje. Is het dan alleen in Vlaams Brabant dat de Vlaming bepikt wordt? Waarschijnlijk niet! Alle Vlaamse steden hebben te maken met een inwijking van wat men noemt, " De multiculturele -Franstalige- samenleving".
Nu goed, dat andere culturen zich in Vlaanderen hebben gevestigd, is onomkeerbaar en ik wil én moet daar maar leren mee leven. Ik heb ten andere geen keus!
Het is een Italiaanse Belg die mij dat gezegd heeft. Ik kan mij nu niet direct zijn naam herinneren ,maar het is er eentje met een strikje aan. Als je hem ziet stappen, zou je er de donder op zeggen, dat hij twee kantjes heeft, ene vooraan, het mannelijke en eentje achteraan, iets van de andere sexe. Nu ja, iedereen doet met zijn kanten wat hij wil. Ik vraag mij alleen af welke kant de doorslag geeft of zal geven: vooraan, achteraan, de zijkanten de middenstreep of links of rechts?
Nu terug naar de inwijkelingen.
Velen spreken uitsluitend een soort "broebeltaaltje", te vergelijken met een omgekeerd Vlaams. Andere "inwijkelingen", kennen alleen maar, het hun aangeleerd Brussels Frans. Dus, wij hebben te maken met een "multiculturele verfransing" van onze Vlaamse steden, gemeenten en dorpen.
De laatste jaren heeft men hoofdzakelijk de mond vol over alloch- en andere tonen die als inwijkelingen bestempeld worden.
Mijne Leeuw zegt mij, dat wij mis zijn en een bijzondere groep over het hoofd zien. Er zouden, volgens mijn manendrager,ook nog gebastadeerde Vlamingen bestaan.
Het woordje bastaard heeft vele betekenissen, zowel positieve als negatieve. Dit woord is wel op zijn plaats waar ik het heb over gebastaardeerde Vlamingen die waarschijnlijk moedermelk hebben gedronken die, vroeger reeds, een of andere besmetting zou kunnen hebben opgelopen.
Want ja, in die tijd bestonden ook al virussen en giftfabrieken. Het zou natuurlijk ook kunnen, dat de moedermelk vervangen werd door koeienmelk. In die tijd ,was het schering en inslag, dat sommige boeren zich inlieten, met het vermengen van Koeienmelk met deze van drachtige ezelinnen. Vandaar misschien?
Wel zulke gebastaardeerde Vlamingen, wiens naam ik nu met een kleine (v) schrijf, zijn er ook. Ze hebben naar het schijnt een bijnaam met name " bourgeoisie Flamande". Of deze naam al spottend is bedoeld, daar weet mijne Vlaamse leeuw niks van. Dat het opvallend is, dat de mannen van deze club,niet zelden grote snorren hebben en zware gouden kettingen om hun hals dragen, dat ze téveel lawaai maken, dat ze met dure geleasde auto's rijden en elk jaar hun meubelen verkopen om op vakantie te gaan, daar geloof ik niks van, en mijn fiere Leeuw is van hetzelfde gedacht. Over hun vrouwen weet ik niets te zeggen....Zij over mij waarschijnlijk ook niet!
Tenandere, waarom zouden zij ( en wij) nog op vakantie moeten gaan? Om andere culturen te ontdekken? Wij moeten maar een paar honderd meter buiten de deur gaan en we zitten in tal van buitenlandse culturen. Met andere woorden: de Vlaming is internationaal gezien de best opgeleide multucultuurkenner. Komt er nog bij, dat de studies voor deze opleiding gratis zijn.
Ja, Gratis! Want wij hebben een "gratis- minister-die-ons-veel-geld-kost"! Ook zijn naam ontsnapt mij even. In ieder geval weet ik, dat hij vroeger een soort van sloper was en eigenaar van verschillende reisduivencafe's.Men zegt, dat hij deze omvormde tot restaurants om ze daarna, niet gratis, door te verkopen. Diezelfde kwade tongen beweren verder, dat hij wat langs de trage kant is en waarschijnlijk, een aangeboren spraakgebrek heeft. Nu ja, niemand is volmaakt. Het is misschien daarom, dat hij het woordje "gratis" als therapeutisch oefenwoordje gebruikt.
Voor de rest valt van die man niets slecht te zeggen. "In feite, valt er niks over hem te zeggen!" Beweert mijne Leeuw!
Tijdens ons uitstapje in mijn Oost-Vlaanderen, deden wij de streek aan van het Dendermondse: Lokeren, Baasrode, St.Amands en het Aalsterse.
Mijne Leeuw zei mij: "De Vlaming, wordt stilaan een vreemdeling in zijn eigen gemeente. Hij wordt, op een arrogante manier, overspoelt wordt door "Multi- anderstaligen" die stilaan mijn Vlaanderen aan het inpalmen zijn en rare bouwsels optrekken waar men niet naar binnen mag, met al zijn kleren aan. Ik dacht direct aan roze balleten of toch iets in de trant van rode lichtjes. Maar mijne gespierde vriend fluisterde mij iets in het oor, wat ik niet mag neerschrijven.Kwestie om geen slapende paterkes wakker te maken.
"Het ergst van al vind ik nog", vervolgde mijn koning der dieren," dat sommige handelaars als het ware de eigen gemeenschap beledigen. Het aanbrengen van publiciteitsborden, waar de tekst eerst in het Arabisch, Grieks, Engels, en pas helemaal op het eind, in het Nederlands worden opgemaakt, is geen zeldzaamheid"
Wie ben ik om mijne Fiere luizendrager, tegen te spreken? Ik kon alleen maar toegeven, dat het opvallend is, dat in het Dendermondse, waar ik geboren ben, waar ik nog enkele jaren, ferm tegen mijn goesting, als interne heb moeten vertoeven in het College van de Heilige maagd, ik mij nu, als een vreemdeling in mijn eigen gemeenschap voelde. (H.Lampo zou jaloers zijn op deze laatste zin.)
