Het Justitiepaleis: het beeld van Hippolyte Metdepenningen (1799-1881), vrijmetselaar
***
Justitiepaleis
Bij de inhuldiging van het standbeeld van Hippolyte Metdepenningen op 20 juni 1886 keken veel voorbijgangers vragend toe. Wie was die Metdepenningen, die vanop zijn sokkel voor het Justitiepaleis zo zelfbewust op hen neerkeek ?
Alhoewel Metdepenningen jarenlang een omstreden figuur was geweest in de Gentse politiek, genoot hij weinig bekendheid bij het grote publiek. Zijn activiteiten, als orangist en later als liberaal, speelden zich vooral af achter de schermen, in een kleine kring van politiek zeer bedrijvige vrijmetselaars.
In de jaren 1830-1839 was Metdepenningen de leider van de Gentse orangisten, de aanhangers van Willem I die de scheiding tussen België en Nederland ongedaan wilden maken. Zij waren overwegend industriëlen en handelaars, die hadden geprofiteerd van Willems steun aan de katoenindustrie. De orangisten beheersten in die periode de Gentse politiek.
De macht van de orangisten steunde op een goede organisatie, met de loge Le Septentrion als hoofdkwartier en Metdepenningen als sluw strateeg achter de schermen. In 1839 werd de scheiding tussen België en Nederland definitief, maar Metdepenningen aanvaardde pas in het midden van de 19de eeuw de Belgische realiteit. Daarna zocht hij politieke toenadering tot de liberalen
****
Het Zuid: allure, verval en herstel
****
Het Zuid(Het Zuid omstreeks 1930)
Tot diep in de 19de eeuw behouden de drassige Muinkmeersen hun landelijk karakter, ze dienen onder meer als bleekweide. Als in 1837 de eerste trein Gent binnenrijdt, ontvouwt zich nog een weids panorama met zicht op de stadstorens en de beginnende industrialisatie. In 1850 komt het Zuidstation gereed. De buurt groeit uit tot een moderne stadswijk met grote allure.
Langs de Muinkschelde wordt een beestenhof aangelegd. Amusementszalen openen hun deuren voor dans, variété, muziek en cinema. De dierentuin wordt in 1903 gesloten. In 1914 worden de variétézalen van Duitse exploitanten geplunderd of vernield. Het Sint-Pietersstation neemt snel de rol van het Zuidstation over.
Toch blijft het Zuid ook na de sloping van het station een drukke uitgaansbuurt, met het Coliseum, de rosse buurt (èt Gloazen Stroatse) en talloze cinema's. In de filmtempel Capitole kunnen 1800 bezoekers rekenen op een royaal onthaal. Die befaamde foyer-cultuur verdwijnt echter met de opkomst van de televisie. In de jaren 50 verrijst op de plek van het Zuidstation het Propagandacentrum van de Stadsbedrijven (nu Centrale Openbare Bibliotheek)
In 1991 sneuvelt een volledig huizenblok voor het Urbiscomplex, dat door de oude Coliseumspanten wordt geschraagd. Achter de fries die de arbeid huldigt, wordt de nieuwe stadsadministratie opgetrokken. Met de verkeersluwe zomerterrasjes voor het 'winkelpaleis' en de culturele waaier rondom (Minard, Vooruit, Studioskoop, de nieuwe Capitole) wijst het standbeeld van Edward Anseele op een ontmoetingsplaats in Gent, die langzaam herstelt
*******************************
Van beluikenwijk (Batavia en De Vreese) tot universitair kwartier
*****

Beluik De Vreese
Blandijnberg: beluik De Vreese 19de eeuw.
De smerige goot Batavia versus de cité ouvrière De Vreese
Beluiken zijn nog altijd levendig aanwezig in het geheugen van veel Gentenaars. In de beruchte cité Batavia, gelegen tussen de Sint-Hubertusstraat, de Rozier en de Jozef Plateaustraat, waren er voor zeshonderd inwoners welgeteld zes toiletten en twee pompen. Toch duurde het tot 1881 vooraleer het stadsbestuur besliste Batavia te slopen.
Tussen de Blandijnberg en de Rozier bouwde aannemer Lieven De Vreese in 1848 een modelwerkmanscité, die een duidelijk contrast vormde met het vlakbij gelegen Batavia.
Van beluik naar bibliotheek
Zowel Batavia als het De Vreesebeluik moesten wijken voor de uitbreiding van de universiteit. Batavia ruimde plaats voor het Instituut der Wetenschappen aan de Plateaustraat. De cité ouvrière werd in 1936 grotendeels gesloopt en vervangen door de nieuwe universiteitsbibliotheek en het Hoger Instituut voor Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde.
Het bleef stil rond de werf aan de Blandijn tot 1957, toen een nieuw gebouw voor de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte werd opgetrokken. Dit gebouw werd in 1961 in gebruik genomen
*********
Omgeving Sint-Pietersstation: geciviliseerd groen als alternatief voor de overwoekerde stad.
*****

Vaderlandstraat, Cottage 1929(Miljoenenkwartier)
***
De stad trekt aan en stoot af. Wie geld had, verbleef wanneer nodig en tijdens het barre winterseizoen in de stad. Maar tijdens het goede seizoen verhuisde men naar de buitens op het omliggende platteland, waar ontspanning in een landelijke omgeving lonkte.
Eeuwenlang bleef deze combinatie van stedelijk en landelijk wonen voorbehouden voor de meest begoede klasse. Maar vanaf de 19de eeuw werd dit voorrecht gedemocratiseerd door nieuwe vormen van stedenbouwkundig denken. Als reactie op het steeds verder dichtbouwen van het stedelijke weefsel werd de grens tussen stad en platteland, fysiek vertegenwoordigd door de stadswallen, geslecht.
Tegelijk werd de getemde natuur in de stadsuitbreidingen verweven, door middel van bomenrijen, parken en voortuintjes, om ten slotte te culmineren in het zeer vrij geïnterpreteerde concept van de tuinwijk.
Tijdens het interbellum vroegen de modernistische architecten licht, zon en lucht voor iedereen. Concreet werd dit gerealiseerd door het gebruik van een dakterras, of door de keuze voor hoogbouw in het groen
********
Brugse Poort: de barge van Gent naar Brugge.
****
Brugse Poort.(Brugse Poort: de barge 1825)
****
De Bargieburg met de aanlegsteiger van de barge maakte samen met de Brugse Poort deel uit van de stadsversterkingen. Bij de Bargiebrug startte de Brugse Vaart, ook wel de Zuidleie genoemd. Ze werd gegraven in 1623-1625 met de bedoeling een rechtstreekse verbinding tussen Gent en de zee te verkrijgen; over Brugge en dan verder langsheen het kanaal van Plassendale naar Oostende. De Bargiebrug werd in juli 1940 opgeblazen.
De Gentse barge was de grootste passagiersboot voor binnenlands verkeer in de Nederlanden. Ze was gemiddeld 23 meter lang en kon 70 passagiers comfortabel vervoeren. De tocht naar Brugge (42 km) duurde gemiddeld 8 uur. De tocht was goedkoop en het eten en drinken aan boord genoten een internationale reputatie.
Schipper Jan De Waele noteerde in zijn handboek zorgvuldig alle goederen. De barge vervoerde hoge zowel als lage gasten. De Waele genoot de hoge eer om Lodewijk XV op zijn schuit te ontvangen en schrijft hierover in ontroerende en trotse bewoordingen (1745).
In de buurt van de aanlegsteiger zorgden herbergen en afspanningen zoals de Gouden Appel, de Barge, de Gouden Kroon, het Vliegend Peerd, de Chasse Royale voor een natje en een droogje
*********
morgen verder
***
Justitiepaleis
Bij de inhuldiging van het standbeeld van Hippolyte Metdepenningen op 20 juni 1886 keken veel voorbijgangers vragend toe. Wie was die Metdepenningen, die vanop zijn sokkel voor het Justitiepaleis zo zelfbewust op hen neerkeek ?
Alhoewel Metdepenningen jarenlang een omstreden figuur was geweest in de Gentse politiek, genoot hij weinig bekendheid bij het grote publiek. Zijn activiteiten, als orangist en later als liberaal, speelden zich vooral af achter de schermen, in een kleine kring van politiek zeer bedrijvige vrijmetselaars.
In de jaren 1830-1839 was Metdepenningen de leider van de Gentse orangisten, de aanhangers van Willem I die de scheiding tussen België en Nederland ongedaan wilden maken. Zij waren overwegend industriëlen en handelaars, die hadden geprofiteerd van Willems steun aan de katoenindustrie. De orangisten beheersten in die periode de Gentse politiek.
De macht van de orangisten steunde op een goede organisatie, met de loge Le Septentrion als hoofdkwartier en Metdepenningen als sluw strateeg achter de schermen. In 1839 werd de scheiding tussen België en Nederland definitief, maar Metdepenningen aanvaardde pas in het midden van de 19de eeuw de Belgische realiteit. Daarna zocht hij politieke toenadering tot de liberalen
****
Het Zuid: allure, verval en herstel
****
Het Zuid(Het Zuid omstreeks 1930)
Tot diep in de 19de eeuw behouden de drassige Muinkmeersen hun landelijk karakter, ze dienen onder meer als bleekweide. Als in 1837 de eerste trein Gent binnenrijdt, ontvouwt zich nog een weids panorama met zicht op de stadstorens en de beginnende industrialisatie. In 1850 komt het Zuidstation gereed. De buurt groeit uit tot een moderne stadswijk met grote allure.
Langs de Muinkschelde wordt een beestenhof aangelegd. Amusementszalen openen hun deuren voor dans, variété, muziek en cinema. De dierentuin wordt in 1903 gesloten. In 1914 worden de variétézalen van Duitse exploitanten geplunderd of vernield. Het Sint-Pietersstation neemt snel de rol van het Zuidstation over.
Toch blijft het Zuid ook na de sloping van het station een drukke uitgaansbuurt, met het Coliseum, de rosse buurt (èt Gloazen Stroatse) en talloze cinema's. In de filmtempel Capitole kunnen 1800 bezoekers rekenen op een royaal onthaal. Die befaamde foyer-cultuur verdwijnt echter met de opkomst van de televisie. In de jaren 50 verrijst op de plek van het Zuidstation het Propagandacentrum van de Stadsbedrijven (nu Centrale Openbare Bibliotheek)
In 1991 sneuvelt een volledig huizenblok voor het Urbiscomplex, dat door de oude Coliseumspanten wordt geschraagd. Achter de fries die de arbeid huldigt, wordt de nieuwe stadsadministratie opgetrokken. Met de verkeersluwe zomerterrasjes voor het 'winkelpaleis' en de culturele waaier rondom (Minard, Vooruit, Studioskoop, de nieuwe Capitole) wijst het standbeeld van Edward Anseele op een ontmoetingsplaats in Gent, die langzaam herstelt
*******************************
Van beluikenwijk (Batavia en De Vreese) tot universitair kwartier
*****