Het moet zijn, dat mijn beestachtige vriend, compassie met mij kreeg en we gingen verder, naar de streek van Aalst.
Als een gewezen, door de fusie aangehechte Dendermondenaar, heb ik Aalst steeds een mooie stad gevonden met prachtige mensen. Jempie zal mij dit graag horen zeggen. Doch ook hier, in de carnavalstad bij uitstek, moest ik op bepaalde momenten en op sommige plekken, zoeken, naar de Vlaamssprekende autochtonen die, zolang geleden al,mijn paard hebben willen pikken. Jempie zal nu wel zeggen, dat zijn paard het échte is! Laat mij toe daaraan te twijfelen. In die tijd was het balatum nog niet uitgevonden, denk ik. Mijne fiere haarzak kreeg honger en dorst. Dus wij naar het stulpje van Verschaeven: St.Amands.
In St.Amands, U weet wel het dorpje aan de "stille waters" zit ik in een gezellig restaurant naast een gezelschap van Vlaamse senioren. Mijn Fiere brulbeest, had zich weggestoken in het struikgewas achter de dijk. In dat restaurant "Amandus" hebben zij ook een grill, ziet U. Mijne Leeuw was er niet gerust in!
Het gezelschap had het over hunnen hof en dat ze al witloof hadden gepland. Ook hadden zij het over de goede oude tijd, hun jeugdjaren. De tijd van de zelfgegoten bikkels en die éne fiets waar alle kinderen uit de buurt om beurten op reden. De jaren zestig. Jongens toch! Iedereen had werk. Sommige fabrieken gaven zelfs een premie wanneer je iemand meebracht die bij hen wilden werken.
Iedere week was het bal, met een écht orkest. Links en rechts was er wel eens een Spanjaard waar al eens mot mee gemaakt werd omdat zij "onze meisjes graag zagen". Voor de rest waren er, na een paar rake klappen, geen problemen en leerden de Spanjolen de Vlamingen Spaans en de Vlamingen de Spanjolen Vlaams.
In 't kort: het was dus nog in de tijd dat ge uw gedacht mocht zeggen zonder in de bak te vliegen van een of andere pater.
Het moet er wel bijgezegd worden. In die tijd waren er nog échte ministers. Mannen die niet logen?.. Natuurlijk niet! Ze zegden ook niets! Dan kunt ge niet liegen, nietwaar?
Het gezelschap was, zonder enige twijfel, uit de streek van Dendermonde. Zij hadden het over de bloemenstoet van St.Gillis en dat zij, die éné zwarte man zagen lopen met zijn "boela-boelabollen".
Dit was toen al een attractie op zichzelf, meenden zij! Het kon natuurlijk ook de eerste neger zijn die ze ooit in het echt hebben gezien. Ik herinner mij dit ook. Sommige omstanders deden zelfs een stap achteruit wanneer die, toch wel vriendelijke man, passeerde. Men wist nooit met die mannen, zeiden ze. Of ze dat nu, heden ten dage nog doen, dat stapje achteruit bedoel ik. Daar heeft ,mijn Fiere Vlaamse Leeuw ,wél zijn gedacht over.
Die échte stoere Vlamingen horen spreken over hun jeugd, riep bij mij mooie herinneringen op. Ook ik had dit allemaal meegemaakt. Ik had dan ookveel goesting, om dat aan het gezelschap te zeggen. Hen toe te roepen,.. Hé mannen! Ik ben ook nog een échte oude Vlaming zoals jullie!
Mijne Fiere Vlaamse Leeuw, die intussen, met zijn staart tussen zijn poten, aan de tafel was komen aanzitten, dacht er anders over. "Genen ambras zoeken" zei hij. Er zitten daar iets verder van die "randpikkers" die, terwijl ze "L'addition" vragen, ons met veel plezier in de stille waters zullen pieren. Ik was verbaasd over de lafheid van mijne Leeuw en zegde hem dat ook. "Niet aantrekken" zei hij mij, "straks kruipen die weer over hunnen rand".
Terwijl de goudkleurige lentezon stilaan verdween in het mooie stille water, begaven wij ons huiswaarts. Terug naar het Vlaamse Brabant. Goed gezind en niet geflitst voor overdreven snelheid, besloten wij er nog ene te gaan drinken. In het Vlaamse café binnengekomen vraagt de ober ons in het Frans wat wij zouden drinken. Mijn Fiere Vlaamse Leeuw wou die man verorberen met haar en huid. Dit keer, was het mijn beurt om hem tegen te houden. Ik zei hem, "dat een Franskiljon opvreten slecht was voor zijn gezondheid, dat het op zijn maag zou blijven liggen." Hij brulde nog even na en wij dropen af.
Terug thuisgekomen, en voor mijne Fiere Vlaamse vlooienkrabber terug in zijn kader kroop, moest ik hem eerst beloven om zeker naar Halle te gaan. Om de eigenheid van ons mooi Vlaamse Brabant te helpen bewaren. Op 9 mei ben ik er!
Mijn Fiere Vlaamse Leeuw zal er ook zijn. Maar dan wel in mijn hart en in mijn gedachten. Het beest op mijn schilderij zal dan waarschijnlijk nog té moe zijn van onze uitstap. Van moe zijn gesproken,het is nu drie uur in de nacht. Ik ga slapen. Mijn leeuwin wacht op mij!
ED