Beluik De Vreese
Blandijnberg: beluik De Vreese 19de eeuw.
De smerige goot Batavia versus de cité ouvrière De Vreese
Beluiken zijn nog altijd levendig aanwezig in het geheugen van veel Gentenaars. In de beruchte cité Batavia, gelegen tussen de Sint-Hubertusstraat, de Rozier en de Jozef Plateaustraat, waren er voor zeshonderd inwoners welgeteld zes toiletten en twee pompen. Toch duurde het tot 1881 vooraleer het stadsbestuur besliste Batavia te slopen.
Tussen de Blandijnberg en de Rozier bouwde aannemer Lieven De Vreese in 1848 een modelwerkmanscité, die een duidelijk contrast vormde met het vlakbij gelegen Batavia.
Van beluik naar bibliotheek
Zowel Batavia als het De Vreesebeluik moesten wijken voor de uitbreiding van de universiteit. Batavia ruimde plaats voor het Instituut der Wetenschappen aan de Plateaustraat. De cité ouvrière werd in 1936 grotendeels gesloopt en vervangen door de nieuwe universiteitsbibliotheek en het Hoger Instituut voor Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde.
Het bleef stil rond de werf aan de Blandijn tot 1957, toen een nieuw gebouw voor de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte werd opgetrokken. Dit gebouw werd in 1961 in gebruik genomen
*********
Omgeving Sint-Pietersstation: geciviliseerd groen als alternatief voor de overwoekerde stad.
*****

Vaderlandstraat, Cottage 1929(Miljoenenkwartier)
***
De stad trekt aan en stoot af. Wie geld had, verbleef wanneer nodig en tijdens het barre winterseizoen in de stad. Maar tijdens het goede seizoen verhuisde men naar de buitens op het omliggende platteland, waar ontspanning in een landelijke omgeving lonkte.
Eeuwenlang bleef deze combinatie van stedelijk en landelijk wonen voorbehouden voor de meest begoede klasse. Maar vanaf de 19de eeuw werd dit voorrecht gedemocratiseerd door nieuwe vormen van stedenbouwkundig denken. Als reactie op het steeds verder dichtbouwen van het stedelijke weefsel werd de grens tussen stad en platteland, fysiek vertegenwoordigd door de stadswallen, geslecht.
Tegelijk werd de getemde natuur in de stadsuitbreidingen verweven, door middel van bomenrijen, parken en voortuintjes, om ten slotte te culmineren in het zeer vrij geïnterpreteerde concept van de tuinwijk.
Tijdens het interbellum vroegen de modernistische architecten licht, zon en lucht voor iedereen. Concreet werd dit gerealiseerd door het gebruik van een dakterras, of door de keuze voor hoogbouw in het groen
********
Brugse Poort: de barge van Gent naar Brugge.
****
Brugse Poort.(Brugse Poort: de barge 1825)
****
De Bargieburg met de aanlegsteiger van de barge maakte samen met de Brugse Poort deel uit van de stadsversterkingen. Bij de Bargiebrug startte de Brugse Vaart, ook wel de Zuidleie genoemd. Ze werd gegraven in 1623-1625 met de bedoeling een rechtstreekse verbinding tussen Gent en de zee te verkrijgen; over Brugge en dan verder langsheen het kanaal van Plassendale naar Oostende. De Bargiebrug werd in juli 1940 opgeblazen.
De Gentse barge was de grootste passagiersboot voor binnenlands verkeer in de Nederlanden. Ze was gemiddeld 23 meter lang en kon 70 passagiers comfortabel vervoeren. De tocht naar Brugge (42 km) duurde gemiddeld 8 uur. De tocht was goedkoop en het eten en drinken aan boord genoten een internationale reputatie.
Schipper Jan De Waele noteerde in zijn handboek zorgvuldig alle goederen. De barge vervoerde hoge zowel als lage gasten. De Waele genoot de hoge eer om Lodewijk XV op zijn schuit te ontvangen en schrijft hierover in ontroerende en trotse bewoordingen (1745).
In de buurt van de aanlegsteiger zorgden herbergen en afspanningen zoals de Gouden Appel, de Barge, de Gouden Kroon, het Vliegend Peerd, de Chasse Royale voor een natje en een droogje
*********
morgen verder
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet







.



























